Juncker, het ontgoochelde boegbeeld van Brussel

Juncker. beeld EPA

Jean-Claude Juncker, baas van de Europese Commissie, spreekt woensdag –bij het begin van het nieuwe politieke jaar– het Europees Parlement toe. Hij blikt vooruit en kijkt terug. Juncker, die een punt achter zijn politieke carrière zet, zag het als zijn taak de burgers weer vertrouwen in Europa te geven. Ook moest de Europese Commissie meer weerwerk gaan bieden aan de regeringsleiders. Het is geen onverdeeld succes geworden.

Het Europese politieke seizoen wordt morgen afgetrapt met de jaarlijkse State of the Union. Sinds 2010 is het de gewoonte dat de voorzitter van de Europese Commissie in het Europees Parlement een toelichting geeft op de plannen en politieke doelstellingen voor het komende jaar.

In een periode dat de EU een zware aderlating ondergaat met het vertrek van de Britten en Brussel zich steeds meer zorgen maakt over autoritaire tendensen in Oost-Europese landen, wordt van Jean-Claude Juncker verwacht dat hij met een optimistische boodschap het geloof en vertrouwen in het Europese project versterkt. Dat zal voor Juncker niet meevallen. Hij staat te boek als een eigenzinnige en kortaangebonden man die zijn ergernis en teleurstelling over het gebrek aan voortgang van de Europese integratie niet onder stoelen of banken steekt.

Juncker gaf eerder aan geen tweede termijn te willen en dus in 2019 te stoppen, maar hardnekkige geruchten willen dat dit misschien al de laatste State of the Union wordt van de lichtelijk gedesillusioneerde voorzitter van het dagelijks bestuur van de Europese Unie.

Vergelijking gaat mank

Op grond van een afspraak in het Verdrag van Lissabon is het gebruikelijk dat tijdens de eerste plenaire vergadering van het Europees Parlement van het nieuwe politieke jaar de State of the Union wordt uitgesproken. Brussel wil deze ‘troonrede’ graag vergelijken met de State of the Union die de president van de Verenigde Staten in het Amerikaanse parlement houdt.

Die vergelijking gaat een beetje mank. Europa mag dan met de voorzitter van de Europese Commissie en die van de Europese Raad (de vergadering van regeringsleiders) over twee presidenten beschikken, maar geen van hen is gekozen. In de VS zet de president de politieke koers van het land uit. Dat kan de Europese Commissievoorzitter niet. Hij dient rekening te houden met de president van de Europese Raad, de Pool Donald Tusk, en de regeringsleiders van de 28 EU-lidstaten. En anders dan het Amerikaanse Congres is het Europees Parlement bij gebrek aan een Europese regering die kan worden gecontroleerd ook geen echte volksvertegenwoordiging.

Dat wil niet zeggen dat Junckers toespraak een wassen neus is. Het kan geen kwaad dat de Brusselse politieke top uitlegt welk antwoord het formuleert op het veranderende politieke en economische landschap. In Junckers eerste State of the Union in 2015 waren de hoofdthema’s de vluchtelingencrisis en de versterking van het economische beleid van de eurozone. Vorig jaar ging het vooral over de brexit, migratie en de noodzaak het vertrouwen van de burger in de EU te vergroten. Juncker hamerde er in zijn toespraak op dat de brexit het bestaan van de Europese Unie niet in gevaar zou brengen.

Laatste kans

Bij zijn aantreden in 2014 noemde Juncker ‘zijn’ Europese Commissie de „Commissie van de laatste kans.” Het zou de laatste mogelijkheid voor Brussel zijn om in tijden van oplevend populisme en nationalisme het geloof van de eurosceptische burgers in de EU te herwinnen.

De schuld voor het Europese falen om nut en noodzaak van de EU duidelijk te maken, legt Juncker klip-en-klaar bij de regeringen van de 28 (straks 27) lidstaten. In Brussel overheerst het gevoel dat nationale overheden onbeschaamd willen profiteren van de voordelen die de EU te bieden heeft, maar niet bereid zijn de Unie te verdedigen als een pijnlijke Europese maatregel moet worden uitgelegd. Juncker ergert zich er wild aan dat voorstellen van de Europese Commissie, bijvoorbeeld over een gezamenlijke aanpak van de vluchtelingenproblematiek, wel braaf door de lidstaten worden beaamd maar in de praktijk worden getorpedeerd. Vervolgens wijzen de regeringsleiders met een beschuldigende vinger naar Juncker als een oplossing uitblijft.

Maar de Luxemburger is zelf ook debet aan het slinkend vertrouwen in de EU. Neem het brexitdossier. Voor veel Britten is hij de belichaming van wat er mis is met de Europese Unie: een niet-democratisch gekozen technocraat uit een piepkleine EU-lidstaat die de Britten op weinig diplomatieke wijze inpepert dat zij een zware tol zullen betalen voor het vertrek uit de EU. Junckers onvermurwbare en weinig diplomatieke opstelling jegens de Britten noopten de Duitse bondskanselier Angela Merkel en EU-president Donald Tusk ertoe om het op te nemen voor de geplaagde Britse premier May. „Om het brexitoverleg te laten slagen zijn discretie, terughoudendheid, wederzijds respect en een maximum aan goede wil nodig”, zo zei Tusk met een schuin oog naar Juncker.

Ook met Oost-Europese landen staat Juncker op gespannen voet. Polen en Hongarije komen volgens Juncker de afspraken over de vluchtelingenopvang niet na en ze zouden een loopje nemen met Europese waarden zoals de eerbiediging van de rechtsstaat en de persvrijheid. Dat de Europese Commissie met strafmaatregelen dreigt, zoals het inhouden van EU-subsidies, valt volstrekt verkeerd in Warschau en Boedapest. Brussel zou met twee maten meten omdat er ook geen strafprocedure is begonnen tegen West-Europese landen toen zij de begrotingsregels overtraden. Met de zuidelijke landen kan Juncker het ook niet altijd goed vinden omdat zij volgens de Commissievoorzitter de begrotingsnormen voor de euro niet nakomen en zonder overleg de open grenzen zoals afgesproken in het Schengenverdrag opschortten.

Kussen

Junckers familiare aanpak valt niet bij iedereen even goed. Hij zoent regeringsleiders op hun voorhoofd, drukt ze stevig aan de borst of geeft ze ter begroeting een pets in het gezicht. Ooit verwelkomde hij op een EU-top de Hongaarse premier Viktor Orban met de woorden: „Hallo, dictator”, en gaf hij hem een klap op zijn kaak. Andere regeringsleiders kregen de indruk dat hij zwaar beschonken was. Allemaal onzin, aldus Juncker. „Als je probeert het ijs te breken ben je getikt of een dronkaard zeker?” reageerde hij.

Er gaan verhalen over Junckers slechte gezondheid en drankgebruik. Zo zou hij een paar glazen cognac nemen als ontbijt en menig glas wijn tijdens de lunch. Maar dat hij soms wankelt en wat wiebelig is, zou volgens Juncker komen door een zwaar verkeersongeval. „In 1989 lag ik drie weken in coma, en zat daarna zes maanden in een rolstoel.”

Volgens ingewijden in Brussel verschijnt hij lang niet elke dag op zijn werk. Het weekend begint vaak al op donderdag. Daarnaast maakt het een slechte indruk dat hij ruim de helft van de EU-lidstaten niet heeft bezocht. Zie je wel, zeggen zijn critici: Juncker is moe, oud en ongeschikt voor zijn taak. Ook dat hij lastige dossiers, zoals rond Polen en Hongarije, overdraagt aan zijn tweede man Frans Timmermans zou wijzen op een tanende vitaliteit en ijver.

Overgewaaid

Welke toon zal Juncker morgen bezigen in zijn –mogelijk laatste– State of the Union? Hij heeft reden om minder somber te zijn dan voorheen. De economische crisis is achter de rug, de populistische storm is zonder al te veel schade aan te richten overgewaaid en met de verkiezing van de pro-Europese Franse president Emmanuel Macron komt de Frans-Duitse motor –essentieel voor de Europese integratie– weer op gang.

Dat Juncker minder hooggestemde idealen over de Europese samenwerking koestert, stemt hem ook milder. Waar vroeger elke stap terug in de Europese integratie door hem als een nederlaag werd gezien, heeft een ”sadder but wiser” Juncker zich erbij neer gelegd dat een Europa van verschillende snelheden tot de mogelijkheden behoort. In zijn in maart gepresenteerde ”white paper” –„een reflectie op de paden die de eenheid en samenwerking tussen de 27 lidstaten kunnen versterken”– presenteerde hij vijf scenario’s voor de toekomst van de EU na de brexit. De opties waren onder meer: doorgaan op de oude weg, een meer federale EU en een Europa van verschillende snelheden. Hij liet het aan de regeringsleiders over om de knoop door te hakken.

Een tegenvaller voor Juncker en typerend voor de door hem gesignaleerde tegenwerking van de Europese Raad is dat de regeringsleiders vervolgens niets deden met het discussiestuk. De Europese Raad is intussen al meerdere keren bijeengekomen, maar het witboek van Juncker behoorde niet tot de gespreksonderwerpen.

Dat Juncker het debat over de richting die de EU op moet gaan overliet aan de Europese Raad is opmerkelijk, omdat daarmee de Commissie feitelijk haar ondergeschikte rol ten opzichte van de Europese Raad erkent. En dat terwijl het bij zijn aantreden Junckers streven was om van de Europese Commissie een politiek orgaan te maken dat op gelijke voet zou komen te staan met de Europese Raad. Door weerstand bij de regeringen is het er niet van gekomen.

Juncker heeft zich er klaarblijkelijk bij neergelegd dat in Europa niet hij (en ook niet het Europees Parlement) maar de Europese Raad onder leiding van Donald Tusk de lakens uitdeelt.

Juncker is teleurstelgesteld dat zijn ambities niet zijn uitgekomen en dat de lidstaten de in Brussel gemaakte afspraken niet nakomen. In zijn ogen „worden Europese politici steeds minder Europees en steeds nationalistischer, totdat de EU nog slechts in naam een unie zal zijn.” Mede daarom wil hij geen tweede termijn als baas van de Commissie. Voor zichzelf ziet de oude politieke rot geen rol meer in het politieke debat. Maar misschien kan het geen kwaad dat een fris, nieuw gezicht het boegbeeld wordt van Brussel.

Belachelijke instelling

De christendemocraat Juncker (62) was eerder minister van Financiën en premier van Luxemburg. Juncker geldt als een van de meest ervaren Europese politici. Tussen 2005 en 2013 was hij voorzitter van de eurogroep. Sinds 1 november 2014 is hij voorzitter van de Europese Commissie.

Wordt het morgen in Straatsburg een gezellige bijeenkomst? Bij zijn laatste bezoek in juli noemde Juncker het Europees Parlement „een zeer belachelijke instelling” omdat hij in een vrijwel lege zaal een debat bijwoonde. Van de 750 Europarlementariërs waren er slechts 30 aanwezig.