Jood in Iran hoeft niet over schouder te kijken

Morgengebed in de synagoge van Teheran. beeld Jaco Klamer
4

Terwijl de antisemitische incidenten in Europa toenemen, voelen Joden in de Islamitische Republiek Iran zich veilig. „We leven hier misschien wel veiliger dan in Nederland.”

Jozef Haronian (71) is Iraniër en Jood. En hoewel velen het zich anders voorstellen, heeft hij in Iran een goed leven. Incidenten met Joden kan hij zich niet heugen. „Ja, ik weet nog als de dag van gisteren dat president Ahmadinejad de Holocaust ontkende, wellicht om zijn achterban te plezieren. Maar gelukkig namen niet veel Iraniërs hem toen serieus. Ik merk dat de jonge generatie moslims zich, ook in Iran, steeds vaker afkeert van het fundamentalisme, en niets wil weten van de Arabieren die de oorlog in Irak hebben ontketend. Onze situatie in Iran is daardoor rustig en vredig. We kunnen met een keppeltje over straat zonder te worden lastiggevallen of uitgejouwd.” Hij lacht: „Joden leven in Iran misschien wel veiliger dan in Nederland.”

Afgewezen

Bahare Barkhordar (32) is secretaresse van het Joods Comité in Teheran, dat de belangen behartigt van Joodse Iraniërs. Ze is het niet zonder meer met Jozef Haronian eens als hij het leven van Joodse Iraniërs vredig noemt. Ze verzucht dat het Joods-zijn in Iran juist lastig is, hoewel ze daar geen probleem van maakt.

„Joden kunnen in Iran moeilijk een overheidsbaan vervullen, want er wordt tijdens sollicitatiegesprekken vaak doorgevraagd naar religieuze wetten en gewoonten. Werkgevers vragen hoe vaak een sollicitant dagelijks bidt en of hij zich wel aan alle islamitische wetten houdt. Ambtenaren mogen hun nagels niet lakken en dragen hun hoofddoek extra strak. Maar het troost me dat het ook voor moslims vaak lastig is zich aan alle religieuze voorschriften te houden, dus ook zij worden weleens afgewezen voor een overheidsbaan.”

„Joden komen in Iran inderdaad niet in aanmerking voor belangrijke overheidsfuncties”, beaamt Jozef Haronian. „Maar ze kunnen wel aan de slag als bankmedewerker, tandarts of dokter. Joden zijn in Iran meestal handelaren.”

„Vroeger waren veel Joden goudsmeden, velen bezaten een goudsmederij”, weet Bahare. „Nu zijn ze vaker gespecialiseerd in het maken van kleding. Van de Joden is 99 procent zelfstandig ondernemer met een eigen bedrijf. Voor de jongere generatie is het weleens lastig zo’n bedrijf te starten: ze hebben vaak financiële steun nodig van familie.”

Islamitische docenten

Jozef Haronian werkte in het verleden op het gemeentehuis van Teheran. Hij weet nog goed dat Iraanse Joden in de tijd van de revolutie vaak in de problemen kwamen. „Dat is nu wel anders. Geregistreerde minderheden worden in Iran goed behandeld, in tegenstelling tot minderheden die verboden zijn. Onze situatie is rustig en vredig: we kunnen gewoon meedoen aan het dagelijks leven.” Zo kunnen Joden volgens Haronian ongestoord de synagoge binnenlopen en zijn er geen bewakingscamera’s nodig om hun veiligheid te waarborgen. „De deuren van de synagoge worden ook niet afgesloten met extra sloten, hoewel ons gebedshuis, uit veiligheidsoverwegingen, niet vanaf de weg te herkennen is als een synagoge.”

In Teheran is er een Joodse basisschool en een Joodse middelbare school. Bovendien zijn Joden welkom op reguliere scholen en universiteiten. „Maar de docenten op onze scholen zijn wel islamitisch”, vertelt Haronian. „Alleen de godsdienstles wordt door een Joodse docent verzorgd.”

Naast Joodse scholen is er ook een Joods ziekenhuis en een zorginstelling voor ouderen. In Teheran zijn veel van die voorzieningen ondergebracht onder één dak. Zo huisvest het Joodse complex onder meer een school en een synagoge. Op het gebouw prijkt het opschrift: ”Mozes, de zoon van vader Amram”. Beiden zijn ook in de Koran belangrijke personen.

Moslimvriend

Barkhordar is nog geen moslims tegengekomen die zich afzetten tegen Joden. „Dat zou wellicht anders zijn als wij ons negatief over moslims zouden uitlaten, maar ik heb alleen positieve contacten.” Volgens haar is Iran nog een zeer religieus land en ze vindt het jammer dat veel gelovige ouderen vinden dat je geen vrienden mag hebben buiten je eigen religieuze kring.

„Ik heb zelf een moslimvriend die heel geïnteresseerd is in Israël en in alles wat met het Jodendom te maken heeft. Ikzelf behoor tot de kleine groep Joden die niet gelooft. De jonge generatie zegt het geloof vaker vaarwel. Ik heb nauwelijks contact met mijn Joodse oud-klasgenoten die ik nog ken van de Joodse scholen die ik bezocht. Velen vertrokken naar het buitenland.”

Barrières

„Vóór de revolutie, in 1979, woonden er nog wel 100.000 Joden in Iran”, weet Jozef Haronian, die vrijwilligerswerk doet in de synagoge. „In de Iraanse plaats Hamadan is nog een herinneringsplaats uit de tijd van koningin Esther en haar oom Mordechai, een bevestiging dat de Joden al duizenden jaren in Iran wonen.”

Tegenwoordig wonen er nog slechts zo’n 10.000 Joden in Iran, vooral in Teheran en Isfahan. De meeste Iraanse Joden emigreerden, vooral naar Amerika. Haronian: „Voor hen was Israël minder aantrekkelijk vanwege de veiligheidssituatie in dat land. Joodse Iraniërs willen Iran vooral verlaten omdat ze een vredig leven willen leiden, maar juist die veiligheid en vrede zijn in Israël op dit moment lastig te realiseren.”

Voor Joodse Iraniërs is het lastig om Israël te bezoeken. „Er liggen vele barrières tussen Israël en Iran, want de twee landen erkennen elkaar niet. Iraniërs die Israël met een bezoek willen vereren, moeten in het buitenland, in Turkije, een visum aanvragen.”

Iraanse Joden die naar Israël willen emigreren, kunnen terecht bij het Joods Comité in Teheran. Barkhordar: „Wij kunnen vaststellen of iemand Joods is, we regelen de officiële verklaring en wij regelen uitreispapieren. Officieel is dat vanuit Iran onmogelijk.”

Zelf wilde ze eigenlijk graag emigreren naar Amerika, bekent ze. „Mijn oom, die in Amerika woont, was al bezig mijn papieren te regelen en wilde mij in de VS ondersteunen. Nu liggen de aanvragen voor emigratie stil omdat president Trump geen Iraniërs in Amerika toelaat. In deze onzekere situatie emigreer ik liever naar Oostenrijk.”

Priester uit de stam van Levi

Cohen, Hebreeuws voor priester, is een veelvoorkomende Joodse achternaam. Cohens zijn vaak nakomelingen van de leviet Aäron: de eerste hogepriester van de tabernakel. De levieten, van de stam van Levi, de derde zoon van Jakob, werden in de tijd van Mozes uitgekozen om dienst te doen in de tabernakel, en later in de tempel. Toen het volk Israël het gouden kalf aanbad in de woestijn, deed de stam van Levi niet mee. Daarom worden priesters, ”Cohaniem”, alleen gekozen uit de mannelijke nakomelingen van Aäron, en mogen zij gewijde taken uitvoeren. Zij moeten in Israël in elke ochtenddienst de gemeenschap zegenen, in Iran alleen op feestdagen.

De vader van Bahare Barkhordar is als priester belast met de uitvoering van de heilige rituelen in de synagoge. „Zonder hem kunnen de diensten in de synagoge niet plaatsvinden, want een voorwaarde voor het gebruik van de synagoge is dat minstens tien mannen bijeenkomen, onder wie een afstammeling van Aäron. Mijn vader bezoekt de synagoge, om die voor sluiting te behoeden, maar hij houdt zich verder niet aan alle regels van de wet. Hoewel hij wekelijks de synagoge bezoekt, beschouw ik hem niet als religieus. Van de Iraanse Joden is 30 procent niet godsdienstig.”