Ismail (16) moest zich van IS tot de islam bekeren

Ismail Ibrahim Matti (rechts) met zijn moeder Jandark Mansour Nassi in een opvangkamp in Erbil. beeld Jaco Klamer

De christelijke Ismail 
Ibrahim Matti (16) leefde met zijn moeder Jandark Mansour Nassi (55) twee jaar onder de 
bezetting van IS. Om te over­leven, bekeerden Ismail zich 
tot de islam. „Ik schaam me ervoor.”

„Het allermooiste in jaren.” Zo noemt Ismail het bericht dat het Iraakse leger oprukte naar de Mosul, waar hij met zijn moeder twee jaar „gevangenzat.” „We hoopten dat we eindelijk bevrijd zouden worden van de terreur van IS.”

Ismail ontvluchtte afgelopen maand Mosul, om een veilig heenkomen te zoeken in Erbil, in Iraaks-Koerdistan. Ze verblijven in een opvangcentrum voor vluchtelingen, waar ze bijstand krijgen van de christelijke Assyrisch-Iraakse hulporganisatie Hummurabi.

De tiener kan zich de inval van IS in het dorp Bartella, waar hij woonde, nog goed herinneren. „We wisten niet dat IS ons dorp naderde. Toen we op een ochtend wakker werden, was de stad ingenomen door IS. We probeerden nog te ontkomen naar Erbil, maar we werden door de jihadisten gevangengenomen en meegenomen naar Mosul.”

„We werden in een huis opgesloten, waar we drie dagen bleven”, vertelt moeder Jandark. „Ik was heel bang. Onze namen werden opgeschreven en we hadden geen idee waar we waren en wat er met ons zou gebeuren. We hadden niets meer. We hoorden geen nieuws en we hadden geen contact met onze familie omdat mijn mobiel in beslag was genomen en kapotgegooid. Er was geen elektriciteit. Gelukkig kregen we wel te eten.”

Na verloop van tijd kregen moeder en zoon van IS toestemming om kort terug te keren naar Bartella. Voordat ze het dorp bereikten, vroegen jihadisten bij een wachtpost echter of ze misschien christenen waren. „We moesten de islam belijden en toen we dat weigerden, werden we geslagen. Twaalf mensen zijn toen in de gevangenis opgesloten omdat ze toegaven dat ze christen zijn. Mijn zoon ook, hij was toen veertien jaar.”

In de gevangenis

Ismail kwam terecht in de 
gevangenis van Bartella. „Op 
een dag verliet ik mijn cel om even naar de luchtplaats te gaan”, vertelt hij. „Op dat moment 
werd voor mijn ogen een sjiitische man doodgeschoten. De terroristen zeiden tegen me dat ze mij ook zouden doodschieten als ik me niet tot de islam zou bekeren. Toen bekeerde ik me 
tot de islam. Vanaf die tijd verzwegen we onze christelijke identiteit.”

Ismail kwam vrij en werd, met zijn moeder, in en om Mosul van hot naar her gesleept. „We kregen van IS een papiertje waarop stond dat we moslims waren”, zegt Ismail. „Daarmee kon ik in Mosul de straat op, hoewel ik meestal in de buurt van ons onderkomen bleef.”

Het leven in de stad was zwaar. „Je was je leven nergens zeker. Ik werd bijvoorbeeld een keer in elkaar geslagen omdat mijn broek te lang was. Een broek mag volgens IS niet op je schoenen hangen, maar moet worden ingekort tot boven de enkels.”

Toen Ismail op een dag op weg was naar de moskee voor het ochtendgebed, werd hem de weg versperd. „We mochten niet verder lopen, en we wachtten dus op wat komen zou. Ineens liep een flink aantal mannen in oranje pakken voorbij, onder schot gehouden door kinderen van IS-strijders. Ze werden vervolgens met veel plezier door deze kinderen geëxecuteerd.”

Een andere keer stuitte hij als passagier van een bus op een grote menigte. „De buschauffeur vertelde dat er een vrouw zou worden gestenigd. Ze was aan handen en voeten gebonden en de terroristen van IS tekenden een cirkel om haar heen. Als ze buiten de cirkel kon komen, zou ze leven. Maar dat was onmogelijk omdat ze vastgebonden was. Terwijl haar familieleden huilden en smeekten om gratie gooiden de jihadisten de vrouw met stenen dood.” Ook een buurman van Ismail werd gedood, omdat hij niet meedeed aan het middaggebed. „Hij werd uit zijn huis gehaald en vermoord.”

Ismail moest van de jihaidsten naar een heropvoedingskamp voor kinderen, maar weigerde. „Ik werd in elkaar gemept 
omdat ik dat niet deed. Ik moest mijn haar laten groeien en mijn baard laten staan. Mijn moeder kreeg een zwart, verhullend gewaad, maar ze mocht niet de straat op.”

De IS-strijders wilden ook dat Ismail zou trouwen. „Dan zou 
ik een van hen worden. Ze 
kwamen me dat speciaal vertellen. Ik wierp tegen dat ik nog zo jong was, want ik was 15 jaar. Daarvan waren ze niet onder de indruk.”

Ismail moest ook bidden met de IS-strijders. „Ik moest hun gebeden leren en kreeg een gebedskleed van hen waarop ik Allah kon aanroepen. Elke vrijdag werd ik opgehaald om met de jihadisten naar de moskee te gaan. Mannen waren verplicht op vrijdag te bidden in de moskee. Wie op straat liep tijdens het vrijdag­gebed, werd in elkaar geslagen. Ook mijn moeder moest thuis bidden. Dat deed ze echter niet. Als de IS-strijders mij vergaten op te halen, bleef ik ook thuis en bad ik niet.”

Op een dag vonden IS-strijders echter Ismails ketting met kruis. „Ze sloegen me in elkaar omdat ik Assyriër ben, en ik kreeg een maand de tijd om de Koran te bestuderen. Ik moest teksten uit mijn hoofd leren en definities van de islam. Ik kreeg klappen toen ik hun vragen niet naar hun zin kon beantwoorden en mijn moeder werd met lange naalden gestoken omdat ze niets uit de Koran had geleerd.”

Schaamte

Toen de Iraakse troepen oprukten naar Mosul lukte het Ismail en zijn moeder uiteindelijk te ontsnappen uit de stad en Erbil te bereiken.

„Mijn zoon werd gedwongen de islam aan te hangen, en ik werd gemarteld omdat ik niets wist over de islam en de Koran, dat vind ik het ergste van de tijd dat we gevangenzaten”, zegt moeder Jandark.

„Ja, ik schaam me ervoor dat ik moest belijden dat ik moslim ben en de islam aanhang, terwijl ik Assyriër ben”, beaamt Ismail. „Ik maakte in de tijd waarin in gevangenzat, plannen om soldaat te worden in het christelijke verdedigingsleger om zo mijn eigen stad te verdedigen tegen de terreurdaden van IS.”

Nu hij vrij is, wil Ismail het liefst zo snel mogelijk het land uit vluchten. „Al mijn familieleden zijn al uit Irak vertrokken: ze wonen in Amerika en Australië. Ik wil ook weg, want in Irak is geen toekomst. Ik wil studeren buiten Irak, en wil me het liefst verdiepen in astronomie. Ik wil dolgraag het heelal ontdekken.”

Dit is het derde deel in een serie over vluchtelingen uit de regio Mosul.