In gevecht met de bestaande orde: populisme in het Westen

Trump bij zijn inauguratie. beeld EPA/SHAWN THEW
6

De beschaafde mens heeft een nieuwe vijand: de populist. Ook in de westerse wereld duiken steeds meer leiders op die zich afzetten tegen de bestaande orde en op die manier grote macht verwerven. De verdeeldheid over dit vraagstuk is groot, ook onder christenen.

„Trump verkettert ambt van overheid”

Jullie zullen nooit meer genegeerd worden, zei Donald Trump bij zijn inauguratie in januari 2017. „Dit is jullie dag, dit is jullie viering”, aldus de nieuwe Amerikaanse president. „Al te lang heeft een klein groepje de macht in handen, terwijl het volk de lasten draagt.” Tijdens zijn regering zou hij de macht „overdragen aan het volk”, beloofde Trump.

James W. Skillen keek ernaar en schaamde zich. „Hij ondermijnt op die manier het gezag van alle ambten van de overheid. Hij brengt de grondwettelijke orde in gevaar.”

Nooit eerder zag Skillen een leider die de hele overheid zo verketterde. „Ik heb dit Bush en Obama nooit horen doen.”

Onwetendheid was het niet van Skillen. Hij heeft lang genoeg in Washington gewerkt om te weten welke smaken en stijlen er in de politiek bestaan. Hij runde jarenlang het Center for Public Justice (CPJ). Dat had een christelijk alternatief moeten worden voor bestaande denktanks, als Brookings, Enterprise en Heritage. „Ik wilde bouwen aan een brede christelijke visie op de overheid, en niet alleen losse opinies leveren. Maar het lukte me nooit om daar geldschieters enthousiast voor te krijgen.”

Deel van die visie is dat christenen vanuit Romeinen 13 worden opgeroepen om te bidden voor de overheid. „Ook als je misschien geen respect hebt voor de mensen in de overheid, kun je dat toch doen. Je hebt immers een hoge opvatting over het ambt.”

Maar Trump voedt juist het wantrouwen in die overheid zelf. Daarom noemt Skillen hem een populist. „Hij sluit aan bij een negatief gevoel van mensen, dat niemand luistert naar de gewone man en iedereen de werklozen negeert. Dat negatieve gevoel bestond al, maar hij buit dat wel uit.”

Droom

Het lijdt geen twijfel dat christenen in groten getale achter Trump staan, zo weet Skillens gelijknamige zoon, Jamie Skillen junior, onderzoeker aan Calvin College in Grand Rapids (VS). „Bij de rechtse Tea Party bestond 80 procent van de aanhang uit christenen, van wie meer dan de helft evangelicalen” (Bijbelgetrouwe christenen, EvV).

Skillen senior heeft daar een verklaring voor. Voor evangelicalen is de Bijbel alleen van belang voor het hiernamaals. „Voor deze wereld heeft het Evangelie weinig te zeggen. Voor de huidige werkelijkheid laten ze zich veel meer inspireren door de Amerikaanse droom: Amerika als leidende natie, als een licht voor de wereld, met een vrije markt en lage belastingen.”

In hun politieke visie zijn slechts enkele thema’s als christelijk te herkennen, zegt Skillen. „Dat zijn de bescherming van het ongeboren leven, de vrijheid van godsdienst en de veiligheid van de staat Israël. Bij dat laatste kun je je trouwens afvragen of de Israëlische staat in de Bijbel voorkomt, maar goed, die speelt een belangrijke rol in de eindtijdverwachting van de evangelicalen. Maar vrijwel nooit heb ik gezien dat deze mensen vanuit de Bijbel denken over milieubeleid.”

Door deze visie zijn evangelicale christenen bij uitstek ontvankelijk voor populisme. „Ze zien slechts een kleine rol voor de staat. En ze wantrouwen de federale overheid. Maar ze houden van Amerika. En ze denken dat Trump het Amerika bouwt waarvan zij houden.”

Met zijn vrouw passeert Skillen weleens een gebouw waarin die verschillende elementen perfect samenkomen. „Langs een van de snelwegen staat een grote wapenwinkel. Daarop prijken leuzen als ”Get your guns here” naast ”Jesus saves”. Terwijl voor mijn gevoel die twee dingen met elkaar botsen.”

Coalitie

Skillen junior heeft een verklaring voor het feit dat ook orthodoxe christenen zich inzetten voor vrij wapenbezit. In Amerika bestaan namelijk geen politieke partijen die mensen al in de jongerenbeweging laten meedenken over het beleid. Er zijn slechts twee grote bewegingen: de Republikeinen en de Democraten. Maar alle kandidaten zijn onafhankelijk en werven hun eigen campagnefondsen.

Skillen junior: „Gewone kiezers zijn nauwelijks actief in de partijen. Het zijn vooral belangengroepen die je daar ziet. De partijen zelf bestaan uit coalities van belangengroepen. Ik voel me zelf theologisch verwant aan de evangelicalen. Maar juist daarom verbaast het me dat Bijbelgetrouwe christenen samen optrekken met groepen die tegen immigratie zijn en met de National Rifle Association, die vecht voor het vrije wapenbezit. Je hoeft er niet vreemd van op te kijken dat zulke mensen pleiten voor het „goddelijk recht” op wapenbezit. Dat komt door die curieuze samenwerking.”

Dat 80 procent van de evangelicalen voor Trump stemde, maakte Skillen junior wel even sprakeloos. „Ik dacht dat deze christenen een hoge moraal verwachtten van bestuurders. Terwijl Trump die moraal niet weerspiegelt. Integendeel, hij is een heel platvloerse man. Maar ook nu nog heeft hij steun van 75 tot 80 procent van de evangelicalen. Ik begrijp dat nog steeds niet helemaal. Het botst met alle verwachtingen die ik had.”

De beste verklaring die Skillen junior daarvoor heeft gevonden, is dat christenen werden afgeschrikt door het alternatief: Hillary Clinton. „Evangelicalen hebben namelijk ook een soort nationale religie. Amerika is een gezegende natie. De grondleggers hebben de constitutie geschreven voor een christelijk volk, dat boventijdelijke idealen heeft. Ons gezegend volk heeft daarmee een missie in de wereld. Kortom, de echte Amerikaan is een christelijke Amerikaan. Welnu, dat beeld ging er natuurlijk steeds meer aan onder de Democraten. Om dat te voorkomen, koos men vanzelf voor iemand anders die dit oude Amerika wel wilde beschermen. Zijn liederlijke taal en gedrag nam men op de koop toe.”

„Midden-Europa heeft kwetsbare democratie”

De Poolse PiS-leider Jaroslaw Kaczynski kan weinig met de kritiek op zijn ingrepen bij de rechterlijke macht. Het enige wat hij ziet, is dat zijn Partij voor Recht en Gerechtigheid de helft van de zetels in het parlement heeft. Waarom zou het dan niet democratisch zijn als de regering haar hervormingen doorvoert?

„Typisch meerderheidsdenken”, zegt de Pool Andrzej Turkanik, directeur van het Quo Vadis Institute in het Oostenrijkse Salzburg. „Het is geen democratisch denken. In een echte democratie houdt de meerderheid rekening met minderheden.”

Is dit populistisch? Turkanik denkt van wel. „Je ziet het niet alleen in Polen, maar evenzeer in Hongarije. In dat land ligt het natuurlijk nog gevoeliger, want daar zijn belangrijke minderheden: de Roma en Sinti.”

Tegelijk heeft Turkanik veel begrip voor de Midden-Europese landen die vanuit de Europese Unie op de vingers worden getikt. „Zowel in Polen als in Hongarije zie je diepe teleurstelling over wat de liberale democratie heeft gebracht. Net als de Israëlieten die terug wilden naar Egypte, vluchten de Midden-Europeanen in nostalgie. De waarden van de PiS in Polen doen je enigszins denken aan die van je grootmoeder. Maar de mensen hebben er massaal vertrouwen in.”

Gezin

Voor christenen zijn vooral rechtse populisten verleidelijk, meent Turkanik. „Die komen op voor gezin en traditie. Zulke zaken spreken christenen aan. Linkse populisten spreken daar minder over.”

Datzelfde geldt voor het idee van een ”christelijk Europa”, dat bijvoorbeeld de Hongaarse premier Orban uitdraagt. „Christenen van alle richtingen blijken daar ontvankelijk voor. Het is natuurlijk ook geen leugen om te zeggen dat Europa is gebouwd op de christelijke cultuur. Maar Europa komt niet alleen voort uit Jeruzalem, maar evenzeer uit Athene en Rome. Liberalen beroepen zich met recht op de Griekse en de Romeinse beschaving.”

Turkanik maakt zich zorgen over de ontwikkelingen in Midden-Europa. „We zien de teleurstelling niet alleen in Polen en Hongarije, maar ook in kleinere landen als Tsjechië en Slowakije. En dit straalt uit naar Kroatië en zelfs Oostenrijk.”

In de communistische periode –die Turkanik zelf in Polen nog beleefde– kenden deze landen geen immigranten. Koloniën hebben ze nooit gehad, dus ook de invloed vanuit die landen kennen ze in Midden-Europa niet. Pas in 2015 werden veel landen massaal geconfronteerd met nieuwkomers.

„De democratie in deze landen is jong en kwetsbaar”, zegt Turkanik. „De mensen daar zien dat nieuwkomers moeilijk te integreren zijn, en dat maakt hen wantrouwend. President Macron mag dan wel kritiek hebben op Hongarije, maar Frankrijk is zelf ook niet het voorbeeld van geslaagde integratie. Dit speelt mensen die immigratie niets vinden in de kaart. ”

Christenen hinken vaak op twee gedachten, ziet Turkanik. „Enerzijds weten ze zich verplicht om migranten in nood te helpen. Tegelijk vinden ze het geboden dat een land grenzen heeft en dat de overheid die beschermt.”

Zijn eigen ervaring met Poolse protestanten –een heel kleine minderheid– is dat hun gevoel van burgerschap zwak is. „Ze houden zich het liefst stil en gaan vaak niet stemmen. Ze hebben weinig vertrouwen in de democratische instellingen. Misschien heeft dat met hun theologie te maken.”

Turkanik denkt dat Midden-Europa in een „overgangstijd” zit. „Eerst spraken we van een postcommunistische tijd. Maar misschien is dit wel een postdemocratische tijd. Duidelijk is in elk geval: het oude werkt niet meer.”

De confrontatiekoers waarvoor de Europese Unie tegen vooral Polen en Hongarije heeft gekozen, zal niet werken, denkt Turkanik. „Ik zou zeggen dat de partijen samen aan een ronde tafel moeten gaan zitten en naar elkaar moeten luisteren. Het gevoel dat ze gehoord worden, is zo belangrijk voor deze landen. Maar dat doet de EU niet.”

Discriminatie

De EU moet eens leren wat „subsidiariteit” is, zegt Miriam Lexmann. De Slowaakse is Europees directeur van het International Republican Institute (IRI). „EU-instellingen wekken veel te veel de indruk dat ze zich met alles mogen bemoeien. Dat zet kwaad bloed.”

Een recent voorbeeld is het rapport-Sargentini dat in het Europees Parlement is aangenomen tegen Hongarije. Daarin klaagt de GroenLinkspolitica Sargentini dat Hongarije een „restrictieve definitie van het gezin” heeft, wat „tot discriminatie kan leiden” van homo’s. Bovendien komen in schoolboeken nog altijd „genderstereotypen” voor van „vrouwen in de rol van moeder en echtgenote.” Deze verwijten vormen mede de grondslag voor de oproep van het EP om Hongarije het stemrecht te ontnemen.

Lexmann: „Dit rapport is in veel landen rond Hongarije voer voor populisten. Het wordt dagelijks besproken. Het ligt hier heel gevoelig. De EU-verdragen laten de omschrijving van huwelijk en gezin over aan de lidstaten. Als EP moet je dat respecteren. En je moet niet klagen als Hongarije, Slowakije en andere landen het homohuwelijk niet willen.”

Ze ziet in Midden-Europa veel irritatie over de EU. „Zelfs in Tsjechië –dat beslist geen religieus land is– vindt 40 procent van de mensen dat de EU tegen de christelijke waarden is.”

Lexmann is voorzichtig met het begrip populisme. „De trend is er wel in Midden-Europa, maar afhankelijk van hoe je het definieert.”

In haar eigen land Slowakije ziet ze dat juist actieve kerkgangers geen steun geven aan extreemrechts. „Ongeveer 20 procent van de bevolking bezoekt regelmatig de mis. Liberale media zeggen dat zij het zijn die extreemrechts steunen. Maar uit onderzoek blijkt juist dat rechts onder kerkgangers nul procent steun krijgt. Dat is opvallend.”

Wat is populisme?

Vraag meerdere deskundigen wat populisme precies is en je krijgt evenveel antwoorden. In de volksmond wordt het begrip veelal gebruikt om vooral rechtse politici aan te duiden die zich keren tegen immigratie. Maar er zijn ook voorbeelden van linkse populisten die zich profileren met sociale thema’s.

Belangrijk kenmerk van een populist is het veroordelen van de zittende macht. Hij wekt wantrouwen om zelf steun te krijgen. Hij pretendeert dat hij de echte volkswil vertegenwoordigt, in tegenstelling tot alle anderen. Dat er binnen een volk tegengestelde visies en belangen bestaan, erkennen populisten doorgaans niet.