Hollandfan keert terug in Duitse Bondsdag

2

De Duitse politicus Otto Fricke is liberaal en overtuigd christen. Zijn geloof gaf hem kracht toen zijn partij in 2013 uit de Bondsdag verdween, maar houdt hem ook met de beide benen op de grond nu het parlement weer lonkt.

In Duitsland is er geen politicus te vinden die enthousiaster is over Nederland dan Otto Fricke van de FDP (Freie Demokratische Partei). De liberaal spreekt niet alleen vloeiend Nederlands, hij was ook jaren voorzitter van de Duits-Nederlandse parlementariërgroep. In Nederlandse talkshows schoof hij met regelmaat aan om zijn land voor Nederlanders te duiden en zijn landgenoten te attenderen op de buurman in het westen – ver weg van regeringshoofdstad Berlijn.

In 2013 volgde een bittere verkiezingsnederlaag waarbij nota bene regeringspartij FDP jammerlijk de Bondsdag moest verlaten, nadat zij op een paar procentpunten na de kiesdrempel van 5 procent niet haalde. Fricke kreeg daarbij een centrale rol: hij werd aangesteld als ”liquidator” en was daarmee verantwoordelijk voor het afhandelen van het ontslag van 150 partijmedewerkers. Dat hakte er diep in, zegt hij nu.

De nederlaag werkte louterend voor de partij, maar ook voor hemzelf. „We hebben onszelf opnieuw moeten uitvinden. Dat is achteraf gezien niet alleen maar verkeerd.” Hij ging aan de slag bij een groot consultantskantoor in hartje Berlijn met uitzicht over de Spree. „Het was fijn om te merken dat ik ook buiten de politiek mijn draai kon vinden.”

Fricke werd in 1965 geboren in Krefeld, op nog geen 50 kilometer van Venlo. Zijn beide ouders zijn advocaat en zijn 79-jarige moeder kan het werken nog altijd niet laten, vertelt hij glimlachend. „Van mijn ouders heb ik dienstbaarheid ten opzichte van de klant geleerd. Daar heb ik de afgelopen jaren veel aan gehad.”

Maar ook het geloof dat hij van zijn ouders meekreeg, gaf hem kracht toen het moeilijk werd. De aftocht van het politieke toneel in 2013 was bijzonder zwaar. „Ik vroeg me af welk plan God met mij had.” Toch ziet hij juist daarin ook Gods hand. „Als ik nu terugkijk, kan ik zeggen: wilde ik werkelijk de mens zijn die ik in 2013 was? En wie was ik dan nu geworden?”

Liberaal

Niet iedere Nederlander zal de combinatie begrijpen: overtuigd christen en liberaal. Fricke kijkt vrolijk. „Maar dan heb je het liberalisme verkeerd begrepen. Het is niet de vraag of dat samen kan.” Hij laat een korte stilte vallen. „Het mag.”

En daarin is hij bepaald geen eenling. In 2013 telde de FDP 92 Bondsdagleden en daarbinnen vormde zich de overleggroep ”christenen in de FDP”. „We waren met 53 mensen. We hadden samen een gebedskring en ontbeten met elkaar.”

Het is voor hem volstrekt normaal om bij een partij te horen waar ook mensen werken die niets van de kerk moeten hebben. Hij discussieerde daarover met de inmiddels overleden Guido Westerwelle, oud-minister van Buitenlandse Zaken en trouw kerkganger. „Hij vond geloof een privézaak.” Fricke was het daar niet mee eens. „Het liberale antwoord moet zijn: geloof mág privé zijn.”

Christelijke politiek wordt vaak geassocieerd met ethische debatten over bijvoorbeeld abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Voor dat laatste werd in Duitsland afgelopen zomer onverwacht de deur opengezet.

Een slippertje van Merkel toen ze moe was, denkt Fricke, omdat de CDU het thema juist jaren buiten de agenda wist te houden. Toch is hij blij dat homo’s nu mogen trouwen in Duitsland. „Als twee mensen elkaar trouw beloven, moet de maatschappij dat toejuichen.” Tegelijk wil hij dat er ruimte is voor de mensen die daar anders tegen aankijken. Maar dat geldt wat hem betreft niet voor gewetensbezwaarde trouwambtenaren. „Als ambtenaar heb je de wet uit te voeren. Wanneer dat tegen je principes ingaat, dan moet je geen ambtenaar worden.”

Diezelfde Merkel wordt door nieuwkomer AfD verweten de joods-christelijke waarden te grabbel te gooien met het toelaten van honderdduizenden vluchtelingen; vaak moslims. Toch ziet Fricke de rechtsradicale partij niet als medestrijder voor de kerk. „Ze gebruiken deze identiteit puur om tegen de islam te kunnen zijn. Christelijke waarden zijn nooit tegen je, maar werken juist ten goede voor je. Daarom geloof ik ze op dit punt niet zo.”

Ook wijst hij op het antisemitisme dat oogluikend wordt getolereerd binnen de naar uiterst rechts opschuivende partij, die op 24 september naar alle waarschijnlijkheid voor het eerst zetels haalt in de Bondsdag. „Politici als Björn Höcke mogen ongestraft beweren dat het de vooruitgang van Duitsland schaadt als we te veel nadruk leggen op de Holocaust. Toen hebben veel Joden de partij de rug toegekeerd. De AfD heeft daar zijn ware gezicht getoond.”

Terug

In de peilingen gaan AfD en FDP gelijk op; ze liggen zo rond de 10 procent. Wanneer dat uitkomt, is dat voor de liberalen ongeveer een verdubbeling van het aantal stemmen in 2013, toen de teller bleef steken op 4,8 procent.

Fricke voelt verwantschap met de liberalen in Nederland en onderhoudt goede contacten. In de VVD herkent hij het economische beleid, bij D66 de strijd voor burgerrechten. Hij heeft goed gekeken naar hoe D66 zich wist te herpakken toen zij hard verloor: één stem, één leider, één idee. De FDP verloor niet omdat men haar ideeën verkeerd vond, zegt hij. „We waren een ”Chaotentruppe”. Mensen stemmen niet op een partij waar ruzie heerst.”

Tegelijk moet het debat levendig blijven binnen de partij, en dat ging makkelijker toen de liberalen in de luwte hun wonden likten. „We hadden geen geld voor grote partijcongressen. En dus ging de communicatie makkelijker en vooral digitaler. Toen de kranten niet over ons schreven, konden wij via sociale media onze thema’s inhoudelijk naar voren brengen en opnieuw opbouwen.”

Buren

Hoewel beide buurlanden veel gemeen hebben, klinkt vaak de klacht dat de interesse in de ander afneemt. Nederlanders volgen vaak de politiek in Washington nauwlettender dan wat er in Berlijn gebeurt. Fricke herkent dat wel. Na de oorlog hielden de Nederlanders hun buren argwanend in de gaten. Ook de val van de Muur droeg bij aan een verhoogde interesse.

Maar nu de relatie zo goed en normaal is, verslapt de aandacht. En dat is een gevaar, zegt hij. „Nederland realiseert zich onvoldoende dat het door de brexit economisch en qua mentaliteit niet meer centraal in Europa ligt.”

In een tijd dat iedereen Engels lijkt te spreken, verliezen Nederlanders hun Duitse taalvaardigheid. Jammer, vindt Fricke. „Waarom is Coca-Cola marktleider? Omdat het bedrijf ook pr-campagnes voert als het goed gaat met het bedrijf. Het is makkelijker om een beetje campagne te voeren als het goed gaat, dan het tij te keren wanneer het crisis is.”

De sleutel ligt volgens hem in Noord-Rijnland-Westfalen, de grootste deelstaat van Duitsland die zich qua omvang kan meten met Nederland. „Zijn haven is niet het Duitse Hamburg, maar Rotterdam. Het beseft hoe belangrijk Nederland is. Noord-Rijnland-Westfalen moet de woordvoerder voor de Nederlandse belangen in Berlijn zijn. Dus investeer daar in de relaties.”

Natuurlijk is het fijn wanneer op nationaal niveau Rutte en Merkel het goed samen kunnen vinden. „Maar een minister van Economische Zaken moet zich druk maken over de aanleg van glasvezel in bijvoorbeeld grensplaats Kleef. Dáár moet het goed gaan.”

Het kleine Nederland en het grote Duitsland moeten in Europa schouder aan schouder optrekken, zegt de FDP’er. Toch moet je de beide landen niet zien als een grote en een kleine broer, vindt hij. „Nederland is een veel oudere natie. Het puberende Duitsland heeft heel veel fouten gemaakt. Nu de broers volwassen zijn, valt het leeftijdsverschil weg en kunnen we samen echt veel bereiken.”

Dit is deel 1 van een tweeluik over de Duitse Bondsdagverkiezingen. Donderdag deel 2.