Hoe Jordanië met stille diplomatie rond Syrië veel bereikt

Wekelijks levert RD-correspondent Martin Janssen commentaar op actuele gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Vandaag: Jordanië als bemiddelaar tussen de Verenigde Staten en Rusland.

Jordanië is een van de landen die het hardst werden getroffen door de Syrische burgeroorlog. Door de ligging van het land, ten zuiden van Syrië, deelde het koninkrijk de veiligheidszorgen van buurland Israël. Een groot verschil met Israël was echter dat in Jordanië miljoenen Syrische en Iraakse burgers een veilig heenkomen zochten. Die vormen niet alleen economisch een zware last, maar doen ook een zware aanslag op de Jordaanse maatschappij.

Doordat Jordanië omringd wordt door regio’s vol conflicten zijn Jordaniërs in het algemeen voorzichtig en pragmatisch. Het land is gastvrij voor vluchtelingen uit de buurlanden: de afgelopen decennia vonden miljoenen Palestijnen er een plek, nu gevolgd door de Irakezen en Syriërs. Maar, vragen Jordaniërs zich onder elkaar af: waar kunnen wij naartoe gaan als hier iets gebeurt? Ze geven er daarom de voorkeur aan om zich verre te houden van conflicten in buurlanden, en dit geldt zeker voor de Syrische burgeroorlog.

De Jordaanse autoriteiten zijn echter wel actief met diplomatieke interventies, mede omdat de oorlog natuurlijk niet losstaat van de toekomst van Jordanië zelf. Zo zat Jordanië om de tafel tijdens de laatste internationale besprekingen over Syrië in de Kazachstaanse hoofdstad Astana. Ze spraken zich daar scherp uit tegen de voorgestelde stationering van Iraanse en Turkse militairen in het zuiden van Syrië, dus bij de Jordaanse grens.

Tijdens de G20-top, in juli, volgde daarop de aankondiging van een staakt-het-vuren in zuidelijk Syrië. Dat was duidelijk wél naar de zin van de Jordaanse autoriteiten. Beter gezegd: wellicht had Amman hier een belangrijke rol in als intermediair tussen Rusland en de Verenigde Staten. Jordanië is zich er sterk van bewust dat er geen oplossing in Syrië mogelijk is zonder samenwerking tussen beide grootmachten en werkt daarom aan goede betrekkingen met beide.

De Jordaanse vorst Adullah was een van de eerste wereldleiders die na de verkiezingsoverwinning van president Trump naar Washington vlogen om hem te feliciteren. Tegelijk haalde de vorst de afgelopen periode de relaties met Rusland aan. Hij reisde enkele malen naar Moskou om met president Poetin de situatie in Syrië te bespreken én de Jordaanse zorgen hierover uiten.

Uit berichten in Arabische media blijkt dat Rusland, de Verenigde Staten en Jordanië sinds mei onderhandeld hebben in de Jordaanse hoofdstad Amman. Jordanië was het podium waarop gewerkt werd aan consensus over Syrië tussen Moskou en Washington. En met succes, zoals zou blijken uit de wapenstilstand in zuidelijk Syrië.

Jordanië vergat daarbij ook het eigenbelang niet: het land stelde als harde eis dat er in zuidelijk Syrië geen Iraanse militairen of leden van Hezbollah gestationeerd worden. Hiervoor was Russische druk op Iran noodzakelijk.

De conclusie moet wel zijn dat de stille Jordaanse diplomatie werkt.