Hoe het fascisme in Italië blijft opduiken

beeld AFP, Tiziana Fabi
3

Italië voerde in 1938 rassenwetten in om Joden uit het publieke leven te bannen. Voor velen is dat het enige smetje op Mussolini’s blazoen. Mussolini-souvenirs doen het goed.

Als de Italiaanse leider Benito Mussolini in 1938 nu eens níét zijn oren had laten hangen naar zijn omgeving om vervolgens de rassenwetten in te voeren, dan zou het fascisme nog altijd een prima imago hebben. Dat is wat veel Italianen denken. „Het valt niet te ontkennen dat Benito Mussolini veel goede dingen heeft gedaan, zoals de introductie van het pensioensysteem. Ook kan niemand ontkennen dat de moerassen zijn drooggelegd”, zei Matteo Salvini, de huidige vicepremier, in januari. „De rassenwetten waren natuurlijk wel waanzinnig.”

Het is tachtig jaar geleden dat het Italiaanse parlement rassenwetten introduceerde. In juli 1938 werd de publicatie ”Razza ariana italiana” (”Het Italiaanse arische ras”) uitgegeven. Het document, geschreven door tien hoogleraren, stelde dat de bevolking van Italië in meerderheid van arische oorsprong is en dat er een puur Italiaans ras bestaat.

Joden behoorden uiteraard niet tot dat ras en zouden als enige bevolkingsgroep bovendien nooit in Italië zijn geassimileerd. Ook werd gesteld dat het fysieke en psychologische karakter van Italianen op geen enkele manier mag worden veranderd. In augustus verscheen daarop het eerste nummer van het antisemitische tijdschrift ”La difesa della razza” (”De verdediging van het ras”), dat tot 1943 elke twee weken zou verschijnen.

De beide uitgaven waren de opmaat voor de eerste rassenwetten van september 1938. Die verboden Joden om naar school te gaan of voor de klas of collegezaal te staan. Daarop volgde op 17 november een konkinklijk besluit dat gemengde huwelijken tussen Joden en „Italiaanse burgers van het arische ras” verbood. Joden mochten evenmin nog in militaire dienst gaan of huisbediende zijn in niet-Joodse gezinnen. Ook kwam er een verbod voor Joden om nog langer bij de overheid, banken en verzekeringsmaatschappijen te werken.

Verrassing

Het was daarmee nog niet afgelopen. In 1939 kwamen er nog meer beperkingen die Joden weerden uit beroepen als journalist, arts-chirurg, apotheker, dierenarts, verloskundige, advocaat, ondernemer, accountant, ingenieur, architect, chemicus, landmeter, landbouwdeskundige, industrieel expert enzovoort. Buitenlandse Joden, voornamelijk vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk, werden gesommeerd te vertrekken. Italië telde toentertijd zo’n 45.000 Italiaanse Joden.

De rassenwetten kwamen in zekere zin als een verrassing. Het fascistische regime was nationalistisch, maar in aanleg niet antisemitisch en racistisch. Mussolini was voor zover bekend ook niet anti-Joods. Hij onderhield bijvoorbeeld jarenlang een relatie met een Joodse vrouw.

In elk geval was Mussolini voor 1938 niet erg bezig met het „Joodse vraagstuk”, zo blijkt uit bronnen. „Natuurlijk bestaat er geen zuiver ras meer, zelfs het Joodse ras niet. Uit het mengen komt juist vaak de kracht en de schoonheid van een natie. Ras is een gevoel, geen realiteit. Nationale trots heeft geen behoefte aan rassenwaan”, zei Mussolini in 1932 tegen de Joodse journalist Emil Ludwig. In het begin van de jaren 30 werd Mussolini door het Westen gezien als een nuttige pion. Het regime van Mussolini beloofde immers orde en vooruitgang in Italië te scheppen en het communisme op afstand te houden.

Verharding

Maar die houding veranderde. In 1936 veroverde Italië Abessinië, grofweg het huidige Ethiopië, en voegde het bij het Italiaanse keizerrijk. De prijs was hoog. De internationale gemeenschap legde sancties op aan Italië. Alleen Duitsland en Japan erkende de nieuwe machthebbers van het Oost-Afrikaanse land.

Ook de Joodse gemeenschap toonde zich kritisch. „Tijdens de oorlog in Afrika stelden Joden in Amerika en Engeland zich tegen ons op. Mussolini heeft deze vijandige houding niet gewaardeerd”, zei koning Vittorio Emanuele III later tegen een minister. Mussolini zou meer dankbaarheid hebben verwacht, omdat hij de grenzen had opengezet voor Joden die probeerden te ontkomen aan vervolging in Duitsland en Oostenrijk.

Het internationale isolement trof Mussolini onaangenaam hard. Dat heeft hem mogelijk nog meer in de armen van Hitler gedreven. In mei 1938 kwam Hitler voor een staatsbezoek naar Rome. Er zijn geen bewijzen dat Hitler expliciet aan Mussolini heeft gevraagd om rassenwetten in te voeren. Maar het feit is dat een paar maanden later de eerste maatregelen tegen Joden werden genomen.

De rassenwetgeving was mogelijk ook ingegeven door de vraag hoe Italiaanse burgers in Afrika moesten omgaan met de autochtone bevolking van nieuwe koloniën zoals Abessinië. Mussolini beklaagde zich eens in een telegram aan de vicegouveneur van Eritrea over het feit dat een Italiaanse officier was gezien terwijl hij kaart speelde met een inheemse man. „Ik betreur op ernstige wijze zulke vertrouwdheden.” In 1937 werden er wetten uitgevaardigd tegen gemengde huwelijken tussen Italianen en Afrikanen.

Vervolging

Volgens de Loe de Jong van de Italiaanse geschiedschrijving over het fascisme, Renzo De Felice, is Mussolini in zijn antisemitisme sterk beïnvloed door zijn entourage. „Mussolini was omringd door personen die grotendeels antisemitisch waren of die op zijn minst vooroordelen koesterden tegenover de Joden”, noteerde hij.

In september 1940 ondertekende Mussolini een decreet om te komen tot meer dan veertig interneringskampen voor Italiaanse antifascisten: burgers uit vijandige landen, buitenlandse Joden en zigeuners. Tot Jodenvervolging zoals we die kennen van de nazi’s was het toen nog niet gekomen. Pas toen het fascistische regime in de zomer van 1943 viel en de Duitsers Italië bezetten, waren Joden nergens meer veilig.

In oktober 1943 pakten de nieuwe autoriteiten de inwoners van het getto van Rome op, om ze naar Auschwitz af te voeren. Van de meer dan 1020 mensen zouden slechts 16 het overleven. In de Republiek van Salò, een kleine marionettenstaat in Noord-Italië (1943-1945), hielpen de autoriteiten bij de Jodenvervolging. Er was een concentratiekamp, bij Trieste, waar ongeveer 5000 mensen werden vergast.

Verwerking

Na de oorlog moest Italië zich verhouden tot het fascistische verleden. De christendemocraten en de communisten die het naoorlogse Italië opbouwden, hielden het erop dat Mussolini het land in de oorlog had gestort aan de zijde van de verkeerde bondgenoten. Het verzet en de geallieerden stonden naderhand aan de goede kant. Maar Italië had het fascisme overwonnen, zo klonk het.

In de jaren vijftig kwam er een wet die het propageren van (neo)fascisme strafbaar stelden. In de praktijk stelt de wet echter weinig voor. Symbolen van het fascisme zijn zonder veel moeite in het straatbeeld op te merken. In Rome zijn ontelbare fasces (een roedenbundel met bijl: het fascistische symbool) en opschriften die verwijzen naar Mussolini te zien. Een neofascistische partij, die in 1946 werd opgericht, bleef gewoon bestaan.

In 2017 werd de wet op de fascistische propaganda nog aangescherpt. Sindsdien zijn ook fysieke symbolen van het fascisme en het nazisme verboden, zoals de Romeinse groet: het equivalent van de Hitlergroet. De huidige regeringspartners, Lega Nord en de Vijfsterrenbeweging, stemden overigens tegen de nieuwe wet.

In de praktijk heeft ook deze nieuwe regel nauwelijks consequenties. Nieuwe neofascistische partijtjes, die alleen in naam niet fascistisch zijn, kunnen openbare bijeenkomsten houden. Te denken valt aan Casa Pound, waarvan de aanhang voor de landelijke verkiezingen eerder dit jaar zonder problemen met tientallen partijvlaggen door het centrum van Rome trok. In Predappio, de geboorteplaats van Mussolini, kunnen aanhangers bovendien zonder moeite een Romeinse groet brengen bij diens graf. In de winkels zijn fascistische souvenirs te koop.

Het tijdperk-Mussolini is in Italië nog altijd niet afgesloten.

Mussoliniwijn

In Rome is op een slordige 200 meter van het ministerie van Buitenlandse Zaken sterke drank te koop met een portret van Mussolini erop. De wijnhandel heeft ook flessen liggen met Hitler op het etiket. De verantwoordelijke wijnproducent, Andrea Lundardelli, zegt dat de lijn gezien moet worden als „historisch vermaak.” Hij zou er op verzoek van een klant mee zijn begonnen.

Een stop op de verkoop is onwaarschijnlijk. Vicepremier Matteo Salvini nam eerder dit jaar zelf een lijfspreuk van Mussolini over: ”Veel vijanden, een groot genoegen”. „Het overnemen van zulke citaten past in Salvini’s communicatiestrategie, maar is daarmee nog geen fascisme”, meent historicus Marco Gervasoni van de Romeinse Luissuniversiteit echter. „Het gaat erom telkens in het centrum van de aandacht te staan, en te polariseren.” En dat heeft kennelijk niets van doen met rassenwetten.