Hoe de kerk in Zuid-Korea stopte met groeien

De Yoido Full Gospel Church begon in 1958. De kerk diende vooral arme arbeiders die naar de hoofdstad Seoul kwamen. In zestig jaar groeide de gemeente uit tot de grootste megakerk ter wereld.  beeld wvxu.org
2

Zuid-Koreaanse jongeren keren de kerk de rug toe. Lange tijd was het land hét voorbeeld van de snelle groei van het christendom. De kerken zenden tienduizenden zendelingen uit. Zuid-Korea telt tientallen megakerken, waaronder de grootste kerkgemeenschap ter wereld. Maar de groei is eruit.

„God is niet altijd in de storm, ook spreekt Hij niet altijd met een stille, zachte stem. Die avond in Pyongyang kwam Hij tot ons met het geluid van geween”, schreef de Amerikaanse zendeling William Blair. „Toen het gebed verderging, kwam er een zware geest van berouw over de zonde over de aanwezigen. Aan één kant begon iemand te huilen en een moment later huilde de hele menigte.”

Blair (1876-1970) blikte in zijn boek ”De opwekking in Korea en het lijden dat volgde” terug op een geestelijke opwekking op een maandagavond in 1907 in –het dan nog ongedeelde– Korea.

Hoewel Blair voorzichtig schrijft uit angst voor een eenzijdige focus op opwekking („Ik hoop het nooit meer mee te maken, tenzij God het echt noodzakelijk vindt”) zijn de gevolgen merkbaar op het Aziatische schiereiland. Zijn er in 1905 zo’n 35.000 Koreaanse christenen, vijf jaar later zijn dat er meer dan 200.000.

Op een bevolking van 13 miljoen inwoners is het christendom aan het begin van de vorige eeuw met 2 procent echter nog altijd een kleine minderheid in Korea. Daar komt verandering in na de Tweede Wereldoorlog. Massaal bekeren de Zuid-Koreanen –het land valt in 1953 uiteen– zich tot het christendom. Er wordt gesproken van een ”conversion boom” (bekeringspiek). Rond 2005 identificeert bijna een derde van de Zuid-Koreanen zich als christen.

Het land is daarmee een voorbeeld geworden van de explosieve groei van het christendom in Azië. Zes van de tien grootste kerken ter wereld staan in Zuid-Korea. Het land is –na de Verenigde Staten– het tweede land ter wereld in het aantal zendelingen dat wordt uitgezonden.

Afhaken

Maar de laatste jaren vertonen een ander beeld. De groei van de Zuid-Koreaanse kerken is niet alleen gestagneerd, maar neemt sinds een paar jaar ook af. De drie grootste presbyteriaanse kerken verliezen leden (zie: ”Presbyteriaanse kerken krimpen”).

Het zijn met name de jongeren die afhaken. Terwijl in 2005 46 procent van de Koreaanse twintigers zichzelf als religieus beschouwde, was dat in 2015 gedaald tot 31 procent.

„Helaas” herkent prof. Yong-joon Choi (58), hoogleraar aan de Handonguniversiteit in het Zuid-Koreaanse Pohang, de ontwikkelingen. „Veel jonge christenen stoppen met het bezoeken van een kerk wanneer zij aan de universiteit gaan studeren. Een heel aantal van hen verliest het geloof.”

Ook Jae-youn Kim (50), hoogleraar dogmatiek aan het Korea Theological Seminary, ziet met name onder studenten het kerkbezoek sterk teruglopen. „Zelfs als zij komen, hebben ze na de dienst veel haast om te vertrekken om weer verder te studeren.”

Geboortecijfer

Terughoudender is Doohyeok Jeong (37), promovendus aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, in het beoordelen van de situatie in zijn thuisland. Hij woont voor zijn onderzoek een aantal jaren in Nederland, maar hoopt volgend jaar naar Zuid-Korea terug te keren om daar zijn promotietraject af te ronden. Jeong ziet secularisatie in zijn land, maar wil de teruglopende cijfers niet in de eerste plaats zien als „kerkelijk probleem. Het gaat vooral om een teruglopend geboortecijfer. Steeds minder jongeren willen trouwen en als zij trouwen, willen ze geen kinderen krijgen.”

De teruglopende geboortegroei kan een oorzaak zijn van het wegvallen van een jongere generatie in de Zuid-Koreaanse kerk. Er zijn echter meer factoren te noemen. „Secularisatie, postmodernisme, een relativistische wereldvisie zoals in de dagen van de Richteren”, zegt prof. Choi. „Daarbij komt dat veel kerken te weinig aandacht schenken aan gedegen, systematisch onderwijs, bijvoorbeeld door de Heidelbergse Catechismus. Jongeren krijgen daarmee onvoldoende een christelijke visie op de wereld aangereikt.”

Zuid-Korea kende in de tweede helft van de vorige eeuw een stormachtige economische groei. Het land heeft de elfde economie ter wereld. De ontwikkelingen brachten de Zuid-Koreanen welvaart, maar legden in de cultuur ook „waarden die op succes gericht zijn”, stelt prof. Kim. „Veel jongeren volgen kritiekloos deze waarden. Zij zien studie als hét middel om succes te halen. Omdat hun ouders er vaak dezelfde ideeën op nahouden, zijn die niet in staat om de christelijke waarden over te dragen aan hun kinderen.”

De studiedruk die jongeren ervaren, botst met het –soms veeleisende– beroep dat kerken op hun leden doen. Bekend zijn de dagelijkse gebedsbijeenkomsten om vijf uur ’s ochtends.

Promovendus Jeong werkte als voorganger in verschillende Zuid-Koreaanse gemeenten. Ook hij zag hoe de druk om te studeren jongeren wegtrekt bij de kerk vandaan. „Studenten zijn bang dat als zij niet naar de universiteit kunnen, zij in armoede terecht zullen komen. En hun ouders bevestigen hen in dat idee. Toen ik werkte als studentenpredikant in een gemeente, heb ik eens twee leerlingen die zaten te studeren, op zondag opgehaald omdat ik hen miste op de zondagsschool. Hun ouders waren zo boos op mij, dat ze een andere kerk zochten.”

Schaamtecultuur

De krimp van kerken roept ook de vraag op in hoeverre het christendom werkelijk wortel kon schieten in de Zuid-Koreaanse cultuur. „Onze kerk heeft een stormachtige kwantitatieve groei doorgemaakt, maar ik betwijfel of de christelijke levensvisie werkelijk een plaats heeft gekregen in de Koreaanse levensstijl”, zegt prof. Choi. „De schaamtecultuur en invloeden uit het sjamanisme zijn nog altijd aanwezig.” Prof. Kim wijst ook op de invloed van andere religies. „Vergeleken met het boeddhisme en confucianisme is het christendom onvoldoende geworteld in de cultuur.”

De moeizame verhouding tussen protestanten en boeddhisten rond de eeuwwisseling kan ook een factor zijn in de kerkverlating. De harde lijn die sommige protestantse kerken daarin kozen, riep bij een jongere generatie verzet op.

Misstappen

Verschillende kerken in het land kennen een sterke leiderschapscultuur. Gemeenteleden zien naar leiders op, maar kunnen hen ook verdedigen bij misstappen. De jongere generatie kan minder goed leven met deze vorm van leiderschap.

In de afgelopen maanden was Myungsung, de grootste megakerk van Seoul met ruim 100.000 leden, regelmatig in het nieuws. De voorganger en oprichter van Myungung, Sam-hwan Kim, wilde zijn leiderschap overdragen aan zijn zoon Ha-na Kim. Er ontstond verzet, onder meer onder studenten, tegen deze vorm van „erfopvolging.” Desondanks sprak de kerkelijke rechtbank van de kerk in september uit dat de opvolging rechtmatig was.

De zaak deed het vertrouwen in de kerk geen goed, zegt prof. Kim. Critici laakten het gebrek aan transparantie. „Ook wekte de zaak de indruk van een machtsspel, waarbij de kerk in de greep van weelde zou zijn gekomen. Deze en andere incidenten verzwakken de positie van het christendom in Zuid-Korea en zorgen ervoor dat de kerk geen helder geluid kan laten horen.”

Misstanden rond kerkelijke leiders waren voor Jeong aanleiding om zich in zijn promotieonderzoek bezig te houden met de kerkelijke tucht. Na een studie over de 16e eeuw wil Jeong een „toepassing” maken naar de huidige Zuid-Koreaanse praktijk. „De ethische standaard in ons land is hoog, zeker als het gaat om leiders, zoals predikanten. Als die vervolgens in zonden vallen, leidt dat tot teleurstelling. Vaak is kerkverlating dan het gevolg.”

De vermaning zoals die in de tucht plaatsvindt, functioneert onvoldoende in de Zuid-Koreaanse kerken, signaleert Jeong. „In onze cultuur is het niet echt geaccepteerd iets aan te merken op het gedrag van een ander. Wij moeten leren om in de kerken de vermaning weer toe te passen. Ik ben ervan overtuigd dat onze kerkelijke situatie daarmee gezonder zal worden.”

Urgentie

De kerkverlating onder jongeren blijft niet onopgemerkt in de Zuid-Koreaanse kerken. Meerdere gemeenten zetten in reactie op de ontwikkelingen in op toerusting aan ouders en het stimuleren van de huisgodsdienst. Ook digitale mogelijkheden om jongeren te bereiken, worden onderzocht, vertelt Jeong. „Veel Zuid-Koreaanse jongeren gamen. Vanuit kerken is daarom een game ontwikkeld waarmee de jongeren bijvoorbeeld de catechismus kunnen leren.”

Toch is de urgentie van de kerkverlating nog onvoldoende doorgedrongen, vindt prof. Choi. „Veel kerken blijven te veel hangen in conservatisme, ze lijken in hun geslotenheid meer en meer op een ghetto. De kerken bekritiseren wel de seculiere cultuur die oprukt, maar bieden geen Bijbelse antwoorden op deze ontwikkelingen.”

Stadsgezicht van Seoul. De verlichte kruizen op kerken zijn een bekend tafereel in de Zuid-Koreaanse hoofdstad. beeld AFP, Ed Jones

Presbyteriaanse kerken krimpen

Zuid-Korea telt ruim 51 miljoen inwoners. Een meerderheid van de bevolking (57 procent) zag zichzelf in 2015 als ”niet-religieus”. Het christendom is de grootste religie in het land. Een vijfde van de Zuid-Koreanen is protestants, zo’n 8 procent is rooms-katholiek. De tweede godsdienst is met ruim 15 procent van de inwoners het boeddhisme.

De meeste protestanten zijn presbyteriaans en hanteren de Westminder Confessie als belijdenis. De drie grootste presbyteriaanse kerkgenootschappen zagen recent hun ledental dalen.

Hapdong, de grootste presbyteriaanse kerk, telde in 2011 zo’n 2,9 miljoen leden. In 2019 waren dat er 2,7 miljoen.

De tweede kerk van Zuid-Korea, Tonghap, was tot 1959 één met de conservatievere Hapdongkerk. De kerken scheurden echter over een verschil van inzicht rond de oecumene en deelname aan de Wereldraad van Kerken. De Tonghapkerk zag het aantal kerkleden dalen van 2,8 miljoen in 2013 tot een kleine 2,6 miljoen in 2018.

De kleinere gereformeerde Kosinkerk had in 2006 zo’n 500.000 leden, in 2017 waren dat er 452.932.