Hoe de jihadisten rond een kruisvaarderskasteel vielen

Verwoestingen in al-Hosn, met op de achtergrond Krak des Chevalies. beeld Reuters, Omar Sanadiki
2

De jihadisten die in Syrië probeerden om president Assad weg te krijgen, bijten op steeds meer plaatsen in het stof. Maar daarmee is het niet afgelopen. Nu Assad in grote delen van het land de winnaar van de strijd blijkt te zijn, wordt de rekening gepresenteerd.

Naar Krak des Chevaliers? De militairen bij de wachtpost kijken bedenkelijk en houden de slagboom gesloten. Krak des Chevaliers mag dan wel een wereldberoemd kruisvaarderskasteel zijn uit de Middeleeuwen, het ligt ook midden in een gebied waar beperkingen gelden – zeker voor buitenlanders. Aandringen helpt weinig. Een telefoontje plegen met een hogere officier mag wel. En dat zet zoden aan de dijk. De buitenlandse bezoeker mag verder.

Achter de slagboom slingert de weg omhoog naar de top van de berg. Daar ligt het kasteel. Maar daarvoor, halverwege de helling, ligt het dorp al-Hosn. Dat dorp is de reden van de aanwezigheid van militaire wachtposten. Het is vanouds een soennitisch bolwerk. Hier wonen al eeuwenlang afstammelingen van Turkmenen – mogelijk al sinds de verovering van het kasteel door de Mammelukken in de dertiende eeuw (zie ”Krak: hét symbool van de kruistochten”).

Maar anno 2018 is het dorp nog slechts een schim van zichzelf. Huis na huis is ingestort of minstens zwaar beschadigd. Aan de rechterkant van de weg staat een huis waarvan de voorgevel er grotendeels uitligt. Maar daarachter, op de eerste verdieping, staat een tafel, er staan stoelen, er zijn sporen van bewoning. De was wappert in de zon.

De school is net uit en kinderen lopen op straat, op weg naar hun huis. Er lopen jochies van een jaar of zeven – die even oud zijn als de oorlog in Syrië. Voor hen zijn er geen andere herinneringen dan oorlog.

Krak

Wadi al-Nasara

Vrijwel alle kinderen in Syrië weten van dichtbij wat oorlog is. Maar de kinderen van al-Hosn betalen een dubbele prijs vanwege het simpele feit dat ze achter de slagboom geboren zijn. Hun dorp ligt in een vallei waar verder vrijwel uitsluitend christelijke dorpen liggen, zoals Marmarita en al-Huwash. Die dorpen liggen er prima bij: schade aan huizen door de oorlog is er vrijwel niet. De Wadi al-Nasara, zoals deze regio heet (ofwel Vallei der Christenen), heeft de oorlog wonderlijk goed doorstaan.

Behalve al-Hosn dus. Dat is een vrijwel volledig soennitische plaats met zo’n 9000 inwoners in een verder christelijke regio. Vanuit dit uit z’n kluiten gewassen dorp werd president Assad jarenlang dwarsgezeten. Groepen jihadisten, die vooral aan Jabhat al-Nusra waren gelieerd, zochten er hun onderkomen. Totdat Assad de rekening vereffende.

De Slag om al-Hosn had plaats op 20 maart 2014: een datum die in het geheugen van de inwoners staat gegrift. ’s Morgens bij zonsopgang nam de Syrische luchtmacht het dorp en het bijbehorende kasteel onder vuur. De weg die van al-Hosn naar de grens met Libanon loopt werd razendsnel door het leger bezet. Ontsnappen was er niet meer bij voor de naar schatting 300 jihadisten die zich in het dorp en in de burcht verscholen.

Vroeg in de middag van dezelfde dag slaagden de Syrische militairen erin om het dorp en het kasteel in handen te krijgen. Binnenin het eeuwenoude slot werd een twaalftal jihadisten gedood, onder wie twee commandanten. Andere rebellen werden gedood toen ze probeerden te ontkomen naar Libanon – naar schatting tussen de veertig en de honderd.

Teruggepakt

Nu, alweer bijna vijf jaar later, zijn de doden allang begraven. Maar de schade aan de gebouwen en andere structuren zijn nog altijd even groot – alsof de Slag om al-Hosn vorige week plaatshad. En vermoedelijk zal dat nog jaren zo blijven. Het herstellen van soennitische dorpen die jihadisten hebben gehuisvest heeft niet bepaald de hoogste prioriteit in het Syrië van president Assad.

De les die Assad met behulp van zijn leger onderwijst is helder: dit is de prijs voor het aanhangen van radicale ideeën. Wie jihadist is of jihadisten steunt, moet niet raar opkijken wanneer hij op een dag wordt teruggepakt.

Medelijden met dit dorp en zijn inwoners is er weinig. Heel wat christenen in de omgeving vinden het volstrekt logisch dat dit is gebeurd. De soennieten zijn in hun eigen zwaard gevallen, zoveel is voor hen helder.

Ze wijzen erop dat de vernietiging van al-Hosn niet alleen een gevolg is van de oorlog. De oorzaken liggen al ver daarvoor. Een Syrische predikant die in de regio is opgegroeid, vertelt hoe de soennitische islam de laatste decennia gestaag aan invloed won in de regio. „Met hulp van geld uit de Golfstaten”, weet de voorganger.

Hij rijdt naar een moskee buiten het dorp al-Hosn, dus feitelijk in christelijk gebied. Het is een van de weinige moskeeën in de Vallei der Christenen en het gebouw valt nogal uit de toon tussen de kerken en kloosters. „Die moskee is door mensen uit het dorp gebouwd”, weet de predikant. „Zo hebben ze jaar na jaar hun invloed in de vallei proberen uit te breiden.”

Die strategie leek aanvankelijk te werken. Tot halverwege de oorlog, toen de kansen keerden en de soennitische rebellen de overwinning zagen verdampen. Syrië zou geen soennitische staat worden, geen onderdeel van een kalifaat. In plaats daarvan restte voor veel soennieten slechts een vlucht naar elders of een bestaan dat nog verder in de marge is gedrongen dan ooit tevoren.

En dus is al-Hosn een troosteloos dorp geworden. Waar de rest van de Vallei der Christenen een kalme rust en zelfs een zekere welstand uitstraalt, is al-Hosn als een etterend gezwel.

Toeristische marktwaarde

Het dorp is zo bezien een schets op miniatuurniveau van de situatie in het hele land. Er zijn tientallen nederzettingen en stadswijken zoals al-Hosn. Ze werden stuk voor stuk door Assad gedwongen tot óf de totale, compromisloze overgave óf tot de totale, eveneens compromisloze vernietiging.

In al-Hosn werd het de laatste optie. Hoewel de met oliegeld betaalde moskee er nog staat, is het met de soennitische invloed gedaan. „Ze hebben er zwaar, heel zwaar voor betaald”, zegt de predikant. Hij wijst om zich heen aan de rand van het dorp. Daar staan uitgebrande winkelpanden. Voorheen in handen van de inwoners van al-Hosn, maar nu ruïnes. „Alles is geplunderd. Door iedereen die geen soenni is.”

Het enige dat nog redelijk ongeschonden uit de strijd is gekomen, is het eeuwenoude kasteel bovenaan de berg – hoewel juist daar de meeste jihadisten verschanst zaten. Het bleek net als in de tijd van de kruisvaarders nog altijd een moeilijk te nemen burcht.

Hier en daar zijn delen van muren en van het dak ingestort, maar de schade is niet zo immens als in het dorp. Assad heeft in zijn pogingen om deze streek te zuiveren van ongewenste elementen blijkbaar rekening gehouden met de enorme cultuurhistorische waarde van dit monument – wellicht met in het achterhoofd de gedachte dat het kasteel óók een toeristische marktwaarde inhoudt voor het Syrië van straks.

Het is stil op het voorterrein van de burcht. Voor 2011 kwamen hier hordes toeristen. Vandaag de dag is er niemand, alleen al omdat onduidelijk is of alle mijnen die de jihadisten hier tot 2014 hebben neergelegd, ook daadwerkelijk zijn weggehaald.

De poort, die ontsierd wordt door talloze kogelinslagen, is open. Er is een verstofte balie waar ooit duizenden toegangskaartjes werden verkocht, maar die ligt er verlaten bij. Dan klinken er stemmen. Er zijn hier tóch mensen. Door de donkere gangen van het kasteel komen ze aangelopen. Eén van hen is de beheerder. Hij staat erop om een officieel kaartje te verkopen.

De ander is een suppoost. Hij werkte vóór de oorlog hier in het kasteel als gids. Hij laat het restantje boeken zien dat hij nog altijd heeft over het kasteel – allemaal in het Italiaans. En hij heeft ansichtkaarten. Maar de vraag is of zijn handel ooit nog zal opbloeien. De man is veranderd – mentaal en lichamelijk aangetast door de oorlog. Hij gedraagt zich schichtig en laat een groot litteken zien op zijn gezicht, veroorzaakt door een mes.

Dat komt door Jabhat al-Nusra, zo doet hij uit de doeken terwijl hij door de gangen van de kruisvaardersburcht loopt. Hij werd overvallen door hun komst en werd mishandeld omdat hij geen soennitische moslim is. Hij wijst het getraliede hok waar hij een maand lang werd vastgehouden. Hij doet voor hoe ze hem boeiden, de handen op de rug, en loopt gekromd door de gangen, als een nog altijd gekooid dier.

Vandaag de dag is de oorlog in de kruisvaardersburcht Krak achter de rug. Maar in deze man gaat de oorlog waarschijnlijk levenslang door. Een lot dat hij, cynisch genoeg, deelt met zijn voormalige vijanden, de soennitische jihadisten.

>>rd.nl/krak voor een video

Symbool van de kruistochten

Wie aan de Europese middeleeuwen denkt, ziet al snel beelden voor zich van kastelen en ridders. Europeser kan haast niet. Maar toch komt het oermodel voor veel van die ridderburchten niet uit Europa. Dit oermodel is Krak des Chevaliers in het zuidwesten van Syrië. ”Krak” is Armeens voor burcht, ”chevaliers” zijn ridders in het Frans. Lokaal spreken mensen vaker van Qalat al-Hosn: het kasteel van al-Hosn, zoals het naastgelegen dorp heet.

De fundamenten voor het latere kasteel Krak des Chevaliers werden rond 1030 gelegd door de emir van Aleppo. Tijdens de Eerste Kruistocht, in het jaar 1099, werd die vroege burcht overmeesterd door de kruisridders onder aanvoering van de graaf van Toulouse. Het zou ruim 170 jaar in westerse handen blijven. In die tijd werd het uitgebouwd tot het machtige fort dat het nog altijd is. Vooral de Hospitaalridders, later bekend als de Maltezer Orde, hebben het kasteel op allerlei manieren versterkt en vergroot. Het werd een voorbeeld voor tal van burchten die in die tijd in West-Europa werden gebouwd.

Krak viel uiteindelijk in 1271 onder aanhoudende aanvallen van de Mammelukken. De kapel die de kruisridders op het terrein hadden gebouwd, werd omgevormd tot moskee.

De belangstelling voor Krak taande naarmate de kruistochten verder in het verleden kwamen te liggen. Pas in de 19e eeuw herleefde de interesse en in 1933 kwam de burcht onder directe Franse controle. Na de Tweede Wereldoorlog, toen Syrië onafhankelijk werd, nam de Syrische regering het beheer over.