Het is afzien aan de Spaanse kust

Buitenland
Medewerkers van het Rode Kruis maken voedselpakketten klaar. beeld Lex Rietman
3

In de Spaanse kustplaats Salou, een populaire bestemming voor zon- en strandvakanties, lijden veel inwoners zwaar onder de coronamaatregelen. Toeristen blijven weg, winkels zijn dicht. „Of er honger is in Salou? Ja, absoluut.”

„In drie maanden heb ik alles verloren.” Het kost haar moeite, maar toch wil Monica haar verhaal vertellen. Voor het eerst in haar leven staat ze in de rij voor een voedselpakket van Caritas in Salou, de populaire badplaats aan de Costa Daurada. „De toestand bij mij thuis is behoorlijk kritiek”, zegt ze met gebroken stem vanachter het mondkapje dat de helft van haar gezicht bedekt. Een paar grote, vochtige ogen steken er amper boven uit.

Monica had een kledingzaak in Vila-Seca, vlakbij Salou. Daar zat al haar spaargeld in. De zaak liep goed, totdat ze door de corona-epidemie moest sluiten. De regering in Madrid sprak mooie woorden. Niemand zou buiten de boot vallen, klonk het uit de mond van minister van Pablo Iglesias. Monica heeft het geweten. Haar boekhouder heeft alles geprobeerd, maar ze viel buiten elke steunmaatregel. „Voor de kleine winkeliers kennen ze geen pardon. Belastingen, sociale premies, de winkelhuur, eten, water en licht, alles gaat gewoon door. Ik kan het niet meer opbrengen met de rolluiken omlaag.”

Ze heeft twee dochters die bij haar inwonen. De oudste is zwanger en bevalt in augustus. „Dan zijn we met ons vijven”, zegt Monica. Haar man werkt in de zomer in een hotel in Salou. Nu is het hotel dicht. Gelukkig kon hij een baan vinden in de bouw. Alleen is zijn inkomen van 1000 euro lang niet voldoende om in het levensonderhoud van het gezin en de bankleningen voor de auto en de zaak te voorzien. De man van Monica is jarenlang vrijwilliger geweest bij Caritas, de organisatie voor humanitaire hulp van de Rooms-Katholieke Kerk. Nu kloppen ze hier zelf aan voor een doos met rijst, melk, pasta, conserven, bakolie en andere eerste levensbehoeften.

Geen vetpot

Salou telt jaarlijks 8 miljoen overnachtingen in hotels, aparthotels en pensions. Dat is veel voor een gemeente van nog geen 30.000 inwoners. Meer dan de helft van de gasten komt uit het buitenland. Toch leiden de inkomsten uit het toerisme niet tot grote welvaart onder de bevolking. Salou staat bekend als een bestemming voor zon- en strandvakanties, voor een belangrijk deel georiënteerd op jongeren. Het levert een vorm van low-budget massatoerisme op dat sterk seizoensgebonden is. „Dat genereert instabiele banen en lage lonen”, zegt econoom Germa Bel. In andere populaire strandbestemmingen, zoals Lloret de Mar en Benidorm, is de situatie niet anders.

De officiële cijfers van het nationale statistiekbureau INE bevestigen dit beeld. In Salou is het gemiddelde jaarinkomen per hoofd 11.091 euro. Dat is minder dan in Spanje als geheel (11.412 euro) en ver onder het gemiddelde inkomen in Catalonië (13.338 euro). Nu de coronacrisis het toerisme heeft lamgelegd, zien hulporganisaties als Caritas en het Rode Kruis hoe kwetsbaar veel gezinnen in Salou zijn.

Verdubbeling

Esteve Tomas (75) is sinds zijn pensionering tien jaar geleden verantwoordelijk voor de plaatselijke afdeling van Caritas. „Normaal kwamen hier altijd zo’n vijftig gezinnen per week voor voedselhulp”, zegt Tomas. „Sinds de coronacrisis is dat aantal verdubbeld.” Hoewel het ernaar uitziet dat vanaf juli de stroom buitenlandse bezoekers weer op gang kan komen, voorziet Tomas zware tijden in het najaar. „Ook al gaan de hotels weer open, het zal een kort seizoen zijn”, zegt de voormalige directeur van een bankfiliaal. „Veel mensen die alleen in de zomer werk hebben als de hotels open zijn, zullen niet voldoende kunnen sparen om de periode tot het volgende zomerseizoen door te komen. In de winter zullen we de gevolgen zien.”

Caritas deelt tweemaal per week voedselpakketten uit, op dinsdag- en woensdagochtend. De wachtenden in de rij vormen een gevarieerd gezelschap. Tatiana uit Rusland woont al negen jaar in Salou. Ze was receptioniste in een hotel in het attractiepark Port Aventura, gesloten in december en in het voorjaar niet geopend door de pandemie. De 19-jarige Angel werkte tot de uitroeping van de alarmtoestand als ober in een hotel. Ze hebben één ding gemeen: hun schulden stapelen zich op.

In de sporthal van Salou is Marina Pelaez (56) van het Rode Kruis bezig om de dozen voor de wekelijkse voedseluitreiking op vrijdag samen te stellen. Voordat de epidemie uitbrak was de voedselhulp van het Rode Kruis beperkt tot drie of vier gezinnen per week. Nu zijn dat er veertig, tienmaal zo veel. En het einde van de groei is niet in zicht. Pelaez laat een grafiek op haar mobieltje zien. „Kijk, in april bereikte onze voedselhulp 250 volwassenen en 87 kinderen”, zegt ze. „In mei 455 volwassenen en 122 kinderen. Dat is bijna een verdubbeling in één maand!”

Honger stillen

Pelaez is vrijwilliger en geeft leiding aan het plaatselijke team van het Rode Kruis. Normaal gesproken werkt ze enkele dagen per week. Nu is ze er elke dag. „Onze prioriteit is de honger stillen”, zegt ze. Is er echt honger in Salou? „Ja, absoluut”, zegt ze beslist. „Vanochtend belde nog een jonge zwangere vrouw, moeder van een klein meisje. Zij en haar man hebben geen werk, geen uitkering, geen inkomsten. Niks. Een andere jonge vrouw belde om hulp, en liet haar man het pakket afhalen. Waarom ze zelf niet meekwam? Ze huilde van schaamte, zei haar man. Ze dacht dat haar zoiets nooit zou overkomen.”

Salou leeft van het toerisme. Eind deze maand gaan zeven hotels open, van de zeventig in totaal. Toch verwacht Marina Pelaez niet dat de toestand op korte termijn verbetert. „In juli zullen hier zeker meer mensen honger lijden dan nu”, zegt ze. En de voedselvoorraad bij het Rode Kruis slinkt. „We maken de pakketjes al een beetje kleiner.”