Het coronavirus wrikt aan tradities in Japan

Buitenland
De altijd drukke voetgangersoversteek in de Tokiose wijk Shibuya oogde maandag een stuk minder vol met passanten. Thuis blijven en daar werken is ook in Tokio de norm.  beeld AFP, Charly Triballeau

Handen schudden deden ze al niet, en mondkapjes zijn er ingeburgerd. Toch lijkt het succes van Japans aanpak van het coronavirus door iets anders te komen: voortvarend optreden van lokale bestuurders. Thuiswerkende gezinnen kampen intussen met iets anders: ergernis over mannen die niets doen in het huishouden.

Hoe krégen ze het voor elkaar? Die vraag hoor je de afgelopen weken vaak. En dan gaat het over Japanners en hún aanpak van het coronavirus. Die lijkt redelijk succesvol. Zo staat de teller er op ruim 17.000 besmettingen. Het aantal doden bedraagt er ruim 900. Dat is opvallend weinig voor een land met 126 miljoen inwoners en bovendien de meest vergrijsde bevolking ter wereld: en die dus extra kwetsbaar is voor dit virus. En wie ooit tijdens de spits de metro van Tokio instapte, die weet dat passagiers er doorgaans als haringen tegen elkaar staan aangedrukt.

Mondkapje

Akkoord, handenschudden hoefden Japanners niet af te leren. Ze begroeten elkaar vanouds met een lichte buiging en houden daarbij afstand. Wat wellicht ook hielp is dat Japanners geen moeite hebben om een mondkapje te dragen; dat is er zelfs heel normaal. Wie last heeft van hooikoorts of verkouden is, die draagt zo’n ding. Omdat Japanse werknemers niet graag verzuimen op hun werk, is zo’n masker voor menigeen een uitkomst. „Als ik me een keer ’s ochtends niet heb opgemaakt, zo vertelde een Japanse, „dan doe ik naar mijn werk een mondkapje op.”

Of dát het succes van de Japanse aanpak verklaart, is te betwijfelen. Dat positieve effect is vooral hierom opvallend: Japan kende de afgelopen maanden geen strenge lockdown, maar een lichte variant. Veel werd aan de welwillendheid en wijsheid van burgers overgelaten. Dus geen gedwongen sluiting van bedrijven, winkels en restaurants.

De landelijke aanpak blonk sowieso niet uit in daadkracht, vinden veel Japanners. Akkoord, premier Shinzo Abe besloot al in februari de scholen te sluiten, maar het duurde tot begin april tot er echt schot kwam in de aanpak. Was het angst voor overbelasting van ziekenhuizen die Tokio parten speelde? Dat zou zomaar kunnen want volgens de Japanse wet op infectieziekten geldt dat iedere patiënt die positief wordt getest, moet worden opgenomen in een ziekenhuis.

Niet landelijk, maar lokaal en provinciaal werd wel voortvarend opgetreden tegen het virus. Belangrijke spil daarbij waren artsen en medewerkers van lokale gezondheidscentra. Toen de eerste infecties zich in januari aandienden, startten zij met grondige bronopsporingen: met wie heeft een besmet persoon contact gehad, en waar is hij of zij geweest? Vragen die als doel hadden een verdere verspreiding zo snel mogelijk de kop in te drukken.

Testen en traceren bleef in de Japanse aanpak de rode draad: snel en voortvarend de bron van besmetting vinden en isoleren. Burgers hoorden intussen tot vervelens toe dat ze toch vooral drie dingen moesten mijden of vermijden: afgesloten ruimten, drukke plaatsen en dicht op elkaar staan of zitten. Ook in Japan werden ze bekend in de engelstalige vertolking: de drie C’s: closed spaces, crowded places en close contact.

Veel leerden deskundigen van de virusuitbraak op het cruiseschip Diamond Princess, dat in februari aanmeerde in de haven van de Tokiose voorstad Yokohama. Het schip fungeerde als een soort proefstation voor de praktijk op het vasteland.

Er was nog een groep die van aanpakken wist: gouverneurs van diverse provincies en regio’s. Terwijl de regering in Tokio treuzelde, had de gouverneur van het noordelijke eiland Hokkaido (favoriet als wintersportgebied) al in februari de noodtoestand afgekondigd. Ook die van Tokio en Osaka traden naar voren als krachtfiguren in de strijd tegen het virus.

Op 7 april kwam premier Abe met een noodtoestand voor Tokio en zes andere steden. Op 17 april volgde een landelijke versie, inclusief de oproep aan werknemers om toch vooral vanuit huis te werken.

In een land waar mannen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op hun werk zijn, was die oproep om thuis te werken een lastige. Het bracht ook de scheefgroei aan het licht die er is tussen het aandeel van de man in het huishouden en dat van de vrouw. Japanse echtgenoten staan erom bekend dat ze het minst in het huishouden doen van alle mannen in rijke landen. Het kwam de afgelopen weken pijnlijk naar voren en leidde hier en daar tot spanningen; al gauw dook ook de term ”coronascheiding” op.

Stempel

Een geldig argument (of een goede smoes) om toch naar kantoor te gaan hadden werknemers die papieren documenten moeten ondertekenen: offertes, contracten of accountacyverklaringen. Dat gebeurt in veel bedrijven nog met een speciaal stempel: de hanko. Veel bedrijven zijn nog gehecht aan papier en waarderen een met de hand aangebracht stempel bij wijze van ondertekening.

Nu de noodtoestand is opgeheven en het gewone leven weer aarzelend op gang komt, lijkt de noodzaak tot modernisering alweer geluwd. Die hanko’s gaan het virus overleven. De rolverdeling tussen man en vrouw waarschijnlijk ook.