„Helft Iraniërs leeft in diepe armoede”

Straatbeeld in Mashhad. beeld ISNA / AFP

Het gaat slecht met de Iraanse economie, nog veel slechter dan de officiële cijfers vertellen. Kinderen moeten op straat geld bijverdienen.

Mohammad Moshefi is de locoburgemeester van de Iraanse stad Mashhad. Hij liet zich recent interviewen door persagentschap Tasnim en liet zich daarbij ontvallen dat hij zich zorgen maakte over het aantal kinderen dat in de straten van zijn stad werkte. Als gevolg van de economische malaise in het land en de Covidpandemie was dat aantal „opvallend gestegen.”

Persbureau Tasnim is direct verbonden met de Iraanse Revolutionaire Garde. Uit het feit dat juist Tasnim deze uitspraken van Moshefi publiceerde, zou men kunnen concluderen dat het hier een probleem betreft dat niet langer ontkend kan worden. Veel gezinnen hebben niet langer de financiële middelen om hun kinderen naar school te sturen. Hen iets laten bijverdienen wordt dan al snel een aantrekkelijke optie.

Volgens officiële statistieken leefde in 2011 zo’n 18 procent van de Iraanse bevolking in absolute armoede. Volgens schattingen is dat nu ongeveer de helft van de Iraanse bevolking. Als gevolg van economische sancties en wanbeheer is de Iraanse rial in elkaar geklapt. Op de financiële markten wordt één Amerikaanse dollar verhandeld voor ruim 42.000 Iraanse rial. Met alle desastreuze gevolgen voor de koopkracht van de gemiddelde Iraniër die tevens zijn spaargeld zag verdampen.

In het verleden zagen de Iraanse autoriteiten vooral een mogelijke Amerikaanse of Israëlische aanval op hun land als het grootste gevaar. Volgens de Iraanse econoom Ibrahim Razaghi zijn de belangrijkste dreigingen voor het regime in Teheran nu echter vooral van interne aard. Razaghi stelde onlangs dat „extreme armoede, wijdverspreide werkeloosheid en het onvermogen van mensen om hun huur te betalen de grootste bedreiging voor Iran vormen. En daarnaast het feit dat de rijken steeds rijker worden.”

Wat niet helpt, is dat Iran zwaar is getroffen door de Covid-19-pandemie. Maar volgens de christelijke ontwikkelingsorganisatie Heart4Iran lijdt het land tevens onder een andere nationale epidemie: drugsverslaving. Die is volgens Heart4Iran zo wijdverbreid „dat het families van alle sociale klassen treft. Zelfs de meest religieuze families worstelen met een drugsprobleem.”

Als belangrijkste oorzaak wordt weer de giftige cocktail aangewezen van isolatie van de internationale gemeenschap, werkeloosheid en de uiterst slechte economische situatie van het land. Heart4Iran spreekt in dit verband over een dodelijke tendens die sinds decennia zichtbaar is in Iran, maar die in een stroomversnelling lijkt te zijn gekomen. Depressies, drugsgebruik, echtscheidingen en zelfmoorden gaan hierbij hand in hand.

Uit statistieken van het Iraanse ministerie van Volksgezondheid blijkt dat het zelfmoordpercentage in Iran 11,5 keer boven het wereldwijde gemiddelde ligt. Alarmerend hierbij is vooral dat het steeds jongere mensen betreft. Van de zelfmoordpogingen wordt 75 procent ondernomen door Iraniërs tussen de 15 en 34 jaar.

De krant Jahan Sanat schreef in juni dat „het aantal zelfmoordpogingen in de eerste helft van 2020 met 23 procent was gestegen vergeleken met het jaar 2019.” Volgens de krant is echter ook de manier waarop veranderd: de pogingen zijn „huiveringwekkender” van karakter. Volgens Jubin Katiraie van de organisatie Iran Focus zou het hoofd van de metropolitie in de hoofdstad Teheran opdracht hebben gegeven om in de strijd tegen zelfmoord in 25 metrostations een glazen muur bij de sporen te bouwen.