Heb geduld met brexit

Premier May in het Lagerhuis. beeld EPA, JESSICA TAYLOR

Het verhaal van brexit wordt met de dag spannender, en niemand kent nog de ontknoping. Maar inmiddels is wel duidelijk wat er gebeurt als het volk in een referendum een opdracht geeft die haaks staat op wat de volksvertegenwoordiging zelf zou hebben verzonnen. Afscheid van de Europese Unie betekent niets minder dan een complete herziening van vrijwel al het overheidsbeleid.

Binnen het Britse parlement waren er vroeger hooguit enkelen die pleitten voor afscheid van de Europese Unie. In 2016 stemde de kiezer echter voor een brexit. De uitvoering hiervan belandde echter bij de regering, die zelf liever de andere kant op had gewild. Het is net als een baksteen die buitenstaanders op het bordje van de politiek hebben gelegd. Het is de taak van het parlement om te bepalen hóe het die steen wil doorslikken; in één keer, of in brokjes gehakt, of fijngemalen. Maar aan doorslikken valt niet te ontkomen.

Uit zichzelf zou het parlement nooit voor brexit hebben gekozen. Politici weten als geen ander hoe ingewikkeld beleid is en schrikken terug van een herziening. Maar de kiezer heeft minder koudwatervrees.

Vanuit de EU wordt nu meewarig gekeken naar de onmacht van de Britse regering om haar brexitplan door het Lagerhuis te krijgen. Zie je wel, dit komt ervan als je zo dom bent onze club te verlaten, lijken voorstanders van de EU te zeggen. Premier Rutte zei dat de Britse politiek „in een cirkeltje ronddraait.” Het is de vraag of dat zo is. Het probleem is meer dat de kiezer in een referendum de kans kreeg iets te kiezen wat heel moeilijk uit te voeren valt.

De moeite van premier May is te vergelijken met de vele bochten waarin de Nederlandse regering zich moest wringen na de referenda over het Oekraïense samenwerkingsverdrag en de Europese grondwet. De Nederlandse regering ging toen ook langs de grenzen van de geloofwaardigheid. De conclusie kan daarom zijn: directe democratie (door een referendum) valt heel slecht te combineren met indirecte democratie (door een afvaardiging in het parlement).

Vermoedelijk heeft een meerderheid van het Britse parlement zich neergelegd bij de onvermijdelijkheid van brexit. Maar de leden hebben zeer tegengestelde visies op de manier waaróp dit afscheid moet plaatsvinden. De één kiest voor een no-deal-brexit en wil subiet alle stekkers eruit trekken. Een ander kiest voor de douane-unie, waarin een belangrijk deel van de EU-regels blijft gelden. Dit gaat over zeer wezenlijke vragen. Een wijs antwoord daarop vraagt tijd en –jawel– debat. Het besluit van het Lagerhuis om de brexit uit te stellen, is daarom zeer verstandig.

Daarbij speelt mee dat vertrek uit de EU uniek is. In elke fase van het proces moet het wiel opnieuw worden uitgevonden. De 650 welbespraakte afgevaardigden zijn geen stemvee dat overal ja op zegt. Enig geduld voor de ontknoping van het brexitverhaal is daarom op zijn plaats.