„Grote openheid voor Evangelie onder vluchtelingen op Lesbos”

Vluchtelingen en internationale vrijwilligers komen elke zondag in gebouw Oasis op Lesbos bijeen voor een internationale kerkdienst. beeld RD
2

Vluchtelingen die even willen ontsnappen aan de misère in een opvangkamp. Op Lesbos zijn ze in diverse christelijke ontmoetingscentra welkom voor een kop thee en een praatje. Er worden ook Bijbelstudies gehouden en er zijn internationale kerkdiensten. Geregeld worden ex-moslims gedoopt.

In gebouw Oasis komen elke zondag vluchtelingen en internationale vrijwilligers bijeen voor een dienst. „Tegenover vluchtelingenkamp Kara Tepe de heuvel op, in een gebouw waar rekken schoenen buiten staan”, zo luidt de routebeschrijving van een vrijwilliger op het eiland.

Tien minuten voor aanvang van de dienst is het rustig op het plein voor het ontmoetingscentrum van de Amerikaanse organisatie i58 (Jesaja 58). Bij de ingang springt inderdaad een verzameling schoenen van de bezoekers in het oog. Binnen is de zaal grotendeels gevuld met mensen die stil op grijze matten op de grond zitten. Af en toe klinkt er een kinderstem.

Voorin speelt een man rustig gitaar. Een projectiescherm vermeldt een tekst uit Jesaja 58: „Want mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volken.” Langs de wand staat een rek met christelijke lectuur in onder meer Arabisch en Farsi.

Klokslag elf uur kondigt voorganger Emmanuel Esh, directeur van i58, het eerste lied aan. De tekst wordt in het Engels geprojecteerd op een scherm: „We will glorify the King of kings, we will glorify the Lamb, we will glorify the Lord of lords, Who is the great I am.” Staande zingen de aanwezigen met gitaarbegeleiding diverse liederen, waaronder ”Amazing grace” en ”Create in me a clean heart”, een gedeelte uit Psalm 51. Intussen zoeken enkele laatkomers een plek.

Deze ochtend staat een gedeelte uit Johannes 4 centraal, over de ontmoeting van de Heere Jezus met de Samaritaanse vrouw. De voorganger wordt zin na zin in het Farsi, de taal van bezoekers uit Iran en Afghanistan, vertaald. In de zaal biedt een tweede tolk een Arabische vertaling.

„Wie is de belangrijkste persoon die je ooit hebt ontmoet? Zou die persoon zich jou nog herinneren? Hoe heeft de ontmoeting je leven beïnvloed?” zijn vragen die Esh stelt. Daarna geeft hij vers voor vers uitleg bij het gelezen gedeelte. Hij zegt dat Jezus de Samaritaanse vrouw niet afwijst om alles wat ze heeft gedaan. „Misschien is je leven een puinhoop. Je kunt Hem ontmoeten, als je je hart voor Hem opent.”

Internetzending

Van de circa 120 aanwezigen is ongeveer de helft vluchteling. Een van hen is de 25-jarige Victor –„mijn christelijke naam”– uit kamp Moria. Hij vertelt dat hij in Afghanistan voor het eerst in aanraking kwam met het Evangelie. De boodschap die een Amerikaanse zendeling via internet doorgaf, raakte hem.

Victor vluchtte naar Iran. Hij bezocht er voor het eerst een kerkdienst, maar voelde zich daar niet veilig. „Bij de kerk hingen camera’s en kwamen geheim agenten.” Daarom besloot hij naar Europa te vluchten en daar asiel aan te vragen. Op Lesbos bezoekt hij wekelijks een internationale kerkdienst. „Een paar weken geleden ben ik in de zee gedoopt”, zegt Victor, die door de week Bijbellessen volgt in Oasis.

Op uitnodiging van Victor kwamen ook Abdullah, zijn vrouw Somaya en hun kinderen Hossein (4) en Mustafa (2) in de kerk. „Ik was nieuwsgierig naar Jezus”, zegt Abdullah, die samen met zijn vrouw eveneens is gedoopt. „Ik ben blij dat ik nu christen ben. We hebben een moeilijke tijd gehad, onder meer in Turkije, en vertrouwen erop dat God en Jezus Christus ons helpen.”

Een van de vrijwilligers in Oasis is Amos Stoltzfus. Vanuit het Amerikaanse Pennsylvania kwam hij met zijn vrouw Ruth en hun vijf kinderen –9 tot en met 19 jaar– naar Lesbos om in Oasis te dienen. Ze zijn lid van een mennonietengemeente. Stoltzfus vertelt dat zijn gezin eerder een maand voor i58 op het Griekse eiland Chios onder vluchtelingen heeft gewerkt. „We wilden zoiets graag nog eens doen. Via de app kwam er bericht dat er voor Lesbos dringend een gezin nodig was. Toen hebben we gezegd: We komen.”

De Amerikaan kon zonder problemen een maand weg van zijn werk. „Ik heb een fabriek waar paardenattributen, zoals zadels en dekens, worden gemaakt. Doordat we hier zijn, verliezen we wat inkomsten. Dat is het offer dat we brengen. Mijn vrouw en ik vinden het belangrijk onze kinderen te laten zien dat er meer is dan werk.”

Op doordeweekse dagen zijn vluchtelingen vanaf 11 uur welkom in Oasis. Er zijn allerlei activiteiten, zoals Bijbellessen of de vertoning van een film over Jezus. „Elke dag komen er 500 tot 600 mensen.”

Missionaire opleiding

Ook de internationale zendingsorganisatie Jeugd met een Opdracht (JMEO) is op Lesbos actief. De Nederlandse ‘Joanna’ (25) en de Canadese ‘Christiana’ (23) zijn staflid van JMEO. Om toekomstig missionair werk in het Midden-Oosten niet in gevaar te brengen, doen ze hun verhaal niet onder eigen naam.

In een koffietent in het centrum van Mytilini vertellen ze dat de organisatie sinds 2015 op het eiland present is. Eerst bood ze, op het schip Next Wave, vooral een ontmoetingsplek voor christelijke vrijwilligers die onder meer in Moria actief waren.

Sinds 2017 werkt JMEO vanuit een vaste locatie op het eiland. De organisatie biedt een discipelschapstraining van een jaar aan. Deze is bedoeld voor „iedereen die God beter wil leren kennen”, zegt Christiana, die sinds 2017 op Lesbos woont. Ook heeft JMEO een opleiding voor missionair werk, met een speciaal accent op vluchtelingen. Die wordt met name gevolgd door christenen die in het Midden-Oosten willen werken. Ter voorbereiding daarop volgen ze onder meer lessen over de verspreiding van het Evangelie onder moslims en het werken in een crossculturele context.

De cursisten doen op Lesbos ook praktijkwerk. Zo bouwen ze in een ontmoetingscentrum relaties op met vluchtelingen. Deze zijn welkom voor een kop thee en een praatje. „We hebben daar ook de mogelijkheid Bijbels uit te delen en hen uit te nodigen voor Bijbelstudies”, zegt Christiana.

De medewerkers vertellen dat er geregeld vluchtelingen tot geloof in de Heere Jezus komen. Zij kunnen een speciale discipelschapstraining volgen. Na afloop daarvan kunnen ze worden gedoopt, wanneer ze daarom vragen. Dat gebeurt niet vanuit een kerk. „Degene die hen tot Jezus heeft geleid, doopt hen in zee”, zegt Christiana.

Ze weet van mensen die beducht zijn voor het dopen van vluchtelingen. Deze wijzen op het risico dat asielzoekers christen zouden worden om daardoor een grotere kans op een verblijfsvergunning te krijgen. „Daar zijn we ons van bewust”, zegt Christiana. Ze is echter meer dan eens verwonderd als ze merkt hoe God al langer aan het werk was in de levens van mensen die op haar pad komen. „Bij velen merk ik honger naar het Woord.”

Joanna heeft veel gesprekken met moslims. „Vaak zeggen ze dat ze onzeker zijn of ze ooit in het paradijs komen. Dan vertel ik dat ik door Jezus zeker ben van mijn redding. Soms vragen ze of ik met hen wil bidden. Ik merk dat de Heilige Geest daardoorheen werkt. Mensen zeggen dan bijvoorbeeld dat ze vrede voelen. Dat is het werk van God. Wij zijn slechts een schakeltje in het geheel, onderdeel van Zijn werk.”

Abortus

Christiana vertelt over een Koerdische vrouw die veel last had van paniekaanvallen. „Ze ging mij helpen in de keuken. Ik werkte aan een relatie met haar door samen te koken.” De moslima vroeg Christiana hoe ze denkt over abortus. Daarop vertelde de Canadese over de waarde van het door God gegeven leven. Enige tijd later sprak de echtgenoot van de vrouw Christiana aan. „Hij zei dat zijn vrouw een droom had gehad waarin een man in witte kleren naar haar toe kwam en zei: „Ik geef je deze baby.” Ze besefte dat dit Jezus was en besloot het kind te houden.”

Op een dag wilde de man in een groep met vluchtelingen en vrijwilligers iets vertellen. Hij zei dat hij geloofde dat God Zelf zijn gezin naar Lesbos heeft gebracht en ervoor heeft gezorgd dat de baby is geboren. „Het gezin is inmiddels van het eiland vertrokken. We blijven voor hen bidden.”

Het verhaal illustreert volgens Christiana hoe God allerlei ontmoetingen kan gebruiken om Zichzelf aan vluchtelingen bekend te maken. „Ik deed niet meer dan koken met een vrouw en intussen was God in haar aan het werk.”

Emmanuel Esh van i58 merkt dat er onder moslims „grote openheid” is voor het Evangelie. Zijn organisatie werkt sinds 2015 met teams op Lesbos, en is daarnaast op Chios actief. „We zagen een mogelijkheid om het Evangelie van Jezus Christus met vluchtelingen te delen.” Op dit moment volgen wekelijks zo’n veertig asielzoekers een Bijbelstudie in Oasis. Een speciale groep voor vrouwen telt nog eens tussen de twintig en de dertig deelnemers.

Vanuit Oasis zijn dit jaar veertig tot vijftig vluchtelingen gedoopt, schat Esh. „De meesten hebben een moslimachtergrond.” Bij de voorbereiding op de doop wil hij zorgvuldig te werk te gaan. Hij heeft recent nog een vluchteling die gedoopt wilde worden gezegd dat de tijd er niet rijp voor is. „We wachten totdat we de verandering zien die Jezus in iemands hart heeft gewerkt.”

Hoe Esh die verandering waarneemt? „Als Jezus werkt, zie je dat mensen diepe liefde voor Hem hebben, dat ze nederig en leerbaar zijn, dat ze liefde hebben voor Gods wereld en voor elkaar. Dat soort dingen.”

De openheid voor de Bijbelse boodschap verklaart hij mede vanuit de achtergrond van de asielzoekers, van wie de grootste groep uit Afghanistan komt. „De islam heeft hen teleurgesteld, moslims hebben familieleden van hen gedood. Als ze hier komen, merken ze dat we van hen houden. Sommigen hebben nooit eerder iets van Gods liefde ervaren.”

De zee in voor doop Afghanen

Een zondagmiddag in november. Op een strandje bij de havenplaats Thermi op Lesbos verzamelt zich een groep mensen. Een Afghaans echtpaar belijdt zijn geloof in de Heere Jezus. Daarna lopen de man en vrouw de zee in om te worden gedoopt door een mennonitische voorganger.

Gert Jan van Deelen uit Leerbroek (21) loopt met de dopelingen mee het water in. De eerstejaars theologiestudent is speciaal voor de doop naar Lesbos gekomen. Hij ontmoette het gezin in januari voor het eerst, toen hij een midweek vrijwilligerswerk op het eiland deed. „Omdat hun 2-jarige dochtertje heel ziek is geweest, woonden ze niet in kamp Moria maar in een kamer in Thermi. Samen met Rien de Jong heb ik een paar keer met hen gegeten.”

Als hij naar Nederland vertrekt, laat Van Deelen een pakketje met spullen voor hen achter. Onder een tekening voor het dochtertje schrijft hij een gebed en Johannes 3:16 in het Farsi. Terug in Nederland krijgt hij een appje: „Wie is Johannes?” Een frequent app-contact over de Bijbel volgt. „Ik probeerde al hun vragen te beantwoorden en stuurde geregeld een Bijbelgedeelte.”

Bijbelstudie

Als Van Deelen in april weer op Lesbos is, geeft hij het echtpaar een Bijbel in hun taal, het Farsi, en doet vrijwel elke avond Bijbelstudie met hen. Ook neemt hij hen mee naar een internationale dienst. Vanaf dat moment hebben ze gesprekken met een voorganger op Lesbos. Vanuit Nederland houdt Van Deelen ook contact. „Op zondag vertellen we elkaar wat we hebben geleerd van de preek.”

Hun verlangen om christen te zijn, groeit gaandeweg, merkt Van Deelen. Samen met Rien de Jong is hij getuige van hun doop door onderdompeling in de Egeïsche Zee. „Ze wilden graag dat ik zou komen. Ik ben blij dat ik er een aantal colleges voor heb laten schieten. Het was heel bijzonder om deze doop mee te maken.”