Groot leed in klein Moldavië

Antonina Chirica (zittend) en haar dochter Doina. beeld Harrie Koelewijn
7

Petru-Marius zou een „monster” zijn. Maar zijn moeder vond het een kind om aan de wereld te laten zien. En zo ontstond Antonina’s tehuis voor gehandicapte kinderen in Straseni, Moldavië.

Moldavië telt officieel 3,5 miljoen inwoners. Maar het land is zo schrikbarend arm dat zeker 1 miljoen mensen in het buitenland werken, de kinderen overlatend aan de zorg van grootouders of kindertehuizen. Het bijzondere verhaal van Antonina Chirica illustreert de schrijnende situatie.

Antonina Chirica (44) en haar dochter Doina (23) zijn voor het eerst in Nederland, te gast bij de stichting Kom over en help die al meer dan veertig jaar de allerarmsten in een aantal Oost-Europese landen ondersteunt.

Hun boodschap is die van hun bijzondere project in het dorpje Straseni, dat alles te maken heeft met de zwangerschap van Antonina Chirica. Ze raakt in 2002 in verwachting terwijl dat naar de mens gesproken niet mogelijk is. Toch voelt ze aan dat God iets bijzonders met het kind voor heeft – wordt het een predikant? Ze bevalt van een zoon, Petru-Marius.

Er gebeurt echter iets vreemds, want ze mag het kind eerst niet zien. De artsen fluisteren haar toe dat de baby een „monster” is en dringen erop aan het kind af te staan. Het gezin Chirica neemt het moedige besluit het zoontje thuis te houden. Antonina Chirica treedt met het kind, dat het syndroom van Down heeft, naar buiten en beschouwt het als haar roeping Petru-Marius een plaats in de maatschappij te geven.

Taboe

In 2008 begint Antonina Chirica een kinderdagverblijf voor gehandicapte kinderen. Om haar zoon beter te leren begrijpen, volgt ze een master orthopedagogiek aan de universiteit. Nu, in 2017, worden er in het dagverblijf vier dagen per week twaalf kinderen van 2 tot 16 jaar met een beperking opgevangen. Ze krijgen er eten en –net als alle andere kinderen– onderwijs. Dat laatste is uniek voor Moldavië. „Ze horen er ook de Bijbelverhalen”, zegt Antonina Chiricia.

Het project in Straseni behelst een outreachprogramma voor 55 gehandicapte kinderen in de nabije omgeving. In de regio zijn er 147 kinderen met een beperking. „Ik zou ze allemaal willen helpen”, aldus Antonina Chirica.

Ze stuit daarbij op de weerbarstige werkelijkheid van Moldavië: er rust een taboe op gehandicapten. In het land worden de naar schatting 160.000 kinderen met een beperking weggestopt. Ouders schamen zich voor hun kind als het een handicap heeft en krijgen van overheidswege ingeprent dat ze dat ook behoren te doen. Of je stuurt je gehandicapte kind naar een kindertehuis, waar het in de meeste gevallen onder belabberde omstandigheden vereenzaamt. Of je houdt je kind thuis, achter gesloten deuren, weg van de mensen, en je draagt de schande.

Normaal gaat een gehandicapt kind niet naar school, heeft het geen vrienden en is het een verstotene, een paria. Een radeloze moeder die een ambulance belt om haar zevenjarige zwaar spastische jongen naar het ziekenhuis te laten brengen, krijgt te horen dat de ambulancebroeders het niet nodig vinden om uit te rukken. Een gehandicapt kind doet er niet toe en mag er niet zijn. Haar kind sterft korte tijd later.

Straatarm

Antonina’s project kan de opmaat zijn voor een verandering van mindset, ware het niet dat die moeizaam gestalte krijgt in Moldavië. Het land ligt ingesloten tussen Oekraïne en Roemenië. Bovendien heeft het in het oosten te maken met Transnistrië, dat zich in 1990 onafhankelijk verklaarde en dat feitelijk door de Russen wordt bezet.

Zeker, in de Sovjettijd was er zekerheid. Iedereen had te eten en kon werken op de boerderij of in de fabriek. Jammer genoeg bracht de zelfstandigheid van 1991 niet het verwachte geluk. Het ging economisch bergafwaarts. Boerderijen en fabrieken verdwenen en de bevolking werd extreem kwetsbaar.

Wat doe je als je geen werk hebt en geen inkomen? Dan ga je stelen of je vertrekt naar elders om wat te verdienen. En als dat mislukt, keer je niet terug. Of je raakt aan de drank, of je belandt in de prostitutie. Huiselijk geweld is wijdverbreid.

„Veel mannen verlaten hun vrouw, zodat die nog harder moet werken om rond te komen. Moldavische vrouwen zijn gewend aan het lijden”, zucht Antonina Chirica. „Eén miljoen van de 3,5 miljoen Moldaviërs zijn vertrokken. Velen laten hun kroost achter bij een opa of oma of in een kindertehuis. En als ze dan niet terugkeren, worden hun kinderen straatkinderen en vervallen ze tot de bedelstaf”, voegt Chirica eraan toe. „Meer dan 50 procent van de mensen in het land leven onder het bestaansminimum, vaak op het platteland, verstoken van elementaire levensbehoeften. Het toilet is niet zelden een houten kot buiten of de wc is zo afgrijselijk vies dat er risico’s zijn voor de gezondheid.”

Liefde

Dat is de context waarin Antonina Chirica en haar gezin leven. Antonina en haar man Petru streken in 1996 als zendelingen neer in Fagureni, een dorp op 40 kilometer afstand van de hoofdstad. Ze waren bepaald niet welkom in het 600 zielen tellende dorp en werden geïntimideerd. De bevolking zag hen als indringers, behorend tot een sektarisch gezelschap. „Ze dreigden ons huis in brand te steken en wilden mijn man vermoorden”, zegt ze met tranen in haar ogen.

Er kwam een kentering, God zij dank. „Nu respecteren de mensen in het dorp ons.” Er komen gemiddeld 25 mensen naar de Isus Salvatorul-kerk, een behoudende baptistengemeente waar man en vader voorganger is. De zondagsschool werkt als een magneet op de dorpsjeugd, en met Kerst en feestdagen komen er wel veertig kinderen. „We willen de liefde van God uitstralen.”

De overheid doet dan wel wat op het gebied van educatie en opvang voor gehandicapten, maar met tegenzin en mondjesmaat. „Feitelijk doen wij het werk dat de regering behoort te doen. Moldavië kent alleen openbaar onderwijs, en daar is geen ruimte voor godsdienst en Bijbels onderwijs. Als je over God praat, kom je in de problemen.”

Droom

Is er dan niets positiefs te melden over Moldavië? Jazeker: met een beetje bevlogenheid, wilskracht en vertrouwen zouden ondernemers in het land een investeringsklimaat kunnen creëren. Wishful thinking misschien, maar waarom zou dat niet kunnen? Het land beschikt over een groot landbouwpotentieel. Zodat er weer banen komen, want de Moldaviër wil in zijn hart niet ver van huis om te werken.

Doina verbleef twee jaar geleden vier maanden in de Verenigde Staten voor een uitwisselingsprogramma (ze studeert economie en statistiek en zit in haar laatste jaar). „Ik verlangde ernaar in het buitenland te blijven. Maar ik luisterde naar de stem van God, en Hij zei tegen mij dat ik wat voor mijn eigen land kan betekenen door er te blijven.”

Na een week gaan Antonina en Doina huiswaarts („Moeder heeft na twee dagen al heimwee”, lacht Doina), naar het land waar het in de winter min 20 is en in de zomer plus 40 kan zijn. Waar nu de sneeuw tot aan de knieën reikt en waar ze zich verbonden weten met het volk.

Ze hebben een droom. Antonina Chirica: „Ik vecht voor een land met meer werk, met gelijke rechten voor kinderen met een beperking, met kansen voor iedereen, voor een land waar degenen die vertrokken, graag naar terugkeren, omdat we intelligente mensen nodig hebben: dokters, leraren. Dat wil ik laten zien aan de mensen in Nederland: bid voor ons.”

Doina wil zich inzetten voor kinderen, „zodat ze kunnen leren en betere toekomst hebben, mijn broertje Petru-Marius is het voorbeeld voor wie ik het doe.”

Vrijheden vooral op papier

Moldavië koos eind vorig jaar Igor Dodon als president. Deze socialist lijkt in de eerste plaats de slippendrager van een machtige miljardair die achter de schermen de lakens uitdeelt. Dodon zoekt toenadering tot Rusland en wil een Russisch-orthodoxe herleving op gang brengen.

Voor protestanten, baptisten, pinkster- en charismatische gelovigen, rooms-katholieken en alles wat niet tot de orthodoxe kerk behoort, kan deze ontwikkeling bepaald ongunstig uitpakken. Niet onwaarschijnlijk is dat het lonken naar Moskou een inperking betekent van vrijheden, waarvan de meeste overigens alleen op papier bestaan.

Corruptie is een voortwoekerend gezwel in Moldavië. Een voorbeeld: omdat er in 2015 zomaar 1 miljoen aan fondsen verdween, is er een nieuwe belasting in het leven geroepen, waarvan de mensen niet weten waartoe die dient.

Tekenend is het antwoord van minister Koenders (Buitenlandse Zaken) op vragen van VVD-Tweede Kamerlid Ten Broeke over de situatie in Moldavië, daterend van 11 december 2015. „Er blijven aanzienlijke zorgen bestaan over het gebrek aan rechtsstatelijkheid in Moldavië. Het land ontbeert een onafhankelijke juridische macht en kampt met een grootschalige bankencrisis die als gevolg van mismanagement en wijdverbreide corruptie is uitgebroken. De Europese Unie –inclusief Nederland– blijft aandringen op een gedegen hervorming van de justitiële keten en verandering van de bestuurscultuur zoals ook is vastgelegd in het EU-associatieakkoord.”