Geweld tegen betogers zorgelijke ontwikkeling in Israël

Betogers tegen Netanyahu in Tel Aviv. beeld AFP, Jack Guez

De sociale onrust in Israël bereikte deze week een zorgwekkend dieptepunt. Extreemrechtse relschoppers gebruikten grof geweld om een betoging in Tel Aviv te verstoren.

Wat dinsdag in de straten van Tel Aviv begon als een vreedzame protest tegen het optreden van de Israëlische politie, eindigde in chaos. Beelden van activisten die met knuppels, gebroken flessen en pepperspray demonstranten te lijf gingen, verschenen in de pers en op sociale media. Diverse hevig bloedende betogers werden naar het ziekenhuis afgevoerd.

Aanleiding vormde het optreden van de Israëlische politie tijdens een betoging voor de ambtswoning van premier Benjamin Netanyahu in Jeruzalem. Die werd vorige week tamelijk hardhandig beëindigd.

Bozer nog waren de demonstranten over een gelekte opname waarin minister van Openbare Veiligheid Amir Ohana tegen politiecommissaris Moti Cohen zou zeggen dat agenten nog niet hard genoeg tegen anti-Netanyahu-betogers hebben opgetreden. Ohana haastte daarop zich te verklaren dat hij er niet op uit is de protesten te verbieden, maar dat hij ze alleen naar een ander deel van de hoofdstad wil verplaatsen.

Het kwaad was echter geschied. En dus kozen de betogers de omgeving van de woning van Ohana in Tel Aviv uit om dinsdag hun ongenoegen te uiten. Toen ze naar een groot kruispunt optrokken, greep de politie in en dreef de demonstranten uiteen. Extreemrechtse activisten besloten de agenten een handje te helpen en renden dwars door de menigte heen, waarbij ze rake klappen uitdeelden, met stoelen gooiden en met pepperspray spoten. Een aantal van hen behoort naar verluidt tot de beruchte La Familia, de harde kern supporters van voetbalclub Beitar Jeruzalem. Volgens de belaagde demonstranten greep de politie niet in om een einde aan het geweld te maken.

De politie leek woensdag toch wel in te zien dat ze ernstig had gefaald. Nieuwszender Channel 13 berichtte dat de politietop van plan is voortaan speciale eenheden –waaronder de Yamam antiterreureenheid– in te zetten om demonstranten te beschermen.

De Israëlische politiek dook ook meteen op de gebeurtenissen. Van links tot rechts klonken scherpe veroordelingen van het geweld. Minister van Defensie Benny Gantz riep de politie op de aanvallers snel op te pakken. „Niemand zal protesten de kop indrukken zolang we hier zijn.”

Oppositieleider Yair Lapid schoof de schuld van de gewelddadigheden echter direct in de schoenen van premier Benjamin Netanyahu. „Het bloed van in elkaar geslagen betogers in Tel Aviv kleeft aan de handen van Netanyahu en zijn trawanten”, aldus de voorman van de alliantie Yesh Atid-Telem. „Ons probleem is dat een van de grootste haters in Israël in het kantoor van de minister-president zit.”

Hij vergat er ongetwijfeld bij te zeggen dat hij zelf behoort tot de mensen die de grootste hekel aan Netanyahu hebben. Het gaat ook niet aan de verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen één op één bij de premier neer te leggen.

Netanyahu heeft het geweld inmiddels veroordeeld – zij het rijkelijk laat. Als iemand in deze situatie de eenheid zou moeten herstellen, dan is het de leider van de Israëlische regering. Maar volgens velen doet hij precies het tegenovergestelde.