Genderlobby wint onder de radar terrein in VS

Hoewel president Trump het genderbeleid van zijn voorganger Obama probeert terug te draaien, gaan de ontwikkelingen op dit gebied achter de schermen in de Verenigde Staten onverminderd door. beeld iStock

Op het geboortekaartje stond: ”Een zoon”. Maar parallel aan de groei naar de volwassenheid –of later– neemt het verlangen toe om als meisje door het leven te gaan. Dat is de kern van het verlangen van transgenders. Met name in Amerika is de lobby heel sterk om maatschappelijk en juridisch ruimte te maken voor deze wens.

President Trump doet zijn best om het transgenderbeleid van zijn voorganger Obama terug te draaien. Transgenders wil hij uit het leger weren. Verder mag de overheid van hem alleen maar het biologische geslacht van een persoon erkennen waarmee die is geboren en dat „objectief en wetenschappelijk kan worden vastgesteld” – dus óf man óf vrouw. Voor tussenvarianten, of vervulling van de wens om van geslacht te veranderen is wat Trump betreft bij de overheid geen ruimte. Het paspoort zal in de toekomst blijven vermelden of iemand als jongen of meisje is geboren.

Terrein gewonnen

Ondanks deze ferme opstelling van de president, weet iedereen dat de emancipatiestrijd rondom de transgenders nog lang niet ten einde is. Sterker, wie goed oplet, merkt dat de lobby voor genderneutraliteit in Amerika al veel meer terrein gewonnen heeft dan menigeen beseft. Juridisch mag het pleit dan nog niet zijn beslecht, cultureel en maatschappelijk hebben deze lobbyisten al veel winst geboekt. Drie voorbeelden illustreren dat.

Zonder dat er ook maar één wettelijke maatregel in de VS daartoe verplicht, heeft volgens het zakenblad Forbes 66 procent van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven een personeelsbeleid waarin expliciet aandacht is voor de specifieke problemen van transgenders. „Zij erkennen niet alleen de transgenders als aparte groep, maar ondersteunen hen ook in hun vaak moeilijke situatie”, meldt de Human Rights Campaign’s Corporate Index.

Wat dit in de praktijk kan betekenen, blijkt uit het personeelshandboek van het telecombedrijf AT&T. In een paragraaf van negentien A-viertjes wordt niet alleen de bedrijfsvisie op het gendervraagstuk beschreven, maar biedt het ook een stappenplan dat een werknemer en zijn baas kunnen gebruiken als iemand van geslacht wil veranderen.

Daarin staan heel praktische aanwijzingen, zoals: wie licht je als transgenders in en wanneer? Wanneer verander je van naam? Op welk moment moet je nieuwe visitekaartjes met je nieuwe naam bestellen? Welke formaliteiten moeten worden afgewerkt en in welke volgorde doe je dat? En wie staan er allemaal voor je klaar als het traject zwaar of té zwaar wordt?

Niet elk Amerikaans bedrijf is al zó ver in het ondersteunen van de transgenders bij hun ‘coming out’, maar er is wel sprake van een explosieve stijging. In 2002 waren er maar 16 van de 500 grootste ondernemingen die er aandacht voor hadden; begin 2018 was dat aantal gegroeid naar 328. Ruim een derde van deze bedrijven heeft ook in de collectieve ziektekostenverzekering opgenomen dat de medische kosten en die voor psychologische begeleiding worden vergoed.

Zeer gekwetst

Een tweede voorbeeld is een recente column in het New York Times Magazine, de bijlage die algemeen gezien wordt als het paradepaardje van de prestigieuze Amerikaanse krant. Schrijver is de ethicus Kwame Anthony Appiah, hoogleraar filosofie aan de befaamde Princeton University. Hij schrijft dat hij niet zou willen deelnemen aan een ”gender reveal party”, het feestje waarop aanstaande ouders bekend maken of ze een jongetje of meisje verwachten. Dergelijke feestjes zijn in Amerika niet ongebruikelijk. Appiah vindt dat die haaks staan op de waarden die hij verdedigt. „Als ik erover nadenk hoe ik me zou voelen als ik later had gehoord dat mijn ouders voor mijn geboorte een dergelijk feestje hadden georganiseerd, dan zou ik zeer gekwetst zijn.”

Voor Appiah is het hoofdbezwaar tegen deze feestjes dat die het idee bevestigen dat het geslacht van een persoon al in de baarmoeder vastligt. Hij verwerpt dit „biologisch determinisme.” „De wetenschap op gebied van gendervraagstukken heeft nog veel huiswerk te doen. Maar we weten inmiddels wel dat geslachtbepaling niet beslist kan worden aan de hand van de geslachtsorganen, maar door de cultuur.”

Natuurlijk kan men zeggen, dat in een column dingen soms scherp of overtrokken worden beschreven, maar feit is wel dat de New York Times bewust ruimte biedt voor deze gedachtegang en die niet afdoet als onzin. Bovendien is Appiah een gerespecteerd hoogleraar aan de prestigieuze universiteit. Zo’n column doet zijn werk en heeft invloed op het denken van lezers.

Verdediging

Wellicht het meest opvallende voorbeeld van een sluipende ontwikkeling is de jaarvergadering van de Evangelical Theological Society (ETS) die half november in Denver (Colorado) werd gehouden. Deze organisatie bestaat uit theologen die vasthouden aan het geloof in de onfeilbaarheid van de Bijbel en in de Drie-eenheid. Een van de deelsessies ging over het gendervraagstuk. Andry Draycott, hoogleraar theologie en christelijke ethiek aan de Talbot School of Theology van de Biola University, hield daar een lezing over de roeping van de kerk jegens de transgender. Terwijl sommige deelnemers aan deze bijeenkomst dachten argumenten tegen de moderne opvattingen over genderemancipatie te horen, kregen ze juist het tegendeel. „Het was een verdediging van de wensen van transgenders”, schrijft deelnemer Denny Burk op zijn weblog.

Draycott trok allereerst een vergelijking tussen adoptie van kinderen en de keus van transgenders om een ander seksuele identiteit te kiezen. Bij adoptie wijkt de juridische en sociale ouder-kindrelatie af van de biologische. Dat wordt in de kerk volledig geaccepteerd. Hetzelfde zou de kerk kunnen doen met trangenders. Draycott ging zo ver dat een getrouwde man die later liever vrouw is van de kerk het „pastorale advies” zou moeten kunnen krijgen om te scheiden.

Een tweede parallel zag Draycott tussen de doop en de geslachtsverandering van een transgender. Bij de doop legt iemand zijn oude leven af en staat hij op in een nieuw leven. Zo doet een transgender volgens hem ook. Hij legt zijn oude identiteit af en neemt een nieuwe aan. De kerk zou volgens hem transgenders moeten zien als een bijzondere gave die de kerkelijke gemeente ontvangt.

Als laatste argument noemde de theoloog: de lichamelijke of geestelijke afwijkingen die een gevolg zijn van de zonde. Wanneer iemand te dik is of een gebrek heeft, kan hij dit door een specialist laten verhelpen. Waarom zou dat niet mogen met iemand wiens innerlijk niet in balans is met zijn uiterlijk?

Academische discussie

Denny Burk en andere deelnemers aan de deelsessie op de jaarvergadering van de ETS toonden zich geschokt over de voordracht van Draycott. Die liet daarop in een verklaring weten dat het hem speet onvoldoende duidelijk te zijn geweest over zijn overtuiging dat God man en vrouw heeft geschapen. Hij had vooral een academische discussie willen voeren. „Maar ook die is niet vrijblijvend. Met die wetenschappelijke discussie zaai je wel twijfel”, stelt Burk. „De gedachte dat transgenders mogen zijn wie ze willen zijn en dat daarvoor een juridisch en maatschappelijk kader moet zijn, wordt daarmee gevoed.”

Waar dit sluipende beïnvloedingsproces toe leidt, ervoer recent Nicholas Meriwether, hoogleraar filosofie en ethiek aan de Shwanee State University in Portsmouth (Ohio). Begin dit jaar vroeg een student aan Meriwether of deze hem voortaan als vrouw wilde aanspreken en niet langer als man. Dat weigerde de hoogleraar. Op grond van zijn christelijke levensovertuiging houdt hij vast aan de gedachte dat God een mens als man of vrouw schept en dat de geslachtskenmerken bij de geboorte vastliggen.

Om conflicten te voorkomen, was de hoogleraar bereid voortaan alleen de achternaam van de student te gebruiken. Maar die ging daarmee niet akkoord. De docent werd berispt door zijn vakgroepsleider en vervolgens tijdens een interne beroepsprocedure door de universiteitsleiding belachelijk gemaakt vanwege zijn christelijk geloof. Dat zou gebaseerd zijn op angst voor de hel en uit zijn op onderdrukking van studenten. Inmiddels loopt vanwege deze zaak een gerechtelijke procedure.

Boete

Dit geval staat niet op zichzelf. In 2017 bepaalde de afdeling onderwijs van het stadbestuur van New York dat leerkrachten en schoolleiders de wens van studenten moeten respecteren om aangesproken te worden op de manier die correspondeert met de genderidentiteit die zij kiezen. En vorig jaar werd er in de staat Californië een wet aangenomen die gezondheidswerkers verplicht om de genderkeuze van patiënten volledig te honoreren. Wie dat weigert, riskeert een boete van duizend dollar.

Dr. Albert Mohler, rector van het baptistenseminarie in Louisville, Kentucky, maakt zich grote zorgen over de „sluipende vergiftiging van de samenleving” door de lobby voor genderneutraliteit. „Het gaat om de meest ingrijpende omkering van waarden uit de geschiedenis. Gods scheppingsordening wordt verwoest. We storten in een ravijn van morele ontwrichting.”