Familievete rond euthanasie verlamde Fransman

De medisch adviseur van de familie van de verlamde Fransman. beeld AFP AFP

PARIJS. De hoogste Franse rechters hebben dinsdag bepaald dat de sinds zes jaar kunstmatig in leven gehouden Vincent Lambert (38) geen behandeling meer hoeft te krijgen. Lambert kreeg in 2008 een motorongeluk. Zijn ouders, overtuigde rooms-katholieken, willen dat hij blijft leven, zijn vrouw niet.

Artsen in het ziekenhuis in Reims wilden vorig jaar een punt zetten achter het in leven houden van de vrijwel totaal verlamde patiënt. Lamberts vrouw en enkele broers stemden daarmee in. Maar de ouders, zijn zus en halfbroer van Lambert verzetten zich hiertegen en stapten naar de rechter. De ouders betogen dat hun zoon slechts „gehandicapt” is.

Volgens de artsen is er ondanks tachtig sessies logopedie geen enkele communicatie met Lambert mogelijk. Een groep experts heeft dat bevestigd en constateert dat er slechts sprake is van achter­uitgang „zonder enig perspectief” op verbetering.

De opperrechters van de staatsraad scharen zich achter de artsen. Actieve euthanasie is in Frankrijk illegaal, maar een wet uit 2005 (de wet-Leonetti) verbiedt artsen door te gaan met behandelen als dat tot „kunst­matige verlenging van het leven” leidt. De staatsraad erkent weliswaar dat zelfs „onomkeerbaar verlies van bewustzijn niet volstaat om een behandeling te stoppen”, maar ook de wil van de patiënt moet worden meegewogen. Lambert heeft volgens de rechters voor zijn ongeluk te kennen ge­geven dat zijn leven niet zo zou moeten worden opgerekt.

De uitspraak kan gevolgen hebben voor de toestand van 1700 andere patiënten in Frankrijk in soortgelijke toestand.

In de Franse rooms-katholieke krant La Croix spreken christelijke ethici de zorg uit dat de uitspraak precedenten schept, waarbij de zorg en aandacht voor de patiënt uit het oog verloren worden. „De wetgever blijft wetgever en zit niet aan het bed van de patiënt”, waarschuwt ethicus Marie-Dominique Trébuchet van het Katholiek Instituut in Parijs.

Oud-voorzitter Marcel Manoël van de Franse Gereformeerde Kerken (ERF) en directeur van een diaconessenhuis in Reuilly reageerde in La Croix op vergelijkbare wijze. „We voelen ons er zeer ongemakkelijk bij dat dergelijke procedures puur legaal worden, terwijl het belangrijkste voor ons de persoonlijke begeleiding is.” Manoël spreekt echter van een uitzonderlijke situatie. „Meestal ontstaat na overleg met alle betrokkenen en langdurige rijping consensus.”

De ouders van Lambert zijn inmiddels naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) gestapt. Het EHRM heeft daarop de Franse rechters gevraagd „de uitvoering van het arrest” op te schorten „voor de duur van de procedure van het hof.”

Het EHRM kan landen in uitzonderlijke gevallen dergelijke tijdelijke maatregelen opleggen wanneer er voor de eisende partijen een „reëel risico op ernstige en onherstelbare schade” bestaat. Later zal het EHRM zich uitspreken over de grond van de zaak.

Het EHRM benadrukt wel dat deze zaak „met prioriteit” zal worden behandeld, aangezien de gewone procedure meerdere jaren in beslag neemt.

De Franse politiek heeft zich vooralsnog terughoudend op­gesteld in de kwestie.