Even gauw het rijbewijs vernieuwen op het Israëlische ministerie van Transport

De Begin Boulevard die het zuiden en noorden van Jeruzalem verbindt. beeld Alfred Muller

Israël heet modern te zijn. Uitvinders bereiken doorbraken in de medische zorg, wolkenkrabbers worden steeds hoger. Maar soms denk ik: wanneer gaat het publiek wat merken van de moderne tijd?

Neem het verkeer. Ik was hogelijk verbaasd toen deze week bij de voorverkiezingen in de Likud, de minister van Transport, Yisrael Katz, op de derde plaats bleek te zijn beland. Hij kwam onmiddellijk na Knessetvoorzitter Yuli Edelstein. En die kwam weer na premier Benjamin Netanyahu.

Het verkeer is vaak in het nieuws – en de verhalen zijn doorgaans niet leuk om aan te horen. Zo verschijnen er met grote regelmaat berichten in de media over overvolle perrons tijdens het spitsuur en de moeite die forenzen hebben om zich in de trein te wringen.

Tientallen wagons op bestaande lijnen zijn namelijk overgebracht naar de nieuwe lijn tussen Jeruzalem en luchthaven Ben Gurion. De media melden dat de nieuwe wagons te laat zijn besteld, door een ruzie tussen het ministerie van Financiën en de spoorwegen. De wagons komen pas in het voorjaar.

En dan hebben we de files. De rit van 60 kilometer tussen Jeruzalem en Tel Aviv kan twee uur duren.

Zelf ben ik deze week bij een kantoor van het ministerie van Transport geweest om mijn rijbewijs te vernieuwen. Dat moet ik elk jaar doen, na de verlenging van het visum. De verlenging van het rijbewijs is elk jaar weer een belevenis – en er is niets leuks aan.

Toen ik de zaal binnenstapte, waren er slechts 19 nummers voor mij en er waren twee loketten open. „Ik kan binnen een uur klaar zijn”, dacht ik. Maar dat bleek veel te optimistisch.

Een groepje plaatste zich tegenover een lokettiste. Wat er precies aan de hand was, weet ik niet, maar dat er verschil van mening bestond, bleek duidelijk uit de steeds verder aanzwellende stemvolumes. Het kwam erop neer dat een vrouw voor het loket niet bereid was „nee” als antwoord te accepteren en dus niet meer van de stoel te krijgen was. Ondertussen stroomde de zaal steeds voller, want bij het andere loket schoot het ook niet op.

De beveiliger werd erbij geroepen. Een jonge, kleine vrouw, met donker krullend haar. Maar vergis u niet. Toen ze haar mond opendeed, vermoedde ik onmiddellijk dat ze commandante in het leger moest zijn geweest. Maar tot mijn verbazing hielpen ook haar bevelen niet. Opeens stond er een politieagent bij. Het bleek dat die er was om zelf even wat met zijn papieren te regelen.

Toen de beveiliger riep dat iedereen die iets snel kon afhandelen, gewoon voor een van de loketten kon gaan staan en daar een wirwar ontstond waarbij nummers totaal irrelevant waren geworden, had ik er schoon genoeg van. Ik vroeg de commandante: „Tot hoe laat is deze chaos open?” „Tot één uur”, zei ze. Ik besloot in het centrum van de stad eerst naar de bank en de kaaswinkel te gaan.

Toen ik later terugkwam waren er 50 nummers voor me, maar er zaten niet meer dan 30 burgers te wachten voor de vijf loketten die open waren. Zoiets betekent een half uur wachten. Maar dat bleek opnieuw te pessimistisch.

Opeens riep een van de lokettistes: „Iedereen die alleen maar het rijbewijs hoeft te vernieuwen kan direct bij mij komen.” Ik was er zo weer uit. Zo is het ministerie ook wel weer.