Evangelicale christen kan in Israël niet zomaar begraven worden

Evangelische voorgangers mogen huwelijkscertificaten ondertekenen. beeld Alfred Muller

De tijd dat veel Israëliërs nog nooit van evangelische christenen gehoord hadden, ligt achter ons. Israël waardeert hen in de regel. Evangelicalen die in Israël wonen stuiten soms echter op problemen.

Evangelicale christenen waren deze week in Israël weer volop in het nieuws. De media berichtten over een conferentie van Christians United for Israel in Washington. Dit is een christelijk-zionistische organisatie onder leiding van John Hagee, voorganger van megakerk Cornerstone in San Antonio, Texas. Op de sprekerslijst stonden ook kopstukken uit de regering van Donald Trump.

In het algemeen waardeert Israël de evangelicalen. Grote internationale organisaties doen al tientallen jaren charitatief werk. Evangelische groepen uit alle delen van de wereld bezoeken Israël als toerist of pelgrim.

Maar hoe staat het eigenlijk met evangelicalen in Israël zelf? Eerst wat over de achtergrond. Ze vallen in twee groepen uiteen.

De eerste groep bestaat uit kerken en instellingen die aangesloten zijn bij de Arabische Evangelische Conventie. Daar horen ongeveer 5000 christenen bij. De Arabische christenen identificeren zich vaak met hun Palestijnse broeders en zusters op de Westoever. Dat betekent dat ze het oneens zijn met de theologische en politieke denkbeelden van de Amerikaanse evangelicalen. Ze erkennen het bestaansrecht van Israël, maar ze vinden wel dat het beleid radicaal om moet als het gaat om de Palestijnen op de Westoever.

De tweede groep bestaat uit kerken en organisaties die aangesloten zijn bij de Evangelische Alliantie in Israël. Ze tellen bij elkaar een paar duizend leden. Ook onder deze christenen komen verschillende theologische en politieke opinies voor, maar ze staan vrijwel altijd positief tegenover Israël.

Omgekeerd liggen de zaken soms gecompliceerder. Een jaar geleden waren er bijvoorbeeld grote problemen met visa voor medewerkers van christelijke instellingen op de Westelijke Jordaanover. De autoriteiten weigerden nog visa te verlengen. Hulpverleners die bijvoorbeeld met zwaar gehandicapten werkten, moesten opeens het land verlaten. De visumperikelen zijn inmiddels vrijwel opgelost.

Er zijn echter nog twee onopgeloste problemen. Het eerste vloeit voort uit het feit dat Israël evangelische kerken niet officieel erkent. Op het eerste gezicht hoeft niemand daar wakker van te liggen. Evangelische christenen hebben alle vrijheid om bij elkaar te komen.

In de praktijk erkent de staat bovendien huwelijkscertificaten die ondertekend zijn door evangelische voorgangers. Maar als er sprake is van scheidingen, erkent de staat de huwelijken niet meer. Dat betekent dat evangelicalen zich alsnog tot de grote kerken moeten wenden. Kerkelijke rechtbanken doen dan uitspraken over de kinderen en alimentatie.

Het tweede probleem is het nijpend tekort aan begraafplaatsen, met name in Jeruzalem. Ik hoorde deze week dat een begrafenis voor een overleden student uiteindelijk pas na twee weken plaats kon vinden. Maar toen was hij al gecremeerd. Op de enige christelijke begraafplaats die nog open is voor evangelische christenen mogen vanwege plaatsgebrek, alleen voorgangers en andere leiders worden begraven. De autoriteiten zouden de evangelicalen enorm helpen met het vinden van een ruimte voor een nieuwe begraafplaats waar christenen uit verschillende kerken gebruik van kunnen maken.