EU-Ombudsman: Invulling functie EU-godsdienstgezant moet beter

De Europese Ombudsman heeft drie suggesties ter verbetering van de positie van de Europese speciale gezant voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging naar de Europese Commissie gestuurd.

De Europese waakhond publiceerde donderdag zijn oordeel over een aangespannen zaak over bedenkingen rond de invulling van de positie van de EU-godsdienstgezant tussen 2016 en 2019. D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld had bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen de Europese Commissie, liet zij in februari weten.

In ’t Veld had kritiek op Jan Figel, de voormalige gezant, vanwege diens „associatie met religieus-extremistische organisaties aan de rand van het christendom, die actief een anti-keus agenda nastreven, met name gericht tegen lhbti en vrouwenrechten over de hele wereld.” Dit gedrag zou volgens de D66’er „onverenigbaar zijn met de waarden van de EU.”

De Ombudsman komt echter tot de conclusie dat de EU-gezant „de dialoog mag aangaan met religieuze actoren, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden. Niets wijst erop dat de interacties die de speciale gezant had met de in de klacht genoemde organisaties niet onder de bevoegdheid van een dergelijke dialoog vallen.”

Wel geeft de waakhond drie suggesties aan de Commissie, omdat in het onderzoek „tekortkomingen” zijn vastgesteld. Zo moet het dagelijks EU-bestuur in de toekomst de speciale gezant „nauwer in de gaten houden” en „duidelijker richtsnoeren geven over de noodzaak in uitspraken rekening te houden met alle mensenrechten.” Ook moet de Commissie de „belangrijkste documenten” over het mandaat en het werkplan van de toekomstige Europese speciale gezant voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging voor het publiek toegankelijk maken.

Wie de positie van EU-godsdienstgezant gaat vervullen, is nog onduidelijk.