Door een Duitse bril ziet Nederland er zo gek nog niet uit

Door een Duitse bril ziet Nederland er zo gek nog niet uit. beeld Bertus Bouwman

Nederlanders zeuren graag over eigen land. Maar met een Duitse bril op ziet het Hollandse gras er behoorlijk groen uit. Ik deel graag een paar punten die Nederland vanuit Duits perspectief enorm aantrekkelijk maken.

Om te beginnen een cliché. Nederlanders zijn zo lekker losjes – ”locker”, zoals de Duitsers zeggen. En daar zijn ze stiekem best wel een beetje jaloers op. Die lossigheid waarderen Duitsers enorm. De keerzijden ervan ken ik, maar wat is het heerlijk om af en toe losjes te zijn. Wie een tijdje in Duitsland woont, snakt soms naar iets meer lichtheid.

Eventjes langs een Nederlandse kassadame of -heer kan al een verademing zijn. De Nederlandse service gaat verder dan de pure Duitse hoffelijkheid. Dat merk je niet alleen in winkels. Ook in contact met hulpvaardige ambtenaren kan dat soms al aanvoelen als een warm bad. Nederlanders mekkeren vaak over de fiscus, maar de manier waarop de Belastingdienst met je meedenkt, is vrij uniek.

Dat vloeit voort uit een pragmatisme. In Nederland hoor je naar mijn gevoel minder vaak dat dingen nu eenmaal zo zijn omdat het zo is. Of omdat het zo in de wet staat. Werkt het niet? Dan zeuren we net zolang totdat het sneller en beter gaat. Met elkaar polderen klinkt misschien gezapig, maar Duitse instanties zijn erg benieuwd hoe Nederlanders zich toch door lastige politieke besluitvormingsprocessen weten te worstelen.

Het heeft er ook mee te maken dat Nederlanders vaak nieuwsgierig zijn naar wat er verder weg gebeurt. Je moet ook wel in zo’n klein landje dat voor de helft onder de zeespiegel ligt. We lachen misschien altijd om die ene oom die altijd weer het nieuwste apparaatje koopt, maar onze ”Innovationsfreude” zorgt er wel voor dat ontzettend veel dingen gladjes en eenvoudig werken.

Dan moeten we het toch even over het internet hebben. Wifi is in Nederland vaker aanwezig, het 4G-netwerk is er ook sneller. Zeker, ook in Duitsland komt de digitalisering nu krakend op gang. Maar waarom moet zo lang de kat uit de boom worden gekeken voordat er iets in gang wordt gezet? Veel Duitsers vertellen me dat ze dergelijke trage ontwikkelingen onverkwikkelijk vinden voor zo’n rijk land.

Ook de fysieke infrastructuur in Duitsland laat veel te wensen over. Bruggen vertonen barsten, de Autobahn brokkelt af, sluizen blijven steken en megaprojecten mislukken of slepen zich op een kostenverslindende manier voort. Een deugdelijk fietspad is meestal ver te zoeken. Dan is de frisse infrastructuur in Nederland een enorme verademing.

Duitsland is een beetje in zichzelf gekeerd. Het zal het lot zijn van grote landen. Wie zo groot is, heeft misschien te veel met zichzelf te stellen om bij de buren op de koffie te gaan. Wellicht heeft iemand anders al het wiel uitgevonden. Daarom is het erg hoopvol dat de nieuwe regering in Noord-Rijnland-Westfalen zichzelf steeds vaker uitnodigt in Nederland, om bijvoorbeeld te kijken hoe Rijkswaterstaat projecten zo vlotjes plant.

Nu moet je niet denken dat het allemaal bar en boos is in Duitsland, maar soms zou een vleugje Nederlandse invloed fijn zijn. Het beste uit twee werelden laat zich goed verenigen. Losse Nederlanders hebben baat bij wat meer Duitse vasthoudendheid. En Duitse starheid mag door de buren soms best wel een beetje worden losgetrokken.