Democratie moet niet te lang in quarantaine

Corona
Viktor Orban in het Hongaarse parlement. beeld EPA, Tamas Kovacs

Scholen en restaurants dicht: dat was de eerste grote maatregel van onze regering. Van die scholen is democratisch gezien logischer dan van de restaurants.

Hongarije is weer in het nieuws. Premier Viktor Orban vraagt speciale volmachten om zonder het parlement te kunnen regeren. Dat wekt wantrouwen.

Orban staat er al tien jaar slecht op in West-Europa. Zijn christelijk-nationale regering staat onder verdenking maar half democratisch te zijn. En daarom geeft zo’n verzoek om volmachten een verkeerd gevoel. Bevoegdheden kun je immers maar één keer weggeven. Of je ze terugkrijgt is maar de vraag.

Al die kritiek op Hongarije is terecht. Maar ik verbaas me er tegelijk over dat er rond het optreden van overheden in West-Europa minder vragen klinken.

Met de laatste aanscherping zit Nederland min of meer opgesloten in huis. Een ommetje maken mag nog, maar liefst niet te lang. Misschien is het wel verstandig dat zo te doen. Maar is het de taak van de regering om mensen op te leggen binnen te blijven? In een land van vrije burgers kan de overheid niet de baas spelen.

In het fragment ”Luther over de pest” dat vorige week rondging, maant hij de lezer niet bij iedereen in en uit te lopen en het virus te verspreiden. Hij roept echter niet de overheid op maatregelen te nemen, maar wijst de mensen op hun eigen verantwoordelijkheid.

Natuurlijk sluit de overheid alleen restaurants als dat echt nodig is. Normaal kan zoiets immers alleen in een dictatuur. Alles wijst erop dat die noodzaak er nu inderdaad is. Maar het lijkt erop dat die noodzaak nauwelijks wordt toegelicht.

Overheden hebben de taak de volksgezondheid te bevorderen (zoals ook artikel 22 van de Nederlandse Grondwet zegt). Maar dat staat altijd in verhouding met de vrijheid. Roken wordt in ons land daarom wel actief afgeraden, maar niet verboden. Leven volgens de inzichten van de seksuele revolutie heeft ook gezondheidsrisico’s, maar juist West-Europese overheden houden zich op dat punt op de vlakte. In zekere zin logisch, want in een democratie is de verantwoordelijkheid gespreid.

Het lijdt ook geen twijfel dat kerken er goed aan doen zoveel mogelijk onlinediensten te beleggen. Maar als sympathisant van de ”soevereiniteit in eigen kring” zeg ik: de beslissing om diensten te houden ligt bij de kerk, niet bij de overheid.

Alleen in autoritaire landen moet er voor kerkdiensten een vergunning zijn. Juist dat is één van de twistpunten tussen de Europese Unie en Hongarije. Ook in ons land mogen er daarom best meer vragen worden gesteld. Bijvoorbeeld: weten we zeker dat alle vrijheden weer terugkomen zodra het virus onder de duim is? En wie bepaalt dat moment?

Het intrekken van rechten is zelden tijdelijk, waarschuwde deze week een Duitse historicus. Hij maakte zich zorgen dat er zo weinig discussie is over deze vragen.

In Duitsland is dit debat wel sterker. Duitsers herinneren zich de socialistische DDR. En ook Hitler begon met het instellen van de noodtoestand, zonder die weer op te heffen. Een Duitse oud-minister van Binnenlandse Zaken waarschuwde deze week dat de burger geen „blanco cheque” aan de overheid moet geven. De democratie kan best even in quarantaine. Maar zodra de acute dreiging voorbij is, moeten de luiken weer direct open.