De huilbui om het West-Berlijnse bankbiljet

Val van de muur
BERLIJN. Een Oost-Berlijnse man kreeg in het westen zomaar een briefje van 50 mark in handen gedrukt. Dat werd de man te veel. Het beeld van deze "ossie" die tegen een paal stond uit te huilen, is de toenmalige RD-medewerkers Bas Belder en Sjaak Verboom het meest bijgebleven. Beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom
3

APELDOORN. Na de berichten over de opening van de grens wachtte RD-redacteur Bas Belder niet langer. Samen met fotograaf Sjaak Verboom vertrok hij in de ochtend van 10 november „in alle vroegte” richting Berlijn.

Al maanden rommelde het rond de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn. Belder volgde het zo’n beetje dag en nacht. Maar op de ochtend van 10 november lag de zaak anders: in Berlijn hadden duizenden Oost-Duitsers het westelijk deel van de stad bezocht. De grens was nu lek.

Het beeld dat de meeste indruk heeft gemaakt, is voor beiden hetzelfde. Ze troffen in West-Berlijn een man die tegen een paal stond te huilen. Belder: „Hij moest zich staande houden, overmand door emoties. Een West-Berlijnse zakenman had hem spontaan een biljet van 50 D-mark gegeven. Die smaak van de vrijheid was hem op dat moment te veel. Zijn dochtertje stond erbij te kijken.”

Het verhaal van de man kwam al voor in een artikel van Belder in de krant van maandag 13 november. De foto verscheen pas op 18 november op een fotopagina in Accent van Sjaak Verboom.

De wereld verkeerde nog in het „analoge tijdperk”, vertelt Verboom, momenteel zelfstandig fotograaf. „Je werkte volledig op film. Je moest zuinig zijn op de clicks. En er was altijd de angst dat je tijdens het wisselen van de film iets zou missen.”

Ontwikkelen en afdrukken op reis deed hij toen niet. „Ik ben dus weer teruggekeerd naar Apeldoorn en heb daar alle foto’s verwerkt. Zodoende hadden we die fotopagina op 18 november.”

Toen Sjaak Verboom korte tijd later naar de revolutie in Roemenië ging, nam hij wel ontwikkel- en afdrukmateriaal mee. „Ik heb mijn foto’s toen in het hotel afgedrukt. Die beelden zijn door een Nederlandse cameraploeg of zo in Apeldoorn afgeleverd. Door de digitalisering is er sindsdien veel veranderd.”

Voor Belder waren de technische beperkingen niet zo groot. „Je maakte notities, belde naar de krant en sprak je artikel in op een bandje. Vandaag gaat dat anders, maar het was goed werkbaar.”

De eerste dagen na de val van de Muur heerste er een grote euforie, vertelt Belder, tegenwoordig SGP-vertegenwoordiger in het Europees Parlement. Veel Oost-Duitsers ging naar de banken om de 100 mark begroetingsgeld te halen. Dat was gebaseerd op een oude regeling om vluchtelingen te verwelkomen. De drommen Oost-Duitsers aan de balie zorgden ervoor dat de RD-verslaggevers geen geld meer konden opnemen, schreven ze op 13 november.

Op zaterdag 11 november had het RD ook al een Accentpagina over de „gaten in het IJzeren Gordijn”, door toenmalig redacteur Gerrit Roos. „Toen de Muur viel was ik net een paar dagen terug van een reis door Oost-Duitsland. Het rommelde daar toen al. De reacties in dat artikel had ik daar dus ter plekke vergaard.”

Het nieuws was overrompelend, zegt Belder. „Het gistte overal. Gorbatsjov had veel losgemaakt. Berlijn was de klaroenstoot van alles wat zou volgen: de Fluwelen Revolutie in Tsjechoslowakije en later de val van Ceausescu in Roemenië. Het nieuws lag daar gewoon op straat.”

Belder noemt de gebeurtenissen van 1989 nog altijd „een wonder waar we God voor moeten danken. Als geschiedenisleraar had ik jarenlang over het IJzeren Gordijn verteld en het doet wat met je als je dan mag meemaken dat die Muur valt.” In het gezin van Belder is het sindsdien traditie geworden om tussen Kerst en Nieuwjaar een paar dagen naar Berlijn te gaan.