De geest van Auschwitz is nog altijd levend

De Nederlandse delegatie bij het Auschwitzsymposium 2020 in Krakau. V.l.n.r.: Walter van Luik, fractiemedewerker SGP Europees Parlement; Stieneke van der Graaf, parlementslid ChristenUnie; Martijn van Helvert, parlementslid CDA; Blouma Raskin, rabbinaal Europees Centrum; Cor Verkade, oprichter Stichting Antisemitisme Preventie; Binyomin Jacobs, opperrabbijn; Roelof Bisschop, parlementslid SGP en Bert-Jan Ruissen, Europees Parlementslid SGP. beeld Yoni Rykner

Een bezoek aan een concentratiekamp bracht ik nog nooit: te huiveringswekkend. Maar toen opperrabbijn Jacobs me vroeg mee te gaan naar een Auschwitzsymposium, wilde ik geen weerstand bieden.

Het symposium vindt plaats in de Poolse stad Krakau en is georganiseerd door de Europese Joodse Vereniging. De aanleiding vormt de 75-jarige bevrijding van het kamp Auschwitz.

Bestuurslid rabbijn Shlomo Koves maakt op het symposium, begin deze week, direct de link naar de actualiteit door de vraag op te werpen hoe het mogelijk is dat er nog altijd kinderen met antisemitische ideeën worden grootgebracht. De militaire oorlog is over, maar er is nu een gedachtenoorlog gaande, stelt hij. In een conventionele oorlog moet je effectieve vuurwapens zoeken. De wapens bij de oorlog tegen het huidige antisemitisme zijn: educatie, educatie en educatie.

Namens de Poolse regering spreekt staatssecretaris Jaroslaw Sellin. Hij wijst erop dat Hitler pas met zijn uitroeiingsplan kon beginnen toen Polen door hem ingevallen was. Polen heeft volgens hem nooit met Hitler gecollaboreerd; het Poolse leger had zelfs 110.000 Joodse soldaten in dienst. Na de oorlog zou Polen bovendien direct werk hebben gemaakt van oorlogsmonumenten.

De christen-democratische Oostenrijkse politicus Wolfgang Sobotka herinnert eraan dat zijn landgenoten zich soms bestempelen als de eerste slachtoffers van Hitler. Hij onderstreept echter dat ieder die met Hitler samenspande geen slachtoffer is. Sobotka kondigt aan dat Oostenrijk elke twee jaar antisemitsime-onderzoek gaat doen. Vijfenzeventig jaar na de bevrijding van Auschwitz is 10 procent van de Oostenrijkers namelijk nog altijd antisemitisch. Onder de moslimmigranten is dit zelfs 65 procent.

Mentale oorlog

Antisemitisme is niet alleen een fysieke aanval, maar ook een mentale oorlog, zegt de Nederlandse opperrabijn Binyomin Jacobs. Zijn vader zei na de oorlog tegen hem dat ‘Auschwitz’ zich nooit meer zal herhalen. Aan het eind van diens leven waarschuwde hij zijn zoon echter: „Het kan opnieuw gebeuren!”

De opperrabbijn wijst erop dat zijn huis beveiligd wordt. „Onze Joodse scholen zijn beveiligd als gevangenissen. Soldaten bewaken permanent onze kleinkinderen. Dat is mooi, maar ook heel absurd. 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz. Ik vraag me af: is Auschwitz echt bevrijd?”

Kleindochter van Auschwitzoverlevende Mireille Knoll, Keren Knoll, stelt dat het antisemitische kwaad en de haat nog wijdverbreid zijn. „Je zou denken dat we na de bevrijding van Auschwitz de bladzijde hebben omgeslagen, maar het gaat door, elke dag.”

Haar oma was destijds bevrijd uit Auschwitz, maar werd in 2018 in Frankrijk alsnog vanwege haar Jood-zijn vermoord. Als remedie tegen de haat adviseert ze: „Zoek mensen die kunnen luisteren op. Herinner mijn grootmoeder. We blijven hoop houden.”

Iraanse stem

Markant was ook de bijdrage van de Iraanse Nazila Golestan, verbonden aan het Nationale Comité voor vrije verkiezingen in Iran. Zij vertelt dat de confrontatie met Israël in Iran in haar land als een religieuze verplichting wordt gezien. Er is in Iran geen geloofsvrijheid meer, zegt ze.

Ze roept Europa ertoe op de Iraniërs te helpen: de EU moet de druk maximaal opvoeren om te voorkomen dat Iran verder gaat met nucleaire wapens. Als de huidige regering weg is, kan er volgens haar een goede band ontstaan tussen Iran en Israël als landen met een zelfde cultuur. Ze laat vol trots videobeelden zien waarop te zien is dat Iraanse studenten weigeren de op straat geschilderde Amerikaanse en Israëlische vlaggen te vertrappen.