De dienst begon en de aarde van Lombok beefde

Nuriman Ikalor (m.) met echtgenote Roos (l.) en dochter Eltri (r.). beeld Jaco Klamer
5

„Ga zitten, God heeft hier de leiding”, zei ds. Hutauruk toen zijn gemeente nog maar half van de schrik bekomen was na een aardbeving. „Hij zal ons bewaren.”

Toen de aardbeving Lombok op zondagmorgen 5 augustus om zeven uur ’s morgens trof, was ds. Victor Hutauruk (56) juist begonnen aan de vroege kerkdienst. „Ik sprak net de vredegroet uit”, vertelt hij. „Onze hulp is in de naam van de Heere, Die hemel en aarde geschapen heeft. En terwijl ik dat zei begon de aarde te beven.”

Het ontroert ds. Hutauruk nog steeds dat hij op dat moment sterk Gods aanwezigheid ervoer. „Gemeenteleden vluchtten in paniek de kerk uit, maar we kwamen daarna weer samen. Ik zei tegen de gemeente: „Ga zitten, God heeft hier de leiding, Hij zal ons bewaren. In alle consternatie preekte ik over Gods goedheid.”

„God is goed en Hij heeft het goede met ons voor”, preekte hij. „Ik merkte dat de mensen daardoor minder bang waren na de volgende aardbeving, hoewel sommigen de kerk nog angstig mijden.”

Stil op straat

„God straft niet bepaalde groepen mensen”, stelt de predikant. „Iedereen is getroffen. De protestantse kerk op Oost-Lombok is onbruikbaar geworden door aardbevingen, net als veel huizen daar.”

Echtgenote Dinar Hutapea (52) vertelt hoe na de beving moslimburen buiten op de grond zaten te huilen en soms schreeuwden van angst. „Ik ging ook naar buiten en vroeg of we Jezus zouden vragen of Hij ons wilde troosten en bij ons wilde zijn”, zegt ze. „Na het gebed werd het vredig stil op straat.”

Het valt de inwoners van Lombok op dat christenen hulp verlenen, ook aan moslims. Dat raakt hen. Ds. Hutauruk vertelt hoe een collega van hem uit Gelangsar een brief kreeg van de moslimbevolking met de vraag of hij hen wilde bijstaan.

Bekeringswerk

Het predikantenechtpaar vindt het bijzonder dat christenen en moslims op veel fronten samenwerken. Ze willen uitdrukkelijk niet de indruk wekken dat ze zieltjes willen winnen, want de relaties zijn tegelijkertijd broos. Ze herinneren zich nog goed hoe in 2001 vele kerken op Lombok door moslims in brand werden gestoken.

„Mensen bij God brengen is niet aan ons: alleen God kan mensen bekeren”, zegt ds. Hutauruk. Hij benadrukt dat ze mensen de liefde van God doorgeven die Hij hun toonde.

De predikant is ervan overtuigd dat God er geen vreugde in heeft als mensen sterven. „Mijn geloof is versterkt door de aardbevingen die ons eiland troffen”, zegt hij. „Gods plan is goed, en Hij zal het kwade laten meewerken ten goede. Ons leven ligt in Zijn hand en Hij wil ons door alles heen dichter bij Hem brengen.”

Sari Mutia Timur slaapt op de grond

Sari Mutia Timur slaapt op de grond van haar kantoor. Die gewoonte heeft ze aangenomen omdat ze zo de trillingen van de aarde snel voelt en daarop direct kan reageren door naar buiten te gaan. Ze sliep eerder in een woning in de buurt van haar kantoor, maar werkt dagelijks nu zo lang door dat ze er nu voor koos op haar werk te overnachten, om tijd te besparen.

De 43-jarige Mutia Timur geeft leiding aan een team van hulpverleners van de Indonesische organisatie Yakkum Emergency Unit, die steun krijgt van Kerk in Actie. Ze is blij met de hulp die gegeven kan worden aan veel slachtoffers, ook in verzoringstehuizen. „Het personeel daar is ook thuis nodig door de schade die de aardbevingen hebben aangericht. Toch kregen de ouderen tijdens en na de aardbevingen genoeg zorg. Daarin zie ik God zorg voor de meest kwetsbaren.”

Smalle wegen

Mutia Timur studeerde sociale verpleegkunde en verleende in 2005 op Atjeh hulp na de tsunami en aardbeving. Toen waren vooral moslims het slachtoffer en werden christelijke hulpverleners snel gewantrouwd. „Elke ramp is uniek, ook wat betreft getroffenen en de cultuur”, zegt ze.

„De schade op Lombok is groot”, zegt ze. „De wegen zijn smal, beschadigd en geblokkeerd, waardoor hulpgoederen lastig ter plekke komen. Bovendien is de coördinatie van de hulp op Lombok lastig omdat vrijwilligers, na het opheffen van de noodtoestand, weer naar werk en school moeten.”

De directeur constateert dat veel huizen op Lombok zijn ingestort omdat ze niet degelijk waren. „Het is belangrijk dat mensen veilige huizen leren bouwen”, zegt ze.

Moeilijk te begrijpen

„God koos mij uit voor dit werk”, zegt de gedreven en betrokken Mutia Timur, die haar vier jonge kinderen geregeld overlaat aan de zorg van haar echtgenoot om slachtoffers van rampen bij te staan. „Veel families op Lombok verloren een geliefde”, weet ze. „Het is dan moeilijk Gods wegen te begrijpen. Toch geloof ik dat God een plan heeft en het goede met ons voorheeft, ook al is dat soms moeilijk. Hij is almachtig.”

Wonderwel bewaard

„Ik kwam op 5 augustus thuis uit mijn werk, wilde thuis een bad nemen, maar viel op de bank in slaap. Ik werd wakker toen de aarde beefde.” Nuriman Ikalor (53) is kok in Sengigi op Lombok en raakte door de aardbeving dakloos. Hij vertelt hoe de elektriciteit uitviel en het hele huis instortte. „Ik wist niet waar mijn vrouw en kinderen waren. Ik huilde en schreeuwde om hen.”

Echtgenote Roos (52) was intussen met haar dochter Eltri in hun winkeltje aan het werk en rende met Eltri na de beving in paniek naar huis. Toen ze het huis zag, vreesde ze het ergste. In het licht van hun mobieltjes vond ze haar echtgenoot, compleet in shock en verstijfd. Hij kon geen stap meer zetten. Roos en Eltri sleepten Nuriman weg uit het puin. Ze vonden een afdak, maar daar wilde hij voor geen goud zitten, bang als hij was voor een naschok.

Nuriman bleek wonderwel bewaard: hij had nog geen schrammetje. Geen balk of steen had hem geraakt. „Ik maakte in mijn leven drie aardbevingen mee: in 1979, in 2003 en in 2018”, vertelt hij. „De laatste aardbeving was verreweg de ergste.”

Tekenen, zingen en spelletjes doen

„De troosteloze en uitzichtloze situatie van de dakloze mensen op Lombok greep me aan”, zegt de 20-jarige vrijwilliger Afrilia Souhuwat. Ze studeert nog verpleegkunde aan de universiteit van Jogjakarta, maar wilde zich na de aardbeving graag inzetten.

De situatie na de bevingen deden de Ambonese terugdenken aan haar eigen verblijf in vluchtelingenkampen, jaren terug, toen moslims en christenen slaags waren geraakt op Ambon.

„Mijn moeder en ik voelden ons toen eenzaam en verlaten”, zegt ze. „Ik leerde uit de Bijbel dat God wil dat we elkaar helpen en dat je niemand, zelfs je vijanden niet, mag uitsluiten van hulp. Op Lombok zijn vooral moslims het slachtoffer van de aardbevingen, en ze hebben, in alle chaos, dringend verpleegkundige hulp nodig. Wij doen aan traumaverwerking op het eiland: we laten kinderen kleuren, tekenen en zingen en doen spelletjes met ze. Ik wil getroffen kinderen en hun ouders weer positieve energie geven.”