„Corbyn is wel een dwaas, maar geen antisemiet”

3

Midden in de verkiezingscampagne laait het debat op dat de Labourpartij ruimte geeft aan antisemitisme. De ontkenningen worden overstemd door nieuwe aanklachten.

Golders Green ziet eruit als een gewoon dorp dat is opgeslokt door de wereldstad Londen. Aan de hoofdstraat zitten de gebruikelijke winkels, charity shops en eethuisjes. Minder gewoon is de toevoeging ”koosjer” op veel deuren. En onder het viaduct ligt de gratis krant Jewish News; deze keer vol met nieuws over het vermeende antisemitisme in de Britse Labourpartij.

In Finchley en Golders Green is 20 procent Joods. Toen Margaret Thatcher dit kiesdistrict vertegenwoordigde, wist ze de Joodse kiezer weg te lokken bij Labour en aan de Conservatieven te binden. Van de 260.000 Britse Joden stemde in 2017 ruim 60 procent Conservatief; meer dan de anglicaanse christenen. Van de moslims daarentegen stemt 85 procent op Labour.

Labour is nog steeds niet erg populair in de hoofdstraat van Golders Green. Stuart Biren loopt met zijn keppeltje op richting station. „Vroeger zaten veel Joden bij Labour”, zegt hij, „maar velen zijn nu vertrokken.” Hij doelt op de parlementsleden die de Labourfractie hebben verlaten vanwege de anti-Joodse sfeer in de partij.

Biren vindt dat Corbyn zich van de domme houdt als het gaat over antisemitisme. „Het zijn steeds vergissingen van anderen. Maar intussen is hij bondgenoot van Hamas en andere anti-Joodse organisaties.”

In de Kosher Food Store zit Juliette achter de kassa. In de schappen van de supermarkt liggen veel producten met Hebreeuwse opdruk. Tijdens het afrekenen kwebbelt ze over Corbyn. „Het is duidelijk waar zijn sympathieën liggen; bij de terroristen.” Toch kiest ze niet voor de „hansworst” Johnson. „Laat de Liberaal-Democraten winnen.”

Motti Gavzey is achter in de bakkerij Carmelli bezig met zijn inspectie of alles koosjer is. Hij is onder de indruk van de noodkreet van rabbijn Mirvis over Labour. „Voor het eerst in de geschiedenis spreekt iemand zich uit tegen antisemitisme in een politieke partij. Dat geeft mij het gevoel dat er echt iets aan de hand is.” Hij overweegt te emigreren naar Israël.

Paniek

Een paar kilometer voorbij Golders Green woont prof. Geoffrey Alderman. De Joodse hoogleraar politieke geschiedenis oordeelt totaal anders over het artikel van Mirvis. „Dwaze paniekzaaierij”, zegt hij. „Dit land kent niet eens een opperrabbijn, dus moet hij zich ook niet zo noemen. En als hij al iets had willen zeggen over antisemitisme in de politiek, had hij het bij alle partijen kunnen aanwijzen.”

Nog maar een paar weken geleden pleitte de leider van de Groenen tegen de rituele slacht. Alderman: „Dat is voor mij een rode lijn. Daarmee criminaliseer je het Joodse leven. Hetzelfde geldt voor de besnijdenis van jongens.” Zelf is hij trots op zijn besnijdenis in 1944, door dezelfde dokter die in 1948 prins Charles besneed.

Bij de Conservatieven is het niet beter. „Theresa May onthulde eind november een standbeeld van Nancy Astor, het eerste vrouwelijke parlementslid. Terwijl zij een onbeschaamde antisemiet was. Daarmee is May geen antisemiet. Evenmin is Corbyn een antisemiet als hij een voorwoord schrijft in een boek waarin enkele antisemitische zinnen staan. Een onnozele hals, dat is Corbyn. Maar een antisemiet, nee.”

Alderman pakt in zijn kleine huisje aan de noordelijke rand van Londen een dik boek dat hij in 2014 publiceerde over Joodse emancipatie in Groot-Brittannië vanaf 1858. „Het eerlijke verhaal is dat het antisemitisme vanaf de oprichting eind negentiende eeuw in het DNA van Labour zit. Binnen die partij werd gepleit voor een verbod op de „buitenlandse immigratie.” Dat ging om Joden die naar Londen kwamen, zoals mijn grootouders. Die pikten de banen in.”

Ook in het marxisme en socialisme zat veel anti-Joods sentiment, zegt Alderman. „De ellende met het grootkapitaal kwam door de Joden.”

Toen het zionisme opkwam, sloten de socialisten zich daarbij aan. „Tot 1967 kon Labour leven met een Joodse staat. Daarna niet meer; toen werd Israël kolonisator.”

Onder Joden zelf was het enthousiasme over het zionisme kleiner. „Ze zagen dat als een droom voor de messiaanse tijd. Het Ottomaanse Rijk maakte een Joodse staat immers onmogelijk. Veel Britse Joden waren in 1919 tegen de Balfour Declaration. Zij vreesden dat dit de manier was om hen het land uit te jagen. Maar goed, we leven nu in 2019. Onder Joden is nog slechts een marginale groep domoren tegen de staat Israël.”

Hakenkruis

Alderman denkt dat veel antizionisme vandaag voortkomt uit antisemitisme. „Je kunt zeggen dat de Joodse staat er beter niet had kunnen zijn. Maar zodra je zegt dat die nu, meer dan zeventig jaar na de oprichting, moet worden ontbonden, moet je tegen mij niet zeggen dat je geen antisemiet bent. In 1982 zei Corbyn dat trouwens wel, maar in 2015 aanvaardde hij het bestaan van Israël. Daartussen ligt natuurlijk een hele reis.”

Wat de rabbijn heeft bezield om zijn stuk te schrijven, weet prof. Alderman niet. „Wie weet heeft hij wel een partijpolitieke agenda. Op de avond voordat Theresa May premier werd, was ze ergens voor een diner uitgenodigd. Precies, bij rabbijn Mirvis.”

Zelf groeide hij op in Hackney in Londen. Antisemitisme was daar aan de orde van de dag. „Als jochie van vier zag ik hoe mijn moeder een hakenkruis van ons huis schrobde. Er waren straten waar je als Joods jongetje niet kon komen zonder kleerscheuren op te lopen. Mij is als jong academicus ook eens een baan geweigerd omdat ik zionist was.”

Of er nog antisemitisme in Londen bestaat, weet Alderman niet. „In de tijd van de bankencrisis in 2008 stond ik eens op een perron. Een zwarte jongen kwam naar me toe en zei: Jullie Joden zijn goed met geld; welk advies geef je me nu de banken omvallen? Gelukkig kwam mijn trein eraan en zei ik snel dat hij een goede adviseur moest zoeken. Was dat antisemitisch? Als die man dezelfde woorden niet met een glimlach maar met gebalde vuisten had gezegd, dan wel. Maar nu niet. Context, dat maakt het verschil.”

Rabbijn klaagt aan

De verwijten dat de Labourpartij ruimte geeft aan antisemitische geluiden, klinkt al sinds het aantreden van Jeremy Corbyn als leider in 2015. Maar twee weken geleden kreeg deze kwestie extra lading door een artikel vol verwijten van de Britse opperrabbijn Ephraim Mirvis.

De rabbijn beschuldigde Corbyn ervan „gif vanuit de top” wortel te laten schieten in de partij. De partij gaf ruim baan aan de vijanden van Israël. Bovendien roeren in de partij zich steeds meer mensen die Joden beschuldigen van kapitalistisch onrecht.

In zijn artikel in The Times excuseerde hij zich ervoor dat hij zich als geestelijk leider in de campagne meldde, maar de „ziel van de natie staat op het spel.”