Congolees bezuinigt niet op de doden

Diaconaal
Timmerlieden aan het werk bij de uitvaartservice van de stichtingen Cofra en HHCCA in Kinshasa. beeld RD
2

Op de levenden besparen de inwoners van de Congolese miljoenstad Kinshasa gemakkelijker dan op de doden. Het is in de stad een diaconaal werk armen te helpen hun doden waardig te begraven.

Het is rond het middaguur als hulpverlener Félicien Muya Oleka de taxi naar de kant van een stoffige straat in Kinshasa dirigeert. De wagen heeft de stad doorkruist tot de buitenwijk Nsele, een wijk waar het chaotische en drukke stadsleven geleidelijk plaatsmaakt voor de rust en ruimte van het platteland. Het is klam, zo’n 34 graden: in Kinshasa geen ongebruikelijke temperatuur. Met het afremmen van de auto stuift er fijn zand op.

De bestemming is een okergeel geverfd gebouwtje met een groot blauw kruis erop. ”Uitvaartservice”, melden grote letters op de gevel. Ervoor, aan de rand van de weg, staan op een houten frame twee kleine doodskisten, gewikkeld in wit en paars linnen. Ze ontnemen het zicht enigszins op een paar mannen die onder een wit tentdoek beschutting zoeken voor de felle zon.

Onder hen is Felic Ngonda, die de dagelijkse leiding over deze uitvaartdienst heeft. Hier maakt hij met zijn medewerkers kisten, maar regelt hij desgewenst ook de verdere begrafenis. Zo kunnen nabestaanden er een tent huren om gasten te ontvangen of een grafdelver inhuren.

In het kleine pand laat Ngonda enkele uitgestalde kisten zien. Ze zijn er in soorten en maten: sommige met kruizen erop en fraaie handgrepen, andere rechttoe, rechtaan. Ngonda tilt de deksel van verschillende kisten op en wijst met enige trots op de afwerking binnenin.

Achter de ruimte ligt de werkplaats: onder een afdak liggen stapels hout opgetast en zijn twee jongens onder een boom een kist aan het timmeren. Elke maand gaan er gemiddeld zo’n vijftig de werkplaats uit, vertelt Ngonda. „Het ligt per maand verschillend. We werken vooral vraaggericht”, zegt hij. Maar net als in de rest van de enorme stad is ook in Nsele de dood nooit ver weg.

Hoge kosten

Bijzonder aan de uitvaartonderneming van Ngonda is dat het er één is voor arme mensen. De kisten gaan hier niet voor het volle pond weg, maar voor ongeveer de helft van de normale tarieven. En ook de andere diensten worden tegen sterk gereduceerde prijzen aangeboden.

Félicien Muya Oleka is directeur van één van de Congolese stichtingen achter het initiatief: Cofra. Op de muur van de uitvaatservice staat daarnaast de naam vermeldt van stichting HHCCA, acroniem voor Hart en Handen van Christus voor Centraal-Afrika. Het is een organisatie die is opgezet door Congolezen in Nederland en vanuit Leiden opereert.

De dienst is bepaald geen overbodige luxe in Kinshasa, waar de kosten voor een gemiddelde begrafenis al gauw oplopen tot zo’n 2500 dollar (een kleine 2100 euro). Ter vergelijking: een supermarktmedewerker verdient in Congo tussen de 100 en 150 dollar per maand, een ambtenaar zo’n 200 dollar.

In veel families werkt bovendien hooguit een enkeling. Naar schatting is ongeveer de helft van de Congolese beroepsbevolking werkloos: één van de allerhoogste percentages ter wereld. Muya Oleka denkt dat het percentage werklozen in Kinshasa nog een stuk hoger ligt. „Zeker 80 procent zit hier zonder werk”, schat hij royaal in. Met een knik naar de drukte in de stad: „Kijk eens naar al die mensen. Die lopen hier midden op de dag rond. Dat zegt genoeg.”

Het overlijden van een geliefde is voor veel families in Kinshasa daarmee een ware nachtmerrie. Het lichaam gaat in eerste instantie naar het mortuarium, waar het gerust een paar weken kan blijven liggen. Die tijd heeft de familie hard nodig met het bijeensprokkelen van het benodigde geld en het voorbereiden van de begrafenis. Maar ook dat mortuarium is niet gratis: reden waardoor veel arme families van meet af aan een vicieuze cirkel belanden.

Ongenode gasten

De eerste reeks rekeningen na een overlijden zijn voor het mortuarium (al snel tenminste 100 dollar), nieuwe kleding voor de overledene, de kist (tenminste een paar honderd dollar), het huren van een lijkwagen (zo’n 100 tot 500 dollar) en een plek op de begraafplaats en het delven van een graf (bij elkaar zo’n 250 dollar).

Maar de grootste kostenpost is het zeker 24 uur durende begrafenisritueel. Er kunnen heel veel mensen komen uit de brede familie en die moeten allemaal worden voorzien van eten en drinken.

Daarbij is het heel goed mogelijk dat ook ongenode gasten hun opwachting maken. Ze zijn volgens de Congolese journalist Tsitenghe Lubabu vaak niet eens een minderheid op begrafenissen. „De waarheid is simpel: de meerderheid van de bezoekers heeft de overledene niet of nauwelijks gekend”, schreef hij in 2015 in het tijdschrift Jeune Afrique. Volgens Lubabu besteedt een grote groep mensen „het grootste deel” van zijn tijd aan het volgen van overlijdensberichten om te kijken waar er wat te eten en te drinken valt.

Natuurlijk is het voor minder bedeelde families mogelijk op sommige posten te besparen, zoals de huur van een lijkwagen. Veel armere families kiezen ervoor voor een paar tientjes een gewone auto te huren en daarin het lichaam te vervoeren. Maar de plechtigheid zelf versoberen, geldt als een onmogelijkheid. Het is in Congo een schande als genodigden naar huis gaan met de constatering dat er te weinig eten was en de overledene slechts een goedkope kist gegund werd. Mensen zijn bereid meer aan een begrafenis uit te geven dan aan wat dan ook.

Het betekent dat veel arme families na een begrafenis in nog grotere armoede vervallen of grote schulden moeten maken. Dat probeert het initiatief van Cofra en HHCCA te voorkomen.

Zand

Een weeshuis die de beide stichtingen op een paar honderd meter van het uitvaartcentrum onderhouden, vertelt veel over de sociale problematiek in de wijk. Er leven zo’n 50 kinderen, van wie sommigen één en anderen twee ouders missen. Een deel van hen heeft nog wel ouders, maar die zijn niet in staat hen te onderhouden. „Veel mensen hier in Nsele zijn ontzettend arm”, zegt Muya Oleka.

Het is onmogelijk met de personenauto het weeshuis te bereiken: links en rechts van de hoofdweg bestaan de zijwegen enkel nog uit een dikke laag zand. Brommertaxi’s bieden echter hun diensten aan en weten zich een weg door het zand te ploegen. Aan de ‘straat’ staan vooral veel kleine, lemen huisjes.

Voor de kinderen is er in het weeshuis een gemeenschappelijke ruimte en twee krap bemeten slaapzalen: één voor de meisjes en één voor de jongens. Vijftig bedden staan er bij lange na niet. „Er passen gemakkelijk meer kinderen in een bed”, legt Muya Oleka uit. Met steun van de Nederlandse ambassade in Congo zijn er zonnepanelen op het dak van het weeshuis gelegd, waardoor er elektriciteit en warm water is.

De kinderen in het tehuis kunnen er blijven tot ze twaalf jaar zijn, waarna ze trainingen kunnen helpen die hen op weg naar een baan moeten helpen. Misschien hebben deze kinderen dan ooit genoeg geld om voor hun geliefden een waardige begrafenis te bekostigen. Misschien.

Begrafenisrituelen

Begrafenissen zijn in Congo traditioneel omgeven door veel rituelen, zoals het gebruik om takken op de weg te leggen als het lichaam het huis verlaat. Dat moet de geest van de dode beletten om terug te keren.

Dit soort praktijken vinden nog altijd plaats, maar het karakter van veel begrafenissen is veranderd. „Vroeger waren de mensen bang voor de doden, maar nu is een begrafenis soms net een groot feest”, zegt ds. Philippe Bolanzow. Bolanzow is predikant in één van de gemeenten van de Église du Christ au Congo in een volkswijk van Kinshasa. Hij heeft zijn bedenkingen bij de ontwikkelingen. Er wordt dan veel gedanst en gedronken, weet hij.

Begrafenissen van leden van de kerk van ds. Blonazow hebben een andere invulling. De familie en vrienden komen in de nacht voor de begrafenis bijeen in de kerk voor gebed en zang. „Ze zingen dan christelijke liederen, onder meer over de opstanding.” In de daaropvolgende ochtend volgt dan een uitvaartdienst en de begrafenis.

Als het even kan, draagt volgens de predikant de brede familie bij aan de kosten van de begrafenis. Eventueel kan ook de kerk bijspringen, al zijn de middelen beperkt. „Veel van mijn leden zijn ook werkloos”, zegt hij. „De kerk is niet rijk.”