Christenen in Noord-Syrië vrezen komst Turkse leger

De Assyrisch-christelijke vrouwenbrigade in Noord-Syrië op oefening. De groep past in het Koerdische ideaal van vrouwenemancipatie. beeld Jacob Hoekman

De dreigende Turkse invasie in Noord-Syrië kan grote gevolgen hebben voor de omvangrijke christelijke gemeenschap in het gebied. Veel christenen zijn bang.

De wind heeft vrij spel op de Noord-Syrische vlakte. Mijn telefoon vangt het signaal op van een Turkse telecommaatschappij, als voorbode van wat komen gaat. Het is tijdens een eerdere reis naar het gebied en ik bevind me in de uiterste noordoostpunt van Syrië, in het grensgebied met Turkije en Irak. Dit gebied zal, als het aan Turkije ligt, straks worden bevolkt met honderdduizenden Syrisch-Arabische vluchtelingen.

Tot dertig kilometer landinwaarts moet er langs de hele Syrische noordgrens een bufferzone komen waar Turkije veel invloed zal hebben. In die buffer liggen belangrijke plaatsen als Qamishli en Malikiyah. Verder bevinden zich tientallen vrijwel geheel christelijke dorpen in het gebied.

Fruitstalletjes bepalen het beeld in de belangrijkste straten van de dorpjes waar ik doorheen rijd. Buiten de dorpen weiden herders hun schaapskudden op de spaarzaam begroeide vlakte. Her en der staan jaknikkers. Sommige staan er werkloos bij; andere halen traag de olie uit de grond.

Ik arriveer bij een afgelegen boerderijtje; een tikje vervallen zoals zoveel gebouwen hier. Het is aan de buitenkant niet te zien, maar hier zit een trainingscentrum van de Bethnahrain Women’s Protection Forces – een heuse vrouwenbrigade die volledig bestaat uit christelijke, Assyrische vrouwen. Kalasjnikovs staan tegen de muur, uniformstukken hangen aan de kapstok. Alleen bij de wc zie ik aan een borstel en wat haarbandjes dat hier vrouwen moeten wonen.

De brigade is een typisch voorbeeld van hoe het eraan toe gaat in Rojava, zoals Koerden hun semi-autonome republiek in Syrië doorgaans noemen. Ten eerste is er de niet te missen agenda van vrouwenemancipatie, van feminisme. Hier, in wat officieel de Democratische Federatie van Noord-Syrië heet, nemen veel vrouwen het heft zelf in handen – uniek in het Midden-Oosten. Deze staat moet, op marxistische leest geschoeid, een schoolvoorbeeld worden van seculiere gelijkheid tussen man en vrouw. De vrouwenbrigade is een van de paradepaardjes van die leer.

Vastberadenheid

Ten tweede heerst er onder de Koerdische strijders in het algemeen een grote vastberadenheid om elke vorm van onvrijheid te lijf te gaan. Zij waren het die Islamitische Staat in dit gebied de beslissende slag toebrachten – en ze zijn hier om te blijven. De Turkse dreiging gaat hen wellicht de kop kosten, maar aan zich overgeven denken ze hier niet.

Die houding van onverzettelijkheid zie ik ook terug bij de Assyrische vrouwenbrigade. „Ik wil vechten”, zegt Rita, een christelijke militair die ik spreek op de basis. Ze komt uit Irak en werd eerder als slavin door IS misbruikt. „Ik wil vechten voor mezelf en voor mijn mensen, vooral voor de vrouwen van mijn volk. Ik weet dat veel mensen die het slachtoffer zijn geworden van IS, de moed hebben opgegeven. Maar mijn karakter is anders. Iets in mij is onverzettelijk.”

Toch zijn niet alle christenen te porren voor samenwerking met de Koerden. De meeste kerken in Syrië staan vanouds achter de regering van president Assad, omdat ze onder hem een relatief grote vrijheid hebben.

Een deel van de christenen in Rojava constateert bovendien dat de Koerden vooral op hun eigen belangen zijn gericht. In 2017 bracht de Assyrische Confederatie van Europa een rapport uit dat een lange lijst incidenten opsomt die zijn gericht tegen Assyrische christenen in Rojava. Het gaat onder meer om juridische problemen, intimidatie en ook gewelddadige incidenten.

Buiten schot

Sommige christenen in Rojava zien de dreigende Turkse invasie dan ook niet alleen als negatief. Ze gaan ervan uit dat de Turken het uitsluitend op de Koerden hebben gemunt en dat ze zelf buiten schot zullen blijven.

Volgens andere Assyriërs in de regio zal dat zeker niet gebeuren. Malek Hanna, die werkt voor de Assyrische hulpverleningsorganisatie Syriac Cross in Qamishli, gelooft niet in de goede bedoelingen van de Turken. „We zijn niet vergeten hoe het Ottomaanse Rijk een genocide op ons volk heeft gepleegd”, zegt hij. „Wij zijn hun kleinkinderen.”

Volgens Hanna heerst er angst onder veel christenen. De hulpverlener denkt dat christenen zelfs bewust zullen worden aangevallen door Turkse troepen en gelieerde rebellengroepen, omdat dit eerder ook gebeurde in de regio Afrin, waar Turkije in 2018 binnenviel.

Ik rijd langs de Syrisch-Turkse grens verder naar het westen, door de geplande bufferzone. Vlaggen van onduidelijke groeperingen wapperen bij de vele checkpoints. Twee colonnes met Amerikaanse legervoertuigen denderen voorbij. Her en der liggen autowrakken langs de kant van de weg.

Een militaire basis van de Koerden doemt op. Op het terrein is alles nog rustig. Een paar militairen lopen heen en weer over het terrein. Honden blaffen in de richting van de Turkse grens. Er blaft niemand terug. Maar dat zal mogelijk niet lang meer duren.