Bewoners Sint-Maarten proberen moed te houden

Medewerkers van het Rode Kruis delen water uit aan bewoners in Cay Bay op Sint Maarten. De bewoners van de wijk, die zwaar getroffen is door orkaan Irma, hebben geen beschikking over schoon drinkwater. beeld ANP

„En nu de schouders eronder”, dat is het gevoel dat momenteel heerst op Sint-Maarten, een week nadat orkaan Irma nagenoeg alles op het eiland kapot maakte. Overal ligt puin, huizen zijn tussen deels en volledig gesloopt en auto’s die nog kunnen rijden, rijden rond. Ongeacht of ze nog een voorruit of achterklep hebben.

Het Nederlandse echtpaar Henry en Helmie Franken is druk bezig op te ruimen wat er nog over is van hun duikschool. „Wij hebben relatief geluk gehad. We hebben weinig schade aan ons huis en een van onze boten is ongeschonden gebleven”, zegt Henry.

„Water en eten bevolking hoogste prioriteit”

„We waren ons - voordat orkaan Irma kwam - aan het gereedmaken voor het toeristenseizoen dat over een paar maanden zou moeten beginnen”, vertelt Helmie. „Toeristen zullen we het komende jaar niet zien vrees ik. En misschien wel langer niet.”

ANP-53204959Rode Kruis start uitdelen water en voedsel

Hoewel het Brabantse echtpaar denkt dat het besef en de klap nog moeten komen, zijn ze druk bezig met alles opnieuw opbouwen. „We leven van dag tot dag. Nu hebben we nog genoeg water en eten. We helpen onze buren die helemaal niks meer hebben. Schouders eronder en doorgaat, dat is het enige dat we kunnen doen”, zegt Henri.

Tussenstand noodhulp Sint-Maarten 4,3 miljoen

Een paar honderd meter verderop zegt Dennis Jillesen bijna letterlijk hetzelfde. Met een bord ‘cold beers 2 dollar’ weet hij veel buurtbewoners naar zijn kroeg Harry’s te lokken. „Van een gezonken boot kon ik diesel halen voor de generator. Van kapotte kroegen in de buurt kon ik de drankvoorraad overnemen en zo kan iedereen hier een koud biertje komen drinken”, zegt hij.

Of hij op het eiland blijft, weet hij nog niet. „Mijn kinderen moeten naar school en ik weet niet of dat snel hier weer kan.” Maar vooralsnog is zijn motto: „schouders eronder”.