Bagdad getroffen door wervelwind

Protest in Irak. beeld AFP, Haidar Hamdani

In Algerije, Libanon en Irak bleef het tijdens de Arabische lente van 2011 rustig. Maar dit jaar slaat daar de vlam in de pan en dat kan grote gevolgen hebben voor het hele Midden-Oosten.

De ingrediënten voor een maatschappelijke explosie waren in 2011 ook in Algerije, Libanon en Irak aanwezig. Het grote verschil met andere landen in de regio was toen echter dat de drie landen in de daarvoor liggende decennia bloedige burgeroorlogen hadden gekend waarvan de herinnering nog vers in het geheugen lag.

De kruik gaat echter zolang te water tot hij barst: begin dit jaar ontstond er in Algerije een protestbeweging, die gericht was tegen de heersende politieke elites. Politici in het Midden-Oosten maakten zich daar begrijpelijkerwijs zorgen over. Ze waren namelijk niet vergeten dat ook in 2011 de problemen in Noord-Afrika waren begonnen: in Tunesië.

De vrees van deze politici bleek gegrond. Sinds maanden zijn Libanon en Irak in de greep van een volkswoede die ongekend is en die de autoriteiten maar niet tot bedaren weten te brengen.

Wie de huidige protesten in Irak wil begrijpen, moet terug in de tijd tot zeker 2003. In dat jaar maakte een Amerikaanse militaire invasie in 2003 een einde aan de ”Republiek van de angst”, zoals Irak onder voormalig president Saddam Hoesein werd genoemd. Er leefde hoop dat er een frisse, democratische wind door het land zou gaan waaien, maar Irak strompelde van de ene crisis in de andere. Er brak een burgeroorlog uit die de kiemen voor de latere Islamitische Staat (IS) legde. Deze IS zou in 2014 een staat binnen de Irakese staat oprichten – wat op zijn beurt de rol van Iran in Irak versterkte.

De Verenigde Staten begonnen Irak intussen steeds meer te zien als een uitvalsbasis voor de strijd tegen zowel de IS als Iran. Dat Irak steeds verder wegzakte in een politieke en economische afgrond, was hierbij van ondergeschikt belang. De afgelopen jaren had Irak wel vaker protesten gezien van boze burgers, maar die werden door politici steeds gesmoord met vage beloftes over cosmetische hervormingen. Een oud recept in de Arabische wereld dat echter niet meer blijkt te werken.

De huidige protestbeweging in Irak eist feitelijk niets minder dan de opheffing van het politieke systeem dat na 2003 is ontstaan. Een systeem dat op sektarische en etnische quota voor soennieten, sjiieten en Koerden was gebaseerd. Politici van deze drie groepen hadden dit systeem gebruikt om zogenaamd de belangen van hun achterban te beschermen.

Ze werden volkomen verrast door de demonstraties die sinds begin oktober het land op zijn grondvesten doen schudden. Onwillig om hun privileges op te geven, kozen ze in eerste instantie voor een afwachtende houding in de verwachting dat de vlam van de revolutie uiteindelijk zou uitdoven.

Toen dit niet gebeurde, namen ze hun toevlucht tot geweld. Dat maakten de demonstranten nog bozer. Het Washington Institute waarschuwde onlangs dat dit alles bewees dat Irak een falende staat was, maar men zou ook het tegenovergestelde kunnen verdedigen.

De huidige crisis heeft duidelijk gemaakt dat de Irakese staat wezenlijk werd gekaapt door falende politici die hun functies misbruikten om zichzelf te verrijken. Irakese jongeren eisen nu hun land terug en worden hierbij gedreven door nationalistische gevoelens en verlangens. Er gloort hoop voor Irak.