Arbeiderspartij heeft scheutje traditie nodig

beeld ANP

De partij die aan de wieg van Israël stond, is aan het verdwijnen, waarschuwen analisten. Maar zover is het wellicht nog niet.

De peilingen voor de Arbeiderspartij zijn weinig rooskleurig: bij de Israëlische verkiezingen op 9 april zou de partij zakken van 18 naar minder dan 10 zetels. Mogelijk kan de kandidatenlijst, waarover partijleden maandag tijdens voorverkiezingen konden stemmen, er nog iets aan veranderen. Veertien huidige parlementleden en nieuwe kandidaten streden voor zeven open plekken in de top-tien van de partij. De eerste posities stonden al vast: Avi Gabbay is de leider van de partij en hij mag bepalen wie er op nummer twee komt.

Uit de stembusgang van maandag kwam Itzik Shmuli als winnaar uit de bus, gevolgd door Stav Shaffir. Beiden hebben zich in de afgelopen jaren ingespannen voor sociale rechtvaardigheid. Ze maken kans in de toekomst de Arbeiderspartij te gaan leiden. Maar heeft de partij nog wel toekomst?

De Arbeiderspartij komt voort uit de Mapai: De partij van de Arbeiders in het Land Israël. Het was de Mapai die Israël oprichtte. De leider ervan, David Ben Gurion, had de visie onder zware oppositie een Joodse en democratische staat op te richten. In 1968 ging Mapai met twee andere partijen (Ahdut Ha’Avoda en Rafi) op in de sociaal-democratische Arbeiderspartij. De rechtse partij Likud won de verkiezingen echter in 1977 en is sindsdien met onderbrekingen aan de macht gebleven.

Politiek commentator Shmuel Rosner schreef in The New York Times dat er intussen een nieuwe Israëlische identiteit is opgekomen. Deze identiteit noemt hij „Joods-Israelisch”. Deze Israëliërs voelen een sterke verwantschap met de Joodse traditie én met het nationale sentiment. Dit type Israëliër is, met andere woorden, trots op het oude Judaïsme én op de staat Israël. Ze houden de Joodse spijswetten én ze zenden hun kinderen naar het leger. Dat de 13-jarige zoon voor het eerst in de synagoge uit de thorarol leest is een groot feest én de vlag gaat op Onafhankelijkheidsdag uit. „Dit gaat niet over godsdienstigheid”, schrijft Rosner. „Het gaat over cultuur: een cultuur die op de pilaren staat van oud Judaïsme en modern Israëlisme.”

De Arbeiderspartij zou niet passen bij deze nieuwe cultuur. De partij mag dan hoog scoren wat betreft het Israëlische patriottisme, ze scoort laag als het gaat om de Joodse traditie. Israëliërs die patriottistisch zijn, maar niet veel hebben met godsdienstige tradities, sterven volgens Rosner langzaam maar zeker uit.

De andere partijen in het centrum zouden deze nieuwe Israëliër wel kunnen trekken. Dat zijn bijvoorbeeld Yesh Atid van Yair Lapid en Kulano van Moshe Kahlon.

De vraag is echter of Rosner niet te pessimistisch is over de toekomst van de Arbeiderspartij. De partij hoeft maar weinig bij te sturen om meer nadruk te leggen op de Joodse traditie. En er is goede kans dat na 9 april de meeste nieuwe middenpartijen gewoon weer met Likud, de nationalistische partijen en met de religieuze partijen mee zullen doen. Er zal in dat geval in de praktijk dus weinig veranderen.

De Arbeiderspartij zou niet met Netanyahu in zee willen. En dat biedt gouden kansen. De partij kan er op blijven hameren dat het een schande is dat in een rijk als Israël één op de vijf mensen onder de armoedegrens leeft. En ook dat het niet nodig is dat de medische zorg onder zware financiële druk staat. En dat Likud de overlevingskansen van de Joods-democratische staat op het spel zet door te werken naar één binationale Joods-Palestijnse staat.

De partij zal na de verkiezingen van 9 april een nieuwe leider kiezen, die voor herstel moet zorgen. Maar het is dan wel nodig dat hij of zij een krachtige stem laat horen en niet in de voetsporen treedt van de huidige leider.