Arabische wereld wantrouwt Turkije meer dan Iran

Turkse troepen rukken op in Noord-Syrië. beeld EPA

De Verenigde Staten proberen in het Midden-Oosten steun te verwerven om de Iraanse dreiging een halt toe te roepen. De Arabische wereld ziet in Turkije momenteel echter een groter gevaar.

Afgelopen donderdag hield de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo een toespraak in de Egyptische hoofdstad Caïro. Die speech riep herinneringen op aan de rede die de toenmalige president Obama in 2009 in dezelfde stad hield. Pompeo refereerde hieraan, zonder Obama te noemen. De bewindsman vertelde zijn gehoor dat „hier ooit een andere Amerikaan voor jullie stond die zei dat Amerika en de moslimwereld een nieuw begin nodig hadden. Deze misvatting pakte dramatisch uit.”

Pompeo zei verder dingen die zijn Arabische publiek vreemd in de oren moeten hebben geklonken. Volgens hem „ontstond er chaos als de Verenigde Staten besloten zich ergens terug te trekken.” De ironie van deze opmerking leek hem te ontgaan, omdat de VS onlangs besloten Syrië te verlaten. De toespraak van Pompeo bevestigde het beeld dat de Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten op zijn zachtst gezegd niet samenhangend is.

Dat besef deed Arabische leiders al eerder besluiten het heft in eigen handen te nemen. President Obama had alles in het werk gesteld om de relaties met Iran te verbeteren, terwijl diens opvolger Trump die weer wil opblazen. In Arabische ogen lijkt Washington steeds meer op een brandweerman die een vuur probeert te doven dat hij zelf heeft aangestoken.

In Caïro leek het uiteindelijke doel van Pompeo te zijn zoveel mogelijk bondgenoten te activeren „om de ayatollahs in Iran te confronteren.” Deze nieuwe Amerikaanse politiek is gebaseerd op het idee dat de Arabische wereld Iran als doodsvijand beschouwt. Die constatering is juist, maar in het turbulente Midden-Oosten kan het zomaar gebeuren dat er plotseling een nog groter gevaar opduikt. Bronnen in de regio melden dat er vorige maand ergens in de Golf een geheime ontmoeting plaatshad tussen vertegenwoordigers van Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Israël. Onder anderen Yossi Cohen, directeur van de Israëlische Mossad, zou hierbij aanwezig zijn geweest. Deze vier landen waren tot de conclusie gekomen dat Iran inderdaad bestreden diende te worden, maar dat Turkije in feite een groter gevaar vormt.

Cohen zou erop hebben gewezen dat „de macht van Iran fragiel is. De werkelijke dreiging komt uit Turkije.” Ankara heeft al in drie Arabische landen militaire bases opgebouwd. Allereerst in Qatar. Dat zien de andere Arabische Golfstaten als een provocatie. Vervolgens in Irak, waar Turkije zeer tegen de zin van de Iraakse regering een basis heeft in Bashiqa, vlak bij Mosul. In Irak probeert Turkije zich bovendien te presenteren als de beschermheer van de soennieten in dat land om invloed te verwerven in Bagdad. Ernstiger is echter de Turkse bezetting van regio’s in noordelijk Syrië.

Het regime in Damascus heeft de aanwezigheid van Turkse militairen in Syrië scherp veroordeeld en vindt hierbij andere Arabische landen aan zijn zijde. De Arabische landen voelden zich verraden door president Obama toen deze een nucleair akkoord sloot met Iran. Dat diens opvolger Trump de Turken de vrije hand lijkt te geven in Syrië, keurt de Arabische wereld eveneens ten zeerste af.