Ambassadeur Friedman neemt voorschot op discussie vredesplan

De Amerikaanse ambassadeur Friedman. beeld EPA, Jim Hollander

Grote beroering veroorzaakte het interview met de Amerikaanse ambassadeur David Friedman over Trumps vredesplan dat zaterdag 9 juni verscheen in The New York Times.

Onder bepaald omstandigheden, zei Friedman, „heeft Israël, denk ik, het recht iets van de Westoever, maar waarschijnlijk niet alles, te houden.”

Alles wat Friedman zegt over een toekomstige regeling, is belangwekkend. Hij is een van de drie samenstellers van Trumps vredesplan, ook bekend als de ”deal van de eeuw”. De andere twee zijn Jared Kushner, adviseur en schoonzoon van de Amerikaanse president, en Jason Greenblatt, de speciale afgezant voor internationale onderhandelingen.

Friedmans opmerking komt twee maanden nadat premier Netanyahu in het kader van de verkiezingsstrijd beloofde te beginnen met de inlijving van Joodse nederzettingen op de Westoever. Dat is het gebied dat Israël in 1967 op Jordanië veroverde. Palestijnen hopen daar een eigen staat op te richten.

De secretaris-generaal van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO, Saeb Erekat, zei dat Friedman en Trump dezelfde visie hebben, namelijk „annexatie van bezet gebied, een oorlogsmisdaad volgens het internationale recht.”

De Israëlische Vrede Nu beweging vergeleek Friedman met een Trojaans paard dat is gezonden door de rechtsen in de nederzettingen, „dat Israëls belangen en de kans op vrede saboteert. De prijs zal worden betaald door de bewoners van het gebied, niet door Friedman of Trump.”

Toch bevatte Friedmans opmerking, oppervlakkig beschouwd, weinig nieuws. Als er een Palestijnse staat wordt opgericht naast Israël, zal Israël inderdaad een aantal nederzettingen annexeren, hoewel Friedman dat woord niet eens gebruikte.

Maar –en dat zei Friedman er niet bij– tot nu begreep iedereen dat annexatie alleen kon plaatshebben in het kader van een akkoord over landruil. Met andere woorden: Israël kan een aantal nederzettingenblokken inlijven, in ruil voor land dat het aan de Palestijnen geeft.

Uit niets blijkt dat Netanyahu en Friedman voorstander zijn van een tweestatenoplossing, waarbij Israël en Palestina vredig naast elkaar bestaan. Zoals het nu lijkt, moet Trumps plan zorgen voor een sterke opleving van de economie in de Palestijnse enclaves op de Westoever. Eind deze maand zullen de Amerikanen het economische deel van het plan in Bahrein bekendmaken.

De vraag is of de regering-Trump het economische deel zal opvolgen met een serieus politiek deel. Friedman zelf heeft er blijkbaar al twijfels over. Hij zei dat het plan niet zal worden gepubliceerd als de Amerikaanse regering gelooft dat het meer schade dan goed zou doen. „We willen de dingen niet erger maken dan ze al zijn”, zei hij.

Het plan lijkt gebaseerd op een materialistische benadering. Als mensen het economisch goed hebben, zullen ze zich rustig houden. Maar hoewel economische ontwikkeling zeker belangrijk is, zal het de politieke en nationale aspiraties van de Palestijnen –en dus de noodzaak van een politieke oplossing– zeker niet doen verdwijnen.

Palestijnse leiders hebben het plan al bij voorbaat verworpen. Ook dat is niet verstandig. De Palestijnen hadden kunnen zeggen dat een economisch deel móet worden gevolgd door een politiek deel. Het was verstandiger het plan af te wachten, het grondig te bestuderen en er delen van te accepteren en eventueel te verwerpen.