Als op Lesbos corona uitbreekt, is ramp niet te overzien

Corona
Migranten arriveren in de haven van Mytilene, op het Griekse eiland Lesbos, eind vorige week. Nieuw aangekomen migranten gaan naar een gesloten kamp in het noorden van Griekenland. beeld AFP, Manolis Lagoutaris

Sociale afstand houden? Voor de circa 20.000 vluchtelingen in en rond kamp Moria op Lesbos is dat onmogelijk. „Als er een corona-uitbraak in het kamp komt, betekent dat een enorme catastrofe.”

De angst voor een uitbraak van het coronavirus in vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden groeit met de dag. Artsen zonder Grenzen luidde recent de noodklok, nadat werd vastgesteld dat een Griekse bewoner van Lesbos het virus heeft.

De organisatie riep de autoriteiten op „zo snel mogelijk het kamp te evacueren en in de tussentijd maatregelen te nemen om verspreiding onder de inwoners te voorkomen.” Inmiddels hebben –donderdagochtend– ruim 4600 Europese artsen de online petitie #SOSMoria ondertekend die de EU-landen oproept „per direct” vluchtelingen van de Griekse eilanden over te nemen.

Maandag is een tweede coronabesmetting op het eiland bevestigd, zegt Hanneke Mauritz die in kamp Moria werkt. „Het gaat om een Griek die terugkwam uit Thailand. Hij is meteen in quarantaine gegaan.” Mauritz, afkomstig uit Opheusden, is sinds 2017 op Lesbos actief voor EuroRelief. Deze ngo werkt nog met zo’n veertig hulpverleners in Moria en is onder meer verantwoordelijk voor de zorg en distributie van voedsel aan kwetsbare groepen die zijn ondergebracht in afgezonderde secties.

„Het is een behoorlijk team, maar niet te vergelijken met de honderd man die we eerder hadden”, zegt Mauritz. Veel vrijwilligers zijn vertrokken nadat acties van boze Grieken het werk in het kamp begin maart tijdelijk onmogelijk maakten. Anderen moesten hun geplande reis naar Lesbos annuleren. „Ze zouden hier eerst twee weken in quarantaine moeten. Dat is voor velen praktisch onmogelijk.”

2020-03-03-BUI7-lesbos-3-FC_web„Laatste beetje hulp voor vluchteling op Lesbos valt weg”

Spanningen

De angst voor een corona-uitbraak in Moria houdt bewoners en hulpverleners dagelijks bezig, zegt Mauritz. „Een van onze vrijwilligers had een gewone griep, maar evengoed hebben we hem voor een paar dagen afgezonderd. In het kamp zelf waren allerlei ziektes rond. Iedereen vraagt zich af: wat zal er gebeuren als het coronavirus deze plek bereikt?”

Mauritz wijst erop dat Griekenland voor de eigen bewoners „snel resolute maatregelen heeft genomen, zeker als je het vergelijkt met Nederland. Scholen en restaurants gingen hier bijvoorbeeld veel eerder dicht.” In Moria gelden diverse regels echter niet of ze zijn praktisch onuitvoerbaar.

Op verzoek van het kampmanagement verspreiden medewerkers van EuroRelief bijvoorbeeld informatie over noodzakelijke sociale distantie. In de praktijk werkt dat niet, zegt Mauritz. „Als je uren in de rij staat voor het eten en je houdt anderhalve meter afstand, loop je je portie mis.” Ze wijst ook op het gezamenlijk gebruik van de beperkte sanitaire voorzieningen. „Warm water is er sowieso nauwelijks.”

Door diverse maatregelen zitten de vluchtelingen nu elke dag nog langer dicht op elkaar dan voorheen. „Vanaf zeven uur ’s avonds mag niemand Moria verlaten. Overdag mogen per uur maximaal honderd mensen het kamp uit. Eén persoon per gezin krijgt zo nodig toestemming om naar de stad te gaan.”

De sfeer is niet continu geladen, maar de spanningen nemen wel toe, merkt Mauritz. „Sinds vorige week wordt er zeer onregelmatig drinkwater of eten in het kamp gebracht. Het vaste ritme is weg. Als mensen misgrijpen als ze een maaltijd willen halen, geeft dat direct onrust. Vorige week kwam er op een avond geen eten in de sectie voor alleenreizende jongens. Een aantal van hen heeft toen een afvalcontainer in brand gestoken.”

Huiverig

Stichting Bootvluchteling is met acht medewerkers in Moria aanwezig. De organisatie beperkt zich sinds begin deze maand tot medische zorg, in nauwe samenwerking met de stichtingen Kitrinos en Medical Volunteers International. Psychosociale programma’s liggen stil.

De angst van de bewoners van het kamp is ook voor veldcoördinator Karin Arendsen tastbaar. „Voor iedereen, waar dan ook ter wereld, is de situatie spannend. Voor mensen in Moria geldt dat des te sterker. Ze zijn zelfs voor hun basisbehoeften van anderen afhankelijk. Iedereen is huiverig dat hier een corona-uitbraak komt. Mensen kunnen niet anders dan afwachten wat er gaat gebeuren. Het virus kan zich hier snel verspreiden.”

Samen met andere organisaties is Stichting Bootvluchteling „constant bezig” zich te beraden op een plan van aanpak voor het moment dat de eerste coronapatiënt in Moria zich aandient. Eén ding staat voor Arendsen vast: de medische zorg op Lesbos is ontoereikend. Wat haar betreft zou Europa direct moeten ingrijpen. „Het is ongelooflijk dat zelfs nu de meest kwetsbare groepen uit het kamp niet worden verdeeld over andere Europese landen. Als er een corona-uitbraak in Moria komt, betekent dat een enorme catastrofe, waar Europa voor verantwoordelijk voor is.”

Hanneke Mauritz deelt die zorg. „Het is niet reëel te verwachten dat de Griekse autoriteiten ineens een oplossing hebben voor 20.000 mensen die vanwege Europees beleid het eiland niet af kunnen.” Ze zegt dat Moria één unit met „enkele bedden” beschikbaar heeft voor vluchtelingen of migranten die in quarantaine moeten. „Dat is nooit voldoende om een enorme crisis in het kamp het hoofd te bieden.”

Het ziekenhuis in de hoofdstad Mytilini zou over zes bedden voor coronapatiënten beschikken en kan dat aantal in geval van nood met twintig uitbreiden. Als één bewoner van Moria besmet blijkt, kunnen alle bewoners het virus krijgen, geeft Mauritz aan. „In de rijen voor de voedseluitgifte kan een patiënt met iedereen in aanraking zijn geweest.”

In Nederland is corona, aldus Mauritz, „dé crisis waarmee men op dit moment te maken heeft. Op Lesbos is het een onderdeel van een serie crises. Dit komt bovenop alle problemen die er al waren.” Afgelopen maand zag Mauritz tientallen vrijwilligers voortijdig terugkeren naar hun land. Voor haarzelf is vertrekken uit Moria geen optie. „We zijn flink onderbemand en de mensen hebben ons hier hard nodig. Na de recente problemen met de Griekse bevolking vroegen ze ons: Jullie gaan toch ook niet weg?”