Alon Ben Gurion: realist met een wondergeloof

Het Gesprek
De kleinzoon van Ben Gurion ziet het als zijn missie de erfenis van zijn opa uit te dragen. beeld RD, Henk Visscher

Israël bestaat zeventig jaar. Voor de kleinzoon van David Ben Gurion bestaat er geen twijfel dat het land aan de Joden toebehoort. Tegelijkertijd heeft de staat met de belangen van de Palestijnen te maken. Alon Ben Gurion: „Mijn grootvader zei altijd: Je moet hier niet alleen een realist zijn, maar ook in wonderen geloven.”

Het eerste deel van het gesprek gaat bijna ongemerkt alleen over David Ben Gurion. Hij riep op 14 mei 1948 de staat Israël uit. Zijn kleinzoon Alon ziet het als zijn missie de erfenis van zijn opa uit te dragen. Eén aspect van zijn beleid sprong er wat hem betreft steeds uit: „Hij hamerde keer op keer op het belang van moraliteit.”

Hoe is het om altijd in de schaduw van David Ben Gurion te staan?

„Ik sta niet in zijn schaduw en heb ook geen behoefte om met hem te worden vergeleken. Er is maar één David Ben Gurion. Daar komt niemand bij in de buurt. Ik geef alleen aan de wereld door wat zijn boodschap is geweest.

Het gaat niet om Alon, maar om David. Ik probeer zijn erfenis uit te dragen. En dan past bescheidenheid. Het eerste woord van Ben Gurion was altijd: wij. Als we falen, is dat mijn schuld. Als we succes hebben, dan is dat op mensen gebouwd.”

Wat voor man was hij?

„Hij was een eenvoudige man. Hij was geen grootvader die met ons knikkerde of met dinky toys speelde. Hij had 25.000 boeken. Als we jarig waren, belde hij altijd om te vragen wat we voor onze verjaardag wilden hebben. Wij wisten natuurlijk dat we alleen maar om een boek konden vragen – en dat deden we dus braaf. „Een heel goed antwoord”, zei hij dan steevast.

Maar daar bleef het niet bij. Achteraf stelde hij ons vragen over de boeken die hij had geschonken. Hij was altijd heel benieuwd wat we hadden gelezen en vooral wat we ervan hadden opgestoken. Hij was ook altijd erg geïnteresseerd in onze schoolprestaties. Kortom, kennis stond bij hem erg hoog aangeschreven.

Tegelijkertijd bleef hij een eenvoudige kibboetsnik, ondanks dat hij premier van Israël was. Hij schaamde zich ook bepaald niet om in legeruniform rond te lopen en tien weken velddienst te doen, ook al was hij de hoogste politicus van het land. Dan kon hij het ook weer niet nalaten om lezingen voor de generaals te houden. Daar stonden dan al die hoge officieren –met oude rotten als Ariel Sharon en Moshe Dayan– in een barak naar zijn uiteenzettingen te luisteren.

Ondanks zijn eenvoud was hij overduidelijk dé leider van het Joodse volk in die tijd. Dat stond buiten kijf. Ik heb me weleens afgevraagd: Wat voelde Ben Gurion wat anderen niet voelden? Wat wist hij waar anderen zich niet van bewust waren? Dat maakt hem zo bijzonder.”

Wat is uw favoriete boek?

Ben Gurion denkt lang na. „Ik houd van geschiedenis en biografieën. Mijn grootvader zei altijd: Leiders creëren geschiedenis en historici schrijven erover. Ik denk dat de werken van Flavius Josephus voor mij favoriet zijn. Hij geeft zo’n goed beeld van het leven in die tijd. Ik denk dat hij de beste bron is voor het optreden van het Romeinse Rijk in Israël. Ben Gurion was ook historicus. Maar dan met de instelling: als je al het wollige eraf haalt, kom je ongeveer in de buurt van de realiteit.”

Uw grootvader had één woord hoog in het vaandel staan: moraliteit. Wat betekent dat voor u?

„Moraliteit gaat over goed en kwaad. Dat weten we allemaal. Maar handelen we er ook naar? Als het om Israël gaat, heb ik daar mijn twijfels over. Als ik kijk naar de president en de premier: zijn deze leiders niet vooral bezig zichzelf een dienst te bewijzen? Daar maak ik me zorgen over. Doe je buurman niet aan wat je zelf ook niet zou willen, is toch het devies? Dat zie ik steeds minder om me heen – en al helemaal in de politiek. Maar goed, ik ben niet de persoon om over politiek te spreken. Ik probeer slechts te vertellen wat Ben Gurion veertig jaar geleden heeft gezegd.”

Dan toch even naar u als persoon. Wie is Alon Ben Gurion?

„Als jongeman was ik altijd erg boos. Ik was gefrustreerd omdat er gebrek aan leiderschap in het land was. De machthebbers wilden geen compromissen sluiten. Organisaties, zowel in het bedrijfsleven als maatschappelijk en politiek, staan of vallen met mensen. Maar veel mensen op hoge posities gaan geen serieuze relaties met de ander aan. Het is alleen maar: ik, ik, ik. In mijn wereld draait het om wij.

In 1973 heb ik een traumatische ervaring gehad toen ik in de woestijn gewond raakte tijdens de Jom Kipoeroorlog. Dat was verschrikkelijk. Met veel pijn hebben we daar kameraden ten grave gedragen. Daarnaast raakten 22 mannen van mijn eenheid gewond.

Daarna ben ik in de hotelbusiness gegaan en heb de hele wereld rondgereisd. Dat heeft me wel milder gemaakt. Desalniettemin: ik ben als vrije Jood in Tel Aviv geboren. En ik weet hoe ik moet vechten en mezelf en ons land verdedigen.

Nu is er een nieuwe fase in mijn leven aangebroken waarin ik overal ter wereld over Israël en Ben Gurion mag spreken. In een tijd dat de wereld in rep en roer is en wanhopig naar leiderschap op zoek is.”

Wat betekent uw Joods-zijn voor u?

„Het Jodendom gaat niet alleen over religie, zoals sommigen misschien wel denken. Het is in de eerste plaats een identiteit. En het Joods-zijn is onlosmakelijk verbonden met het land. Er is geen enkel geloof in de wereld dat land als een wezenlijk onderdeel heeft.

De Bijbel is verborgen in Zion. Of je nu in de Verenigde Staten of waar ook ter wereld bent, we bidden voor Jeruzalem. In de Bijbel wordt Zion 250 keer genoemd, Israël 2000 keer en Jeruzalem 750 keer. De christenen hebben weliswaar hun heilige plaatsen in Israël, maar zij maken op grond van hun geloof geen aanspraak op land – waar dan ook. Afgezien van het Vaticaan, dan. Datzelfde geldt voor andere grote godsdiensten als boeddhisme en hindoeïsme.”

Sprekend over het geloof: welke betekenis heeft dat voor u?

„Ik ben niet praktiserend, laat ik dat vooropstellen. Natuurlijk bid ik wel. Maar het geloof zit voor mij vooral vanbinnen. Toen ik daar gewond in de woestijn lag, heb ik natuurlijk tot God geroepen.

Tegelijkertijd is het geloof iets wat ook boven ons hangt. We kunnen ons druk maken over ons land, de vlag en de staat. Maar religie komt altijd op de eerste plaats.”

Aan de muur hangt een foto van de gedwongen ontruiming van de Joodse nederzetting Amona op de Westelijke Jordaanoever. Wat doet dat met u?

„Dan schieten de woorden van Ben Gurion mij in gedachten: Ik heb liever een Joodse staat op een klein grondgebied, dan alleen maar een groot territorium waarin het Joodse karakter onder druk staat.

Voor mij lijdt het geen twijfel dat Israël aan de Joden behoort. Lang voor het christendom en de islam in deze wereld kwamen waren de Joden er al. Meer dan 5000 jaar geleden werd het ons al beloofd. En ondanks alles zijn we er ook steeds weer teruggekomen.

Er is alleen een kloof tussen de theorie en de realiteit. We zijn niet alleen in dit land. De vraag is of we een Jóódse staat willen. In de Negev is nog voldoende land om een paar miljoen Joden te vestigen. Dus dat is het probleem niet.

Ben Gurion zei altijd: Wij zijn een natie van een hogere deugd. Daarom zullen wij geen land van anderen afnemen. Maar hoe lossen we dit probleem dan op? Ik wil een Joodse staat. Laten we de twee volken dan scheiden. Daarvoor moeten we wel eerst om de tafel zitten, want ik geloof niet in eenzijdige maatregelen.

Dan moeten er wel leiders opstaan die leiderschap durven te tonen. Die niet blijven steken in de mantra: Joden zijn goed, Arabieren zijn fout – of andersom.”

In 1947 was er een VN-delingsplan dat juist in die scheiding van de twee volken voorzag.

„Dat is nu juist het punt. Er lág in 1947 een plan voor de verdeling van het land. De Arabieren verworpen het echter. Dat was een van de grootste historische fouten die zij hebben gemaakt. Het gevolg van die afwijzing? Wij werden aangevallen. Na het uitroepen van de staat Israël in 1948 trokken de legers van zeven Arabische landen naar het land, met de bedoeling de Joden te vernietigen en de zee in te drijven. Zeventig jaar na het uitroepen van de staat Israël hebben we eens te meer bewezen dat onze plaats hier is. En dan zeg ik: genoeg is genoeg.”

Vrede sluit je toch ook met je vijanden?

„Exact. Ben Gurion zei al in 1948, kort na het uitroepen van de staat Israël: Er is geen alternatief, behalve vrede. Je moet niet blijven steken in de vraag wie goed of fout is. Als je niet met elkaar gaat praten, weet je zeker dat er geen oplossing komt. Kissinger drong in de jaren 70 ook sterk op overleg aan rond de slepende Vietnamoorlog.”

Heeft u nog de hoop dat er tijdens uw leven vrede tussen Israël en de Palestijnen zal komen?

„Weet je, de laatste tijd maak ik me daar in toenemende mate zorgen over. Als ik zie hoeveel jonge mensen er nog steeds in dit conflict sterven. Het gaat maar door.

Maar zolang kinderen met haat worden opgevoed en geen vergevingsgezindheid krijgen aangeleerd, vrees ik het ergste. Je eigen kinderen overhebben voor het martelaarschap? Dat is toch belachelijk? Verzin iets beters!

Als er echter aan Palestijnse kant geen fatsoenlijke leider opstaat, kunnen we voor altijd door blijven vechten.”

U klinkt niet erg optimistisch.

„Ik ben niet optimistisch, maar ik ben ook niet pessimistisch. Ik zie inderdaad voorlopig nog geen tweestatenoplossing opdoemen. Opnieuw een kwestie van leiderschap – aan beide kanten. Aan de bevolking en de soldaten zal het niet liggen. Militairen verliezen geen veldslagen, dat doen de leiders.”

Israël bestaat zeventig jaar. Bijzonder?

„Het is natuurlijk een mijlpaal, zeker als je naar onze bewogen geschiedenis kijkt. Persoonlijk vind ik het mooi dat er na al die decennia van ons bestaan zo veel is gedocumenteerd over de ontstaansgeschiedenis. We leven eigenlijk in de epiloog van onze heroprichting als Joodse natie.

Alle tegenspraak van onze vijanden ten spijt, kun je uit de nu beschikbare documentatie heel duidelijk opmaken dat de Joden het land niet van de ene dag op de andere hebben gekaapt. We hebben Israël niet gestolen. Het land is op ordentelijke wijze aangekocht.

De commissie-Peel (de Britse commissie die onderzoek deed naar deling van het land en rechtmatigheid van aankopen, RD) heeft wel degelijk bestaan. Het Joods Nationaal Fonds kocht grote stukken land op om Joden uit Europa te huisvesten. Allemaal gearchiveerd.

Tegelijkertijd moet je helaas zeggen dat na zeventig jaar alle ingrediënten voor een nieuwe oorlog tussen Israël en zijn vijanden nog volop aanwezig zijn. Het is helaas een beproefd recept.”

Ambieert u geen carrière in de politiek?

„Ik ben maar een eenvoudig persoon. Ik heb me in het hotelwezen altijd prima thuis gevoeld. Daar kon ik mijn gastvrijheid in optima forma kwijt. Voorlopig heb ik geen ambities om in de politiek te gaan. Maar het is nooit te laat.”

Levensloop Alon Ben Gurion

Alon Ben Gurion (1952) werd geboren in Tel Aviv. Hij is de zoon van Amos, de enige zoon van David Ben Gurion.

In de Jom Kipoeroorlog diende hij als paratrooper in het Israëlische leger en raakte gewond in de Sinaïwoestijn.

Na zijn militaire diensttijd bouwde hij een carrière op in het hotelwezen. Het hoogtepunt van zijn loopbaan kwam in 1997, toen hij algemeen manager van het prestigieuze Waldorf Astoria in New York werd.

Ben Gurion trouwde met een niet-Joodse Griekse vrouw. Het echtpaar heeft drie dochters en woont afwisselend in New York en Israël.