Zorgzame ooievaar eet desnoods z’n jong op

Ianthe Zandbergen overhandigt een ooievaarskuiken aan Piet van Andel. beeld Theo Haerkens

De vier eieren van de ooievaars in De Lutte waarvan vorige week het mannetje werd doodgeschoten zijn naar de Ooievaarsopvang in het Gelderse Herwijnen gebracht. Piet van Andel zorgt er al veertig jaar voor ooievaars en heeft ook nu weer een stel kuikens onder zijn hoede.

Ooievaars broeden en zorgen samen voor hun kroost. Als de eieren van het paartje in het Twentse De Lutte niet waren weggehaald, had het vrouwtje zich waarschijnlijk doodgebroed. Ze had het nest niet willen verlaten om de eieren niet koud te laten worden of te laten opeten door kraaien. De moeder zou dan zijn verhongerd. Daarom zijn de eieren naar de Ooievaarsopvang in het Gelderse Herwijnen gebracht, waar Piet van Andel en Kees Vos ooievaars verzorgen.

Volgens Van Andel nemen ooievaars soms drastische maatregelen als de zorg voor hun kroost hen te veel wordt. „Dit jong komt uit het nest hier op het dak”, wijst hij. „Ik zag het gebeuren: het vrouwtje greep het jong en zwiepte het naar beneden. Waarschijnlijk was het te zwaar om vier of vijf jongen te voeden. Later ging er nog één het nest uit, die viel op het asfalt en heeft het niet overleefd. Als ooievaars niet voor alle jongen kunnen zorgen, zorgen ze voor de kuikens waarvoor zet wel voldoende voedsel kunnen vinden.” Ook eten ooievaars wel eens eigen jongen op.

Groei

De Ooievaarsopvang in Herwijnen was een van de twaalf buitenposten van kweekcentrum Liesveld in Groot-Ammers dat was opgezet om de ooievaar voor Nederland te redden. In 1970 waren er slechts tien broedparen. Inmiddels zijn er weer ruim duizend broedparen en telt Nederland zo’n vijfduizend van deze beesten.

In de omgeving van het centrum zijn zeker negen nesten bewoond. Ooievaars vliegen af en aan met insecten, wormen, kikkers, muizen en wat ze nog meer aan eetbaars tegen komen om hun jongen te voeden. Gedragen door de Ooievaarswerkgroep, de stichting Stork en een dierenartsenechtpaar uit het naburige Haaften, helpen Van Andel en zijn vrouw Magda ooievaars die dat nodig hebben weer op de been. Om aan te sterken, verblijven volgroeide vogels in het geitenweitje achter hun huis. Zodra ze het hek over vliegen, zijn ze patiënt af en moeten ze voor zichzelf zorgen.

Menu van kuikens

Van Andel zet de krat met de vier ooievaarskuikens die in de afgelopen dagen al bij hem werden gebracht voor het huis in de zon. „Eten krijgen ze buiten, want ze spetteren vreselijk”, vertelt Magda. Op het menu staan geslachte kuikentjes. Zodra de dieren hun maaltijd zien, storten die zich erop. Ze grijpen een brokje, zwiepen het omhoog zodat het achterin de bek valt en slikken het door. „Ze krijgen vier keer per dag eten en lusten dan ieder wel vier kuikens.”

Vogels uit een brede regio worden in Herwijnen verzorgd. Vandaag wordt een verstoten kuiken uit Bruchem, in de Bommelerwaard, binnengebracht. Voorzichtig draagt Ianthe Zandbergen met haar moeder een mandje met onder een blauw dekentje een ooievaartje dat een zwart snaveltje en zwarte poten heeft. Het diertje kijkt nieuwsgierig om zich heen als het naar het krat verhuist en stort zich onmiddellijk in de warme kluwen kuikens. Een van de andere gooit de kop achterover en begroet de nieuweling met geklepper.

Jonge ooievaars zijn na zeven à acht weken volgroeid. Hun ouders kunnen niet altijd voldoende voedsel vinden. „Vooral in droge zomers hebben ooievaars het moeilijk”, benadrukt Van Andel. „Jonge ooievaars eten voornamelijk regenwormen. Die kruipen bij droog en warm weer diep de grond in en zijn dan moeilijk bereikbaar.” Hij ziet daarom graag dat Rijkswaterstaat en de waterschappen zorgen voor kikkerpoelen en nevengeulen bij de rivieren, zodat de steltlopers wat gemakkelijker voedsel vinden.