Zijn pet uit Auschwitz had vader zorgvuldig bewaard

Dick Bloemendal droeg het 75 jaar oude hoofddeksel dat zijn vader meenam uit Auschwitz donderdag over aan in Museum Sjoel Elburg. Links bestuursvoorzitter J. Swager. beeld Marie Verheij
2

Dick Bloemendal uit Ede schonk donderdag de pet die zijn vader Johan Bloemendal in Auschwitz droeg aan Museum Sjoel Elburg. De gestreepte pet herinnert aan de Holocaust. De Joodse Johan Bloemendal (1909-1975) overleefde het concentratiekamp en keerde in 1945 na een barre tocht via Rusland terug in Amsterdam.

Dick Bloemendal wordt emotioneel als hij het verhaal van zijn vader vertelt. Het is een lang verhaal, dat begint met de geboorte van zijn opa Mannes Bloemendal in het Groningse Winschoten, waar voor de Tweede Wereldoorlog een grote Joodse gemeenschap woonde.

Opa Mannes trok naar Duitsland en vestigde zich na zijn huwelijk met Lina Kahn uit Ingelheim in Düsseldorf. Daar groeiden ook hun kinderen op, zoon Johan (1909) en de dochters Erna, Ella en Sophie. Hun zaak in huishoudelijke artikelen werd echter in de Kristallnacht in 1938 kort en klein geslagen, waarna het gezin naar Amsterdam trok. Intussen was Johan naar Spanje getrokken – hij keerde in 1938 terug in Amsterdam. Daar trouwde hij met Dina de Vries en kreeg met haar in 1943 een dochtertje, Sonja. Net als vele andere Joden kregen ze al snel na het uitbreken van de oorlog te maken met de naziverordeningen. Zo werd Johan tewerkgesteld in een werkkamp bij Dalfsen. „Ik heb nooit geweten dat daar een werkkamp was”, vertelt Dick Bloemendal.

Verraden

„Mijn vader werd verraden door zijn toenmalige huisbaas en in april 1944 opgepakt. Samen met zijn vrouw en dochtertje werd hij via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Snel na aankomst werden Dina en baby Sonja, in mei 1944, vergast”, aldus Dick Bloemendal. Hoe zijn vader het concentratiekamp heeft overleefd, weet Dick Bloemendal niet. „Vader sprak nooit over de oorlog. Op 4 mei trok hij zich terug achter in de kamer en werd het stil in huis. Wij wisten dat we hem dan niet konden benaderen.” Een in blauwe inkt getatoeëerd nummer op de onderarm van zijn vader leek het enige wat Johan Bloemendal aan zijn verblijf in het concentratiekamp had overgehouden.

Russen

De schaarse informatie kreeg Dick Bloemendal van zijn moeder, de tweede vrouw van Johan Bloemendal. Wat hij daardoor weet is dat zijn vader 75 jaar geleden door de Russen werd bevrijd en een barre tocht door Rusland maakte. Bij de Zwarte Zee moet hij aan boord van een transportschip zijn gegaan, om via Marseille uiteindelijk terug te keren in Amsterdam. Wat hij toen aan had en in welke omstandigheden hij verkeerde, is niet bekend.

De gestreepte pet (de gevangenen in Auschwitz droegen grove gestreepte gevangeniskleding, dat wil zeggen een dun hemd, een dunne broek en een pet) was meegereisd en die bewaarde hij zorgvuldig.

Genoegdoening

Maar Nederland stond niet te wachten op terugkerende Joden, vertelt zoon Bloemendal aan de tafel in de Elburger sjoel, de voormalige synagoge die nu als museum fungeert. „Bij zijn terugkeer in Amsterdam kreeg hij een schoenenbon van 5 gulden overhandigd – dat was de naoorlogse hulp. Ik vind het een verbijsterende gewaarwording dat mijn vader tot 1964 gevochten heeft om genoegdoening, zowel van de Nederlandse als van de Duitse overheid. Het betrof de zogenaamde Jokosgelden en de erkenning van de Duitse overheid. Na een strijd van zeventien jaar is dit gelukt. Stichting 1940-1945 heeft hem erkend. Een jaar na zijn pensionering is hij in augustus 1975 overleden aan hartfalen.”

Herpakken

Dick Bloemendal (1947) en zijn zus (geboren uit het tweede huwelijk van zijn vader) hadden een fijne jeugd met een altijd goed gehumeurde vader, die als stoffenvertegenwoordiger de wereld rond reisde. „Er hing geen bedroefde sfeer in huis.” Hij had zich weten te herpakken en ging nog eens naar de beroemde Leidse professor Bastiaanse om te laten zien dat er overlevenden waren die geen kampsyndroom hadden. En ja, misschien is dat zwijgen over het vreselijke verleden toch een vorm van een trauma geweest? Achteraf bezien vindt Dick Bloemendal het spijtig dat hij zijn vader er nooit naar heeft gevraagd. Hij vertelt dat zijn vader twijfelde: Als God er was geweest, had hij Auschwitz niet laten gebeuren. Zijn bekende neef, de oppervoorzanger Hans Bloemendal (1923-2015), verschilde daarover met hem van mening.

Dossier

Onlangs heeft Dick Bloemendal via Joods Maatschappelijk Werk inzage gekregen in de omvangrijke dossiers die er over zijn familie in het Nationaal Archief liggen. Hij wist niet van het bestaan van de pet en ontdekte die pas veel later. Voor hem is het een opluchting dat hij de pet in Museum Sjoel Elburg kan achterlaten. „Hier is de pet in goede handen.”