Zigeuners in Hongarije bereiken met het Woord

Naar Holland
In Hongarije spreekt de familie Keuter in gezinsverband het Urkse dialect. Verder beheersen ze Hongaars en Engels. beeld Ruud Ploeg

Het zendingswerk trok Hessel (43) en Prisca (40) Keuter in 2012 naar Hongarije. Jaarlijks keren zij met hun kinderen terug naar hun geboorteplaats Urk. Prisca: „Beide plekken ervaren we als ons thuis.”

Een kaarsrechte weg, met aan weerszijden uitgestrekte landbouwpercelen, voert naar een boerderij in Espel, een dorpje even ten noorden van Urk. Hier brengt de familie Keuter een deel van haar vakantie door.

Aan de tuintafel in een mild zonnetje doen Hessel en Prisca hun verhaal. Het was niet de zucht naar avontuur, noch ontevredenheid over het vaderland, die hen naar Hongarije dreef, vertelt Hessel. „God riep ons daarnaartoe.”

Zigeuners

Keuter, van 2002 tot 2010 predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken, doet zijn eerste ervaringen met Hongarije op in 2007, tijdens het leiden van een conferentie van voorgangers onder de Roma, ofwel zigeuners. Een gemeentelid dat ook mee is op die reis vraagt door over zijn gedrevenheid daar, en dat zet Hessel aan het denken.

„Gaandeweg begon de overtuiging te groeien dat God voor ons een plek had in het werk onder de Roma”, beschrijft Hessel. Een jarenlang proces van overweging en gebed ging vooraf aan het daadwerkelijke vertrek. Erg bemoedigend was voor Hessel hoe God werkte in het hart van Prisca, waardoor ook zij „ja” kon zeggen tegen deze roeping.

Samen met het echtpaar vertrekken ook hun kinderen –zoon Gerrit (18) en dochters Lea (16), Febe (12) en Christy (11)– in 2012 naar Hongarije. De Keuters betrekken een huis in Debrecen, Oost-Hongarije.

De emigratie zet het leven van het gezin op zijn kop. De kinderen gaan voortaan naar een Hongaarse school. Hessel gaat preken onder de Roma in het Hongaars, een „erg moeilijke” taal.

Achterbuurten

Keuter doet meer dan alleen het Woord onder de Roma verkondigen. „We hebben te maken met allerlei problemen onder deze bevolkingsgroep, zoals armoede, slechte hygiëne en gebrek aan (Bijbel)kennis. Daarom is een brede benadering nodig.”

Concreet houdt deze benadering in dat Keuter onderwijs geeft over bijvoorbeeld Gods doel met het leven, hoe verbroken relaties te herstellen, en praktische adviezen verstrekt over gezondheid, hygiëne, geldbesteding en tuinieren.

De meeste Roma wonen bij elkaar in achterbuurten. Riolering ontbreekt. „Hygiëne laat veel te wensen over. Stromend water is er niet, de wc is vaak een gat in de grond achterin de tuin, en handen wassen is onbekend.”

Geld uitgeven zien de Roma vaak als de beste manier om met geld om te gaan. „Geef je iemand geld, dan worden anderen jaloers.”

Het zendingswerk onder de Roma werpt zijn vruchten af, zegt Keuter. Bazen merken het als een Roma tot bekering komt. „Ze constateren: Hé, hij komt op tijd en doet zijn werk goed.”

Niet alleen de Roma, maar ook de autochtone inwoners van Hongarije hebben een cultuur die sterk afwijkt van die in Nederland. Volgens Keuter is die cultuur gestempeld door het communistische verleden. „Je doet wat je baas zegt, meer niet. Zelf initiatief nemen is vaak een onbekende term.”

Urker dialect

Jaarlijks keren de Keuters terug naar Urk tijdens een deel van de zomervakantie. Die duurt in Hongarije elf weken: van 15 juni tot 1 september. Dat heeft te maken met het warme klimaat. „’s Zomers is het daar regelmatig 38 tot 40 graden Celsius.”

In het vissersdorp gaan ze op familiebezoek. Prisca: „Hessel en ik komen beiden uit een grote familie. De kinderen vinden het heerlijk om met alle neefjes en nichtjes op te trekken.” De taal is geen probleem voor de kinderen, want thuis in Hongarije spreken ze het Urker dialect. „Mensen vinden het bijzonder dat ze Urkers kunnen terwijl ze in Hongarije opgegroeid zijn.”

Ook houdt het echtpaar presentaties in verschillende gemeenten over de voortgang van het zendingswerk. En ze hebben contact met een coach die hen sinds hun emigratie begeleidt. Het verblijf in Nederland voelt daardoor vooral als een „verlof.” Prisca: „Voor de kinderen is het wel echt vakantie.”

Dagjes uit doen ze weinig, maar dit jaar staat wel een bezoek aan de hoofdstad in de planning. „Hongaren vragen de kinderen soms: „Is Amsterdam een mooie stad?” Maar daar zijn onze kinderen tot nu toe nog niet geweest.”

De oudste kinderen, Gerrit en Lea, verdienen tijdens het verblijf in Nederland wat bij. „In Hongarije is het moeilijk een bijbaantje te vinden. Daarom zijn ze blij dat het hier wel kan.”

Ook lezen de kinderen veel Nederlandse boeken, om hun taalniveau op peil te houden. Prisca: „De jongste twee heb ik in Hongarije Nederlands leren lezen en schrijven.”

Christy, de jongste telg, gaat dit jaar tweeënhalve week naar een school in Urk. „Bij nichtjes in de klas; dat vindt ze heel leuk.”