Wraak bij de Woeste Hoeve

75 jaar vrijheid
Duitsers reconstrueren de aanslag op de auto waarin SS-chef Rauter zwaargewond waren. Het was aanleiding tot een wrede wraakactie die honderden Nederlanders het leven kostte. beeld NIOD

Een groot, houten kruis en een gedenkplaat met de namen van de slachtoffers herinneren bij Woeste Hoeve aan het drama dat zich er 75 jaar geleden voltrok: „117 vaderlanders werden hier op 8 maart 1945 door de Duitse overweldiger op gruwzame wijze vermoord.” En dat vanwege een autodiefstal.

De meeste slachtoffers vielen overigens niet hier, nabij Beekbergen: op andere plaatsen in Nederland werden in totaal 157 mannen voor het vuurpeloton gezet. En dat alles omdat in het voertuig dat het verzet aanhield een van de hoogste Duitsers van Nederland bleek te zitten. Terwijl de nederlaag van de bezetter onafwendbaar was, ging die zich te buiten aan steeds buitensporiger geweld: omdat Hanns Albin Rauter bij Woeste Hoeve zwaargewond raakte, werden 274 mannen vermoord. In Amsterdam, in fort De Bilt, bij Kamp Amersfoort, op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag. En hier, bij Woeste Hoeve.

De Apeldoornse verzetsgroep van Geert Gosens wilde een Duitse vrachtwagen veroveren om daarmee 3000 kilo varkensvlees in Epe op te halen om die

te kunnen uitdelen onder evacués en onderduikers. Dat vlees zou anders de volgende dag door de Wehrmacht worden opgehaald.

De mannen van Gosens wilden zich als Duitsers voordoen als ze bij de slachterij kwamen. Uniformen hadden ze al, maar een vervoermiddel ontbrak. Dat wilden ze bemachtigen op de

Arnhemscheweg bij Woeste Hoeve. Twee gedeserteerde Waffen-SS’ers, de Oostenrijkers Sepp Köttinger en Herman Kempfer, deden aan de actie mee.

De groep liet een aantal lichte voertuigen passeren, maar kwam in actie toen er om halfeen in de nacht een zware auto naderde. In plaats van een vrachtauto bleek het een open BMW met enkele officieren te zijn. De inzittenden trokken hun wapens en weigerden uit te stappen. Toen de Duitsers wilden gaan schieten, opende de verzetsploeg het vuur. De auto werd door 234 kogels doorzeefd. Rauters adjudant, Oberleutnant Erwin Exner, op de achterbank, kwam om, evenals chauffeur Wilhelm Klotz. De man naast de chauffeur leek ook omgekomen te zijn. De verzetsmensen gingen ervandoor toen ze een auto hoorden naderen.

Later die nacht ontdekten passerende Duitsers dat één inzittende van de auto nog in leven was. Ze alarmeerden het Duitse Rode Kruis. Toen pas werd ontdekt dat de gewonde niemand minder dan politiechef Rauter was.

Rauter nam wraak. Hij had een dubbel longschot, een kaakschot en een schot door zijn dijbeen opgelopen, maar was bij bewustzijn gebleven. In het ziekenhuis overlegde hij met zijn vervanger. Honderden mannen werden het slachtoffer van hun represailles, van wie 117 bij Woeste Hoeve, dicht bij de plek waar de aanslag was gepleegd. Ze werden uit gevangenissen in Almelo, Apeldoorn, Assen, Colmschate, Doetinchem en Zwolle gehaald en met zeven bussen naar de Arnhemscheweg gebracht.

Met twintig tegelijk werden de gevangenen voor het vuurpeloton gezet, dat voor een deel uit fanatieke Belgische rexisten bestond. Dat een van de soldaten geweigerd zou hebben en vervolgens ook zou zijn gefusilleerd, is later als een hardnekkige misvatting bestempeld.

Het jongste slachtoffer was 17, de oudste 75 jaar. Er waren veel verzetsmensen bij. In het zicht van de Bevrijding waarvoor ze zich hadden ingezet, werden ze omgebracht. De 36-jarige verzetsleider Jan Thijssen probeerde nog weg te rennen. Tevergeefs.

Het was de grootste massaexecutie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgers werden gedwongen langs de dode lichamen te lopen, soms meerdere keren.

Slechts één persoon is veroordeeld voor de kille wraakactie. Dat kwam doordat de rechters al bij de geringste twijfel over iemands aandeel in de gebeurtenissen tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging besloten. Rauter zelf is tot zijn dood blijven geloven dat de aanslag doelbewust op zijn persoon gericht was geweest.

De plek van de moord is sinds juli 1945 gemarkeerd door een kruis. Het monument werd in 1979 en 1992 vervangen.

In het Apeldoornse monumentenboek zijn de namen van de 117 slachtoffers opgenomen. Later bleek dat de 17-jarige Jood Justus Hoek (alias Johan van der Haag) en verzetsstrijder Piet Smit (alias Piet Moll) zowel onder hun eigen naam als onder hun schuilnaam waren vermeld. Toen was duidelijk dat van twee slachtoffers de naam onbekend was. Ze waren afkomstig uit gevangenis De Kruisberg in Doetinchem. Speurwerk van journalist Richard Schuurman leidde ertoe dat een van hen in 2007 werd geïdentificeerd: de 23-jarige Poolse piloot Czesław Oberdak. Dat hij militair was, en dus volgens het oorlogsrecht niet gedood mocht worden, kon hij niet bewijzen; gesteld dat de Duitsers zich daar iets aan gelegen hadden laten liggen. Zijn naam is aan de gedenkplaat toegevoegd. Wie het 117e slachtoffer was, is nog altijd niet duidelijk.