West Betuwse winkelier wil op zondag niet open

Op de kop af 81 procent van de winkeliers uit de toekomstige gemeente West Betuwe heeft er geen behoefte aan zijn winkel op zondag open te stellen. Dat blijkt uit een onderzoek dat de SGP heeft gehouden. Vrijdagavond presenteerde lijsttrekker Van Bruchem de resultaten van de enquête, die door 109 winkeliers werd ingevuld.

De SGP verwacht dat het onderwerp koopzondagen tijdens de komende verkiezingen voor de nieuwe gemeente –een fusie van Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal– een belangrijke rol gaat spelen. De drie gemeenten kennen nu geen koopzondagen, maar de afgelopen jaren drongen met name in Geldermalsen enkele ondernemers hier wel op aan.

Eerder deze week steunde de complete oppositie tijdens de raadsvergadering in Geldermalsen een initiatiefvoorstel van D66 om de winkeliers in de fruitgemeente op de zondagen 16 en 23 december de gelegenheid te geven hun winkels open te stellen. Coalitiepartners Dorpsbelangen en CDA hielden tijdens dat debat vast aan de afspraken met de SGP en stemden tegen, maar Dorpsbelangen kondigde wel aan na de verkiezingen een beperkt aantal koopzondagen niet uit te sluiten.

Vandaar dat de SGP besloot om de wensen van de ondernemers in beeld te brengen. Het onderzoek werd gehouden onder 109 winkeliers –met 1180 medewerkers–: 83 in Geldermalsen, 17 in Neerijnen en 9 in Lingewaal. Slechts in een enkel geval werd verteld dat het onderzoek gebeurde namens de SGP. „We hebben ons uiterste best gedaan het onderzoek zo neutraal mogelijk uit te voeren”, aldus Van Bruchem. Vandaar dat personen die boven aan de kandidatenlijst voor de verkiezingen staan niet meededen met het enquêteren.

Van alle ondervraagde winkeliers liet 81 procent weten hun winkels op zondag dicht te willen houden, 18 procent wil (soms) wél open. Van de voorstanders wil 65 procent de winkel soms opendoen, 28 procent elke maand. De cijfers veranderen als winkeliers in de omgeving op zondag wél opengaan. Dan houdt 59 procent van de winkeliers voet bij stuk en blijft op zondag dicht, 31 procent gaat in dat geval open, 10 procent twijfelt dan nog. „Opmerkelijk is dat bij het vrijgeven van de openstelling liefst 15 procent van de ondernemers zich gedwongen voelt om open te gaan”, zegt Van Bruchem. In Neerijnen en Lingewaal staan de ondernemers wat steviger in hun schoenen. Daar blijft respectievelijk 75 en 78 procent van de winkels dicht als de concurrentie opengaat.

Van de ondernemers die nu tegen koopzondagen zijn, kiest zo’n 60 procent hiervoor vanwege sociale redenen, 34 procent vanwege hun geloofsovertuiging en de rest vanwege de bedrijfsvoering. Andere opmerkelijke gegevens uit het rapport: geen enkele bakker, slager of groenteboer heeft behoefte aan een koopzondag, een kwart van de supermarkten zou op zondag (soms) open willen.

Hoewel het winkelend publiek niet bij het onderzoek is betrokken, blijkt indirect uit de enquête dat de koopzondag niet echt leeft bij de consumenten. Twee derde van de ondernemers krijgt van hun klanten nooit de vraag of ze op zondag open willen, aan 29 procent wordt die vraag soms gesteld, 5 procent wordt daar vaak mee geconfronteerd.

Voor de SGP ligt de zaak duidelijk. Van Bruchem: „De zondag is de rustdag die onze God heeft ingesteld. Een dag om naar de kerk te gaan, waarop we tijd hebben voor elkaar en de ander. Een dag waarop we iets mogen uitstralen van het voorbeeld dat God gegeven heeft. Bovendien: iedereen heeft rust nodig. Zondagsrust voorziet in regelmaat en rust. Dat maakt deze dag tot een kostbaar monument.”

Daarnaast wijst Van Bruchem op de economische aspecten. „Wij kunnen nooit een stad evenaren en het gevoel van ‘winkelen’ genereren. Laten we sterk staan voor de winkeliers voor onze dagelijkse spullen. Om de woorden van een groenteboer te citeren die tijdens ons onderzoek zei: „Laten we werk maken van de basis. Zaken als leegstand, duidelijkheid over de openingstijden en het op peil houden van een gevarieerd aanbod zijn veel belangrijker dan het verruimen van de winkeltijden.””