Weer zingen, huppelen en colleges volgen op jarige Driestar

Maandoverzicht september 2019
Reünie Driestar. beeld Cees van der Wal
18

I was here. De reünie van Driestar Hogeschool roept veel warme herinneringen op. Al is niet voor iedereen de locatie in Gouda een feest van herkenning. „Hoe is het om weer terug te zijn?” staat er in verbonden schrift op de groene schoolborden in de gang. „Superleuk, maar wel vreemd. Wij kennen deze locatie niet”, schrijven Rijnie en Josina.

In de hal en de centrale ruimten van de hogeschool overheersen ’s morgens de grijze hoofden. Bekende refo’s als ds. C. Stelwagen, C. Bregman en ds. G. W. S. Mulder gaan weer even terug in de tijd. Ook minder bekende meesters en juffen, die wel van grote betekenis zijn of zijn geweest voor talloze leerlingen, eten van het gebak met jubileumlogo.

In de gymzaal huppelen kleuterleidsters op het ritme dat oud-gymleraar Daan Stout (70) tikt op een soort djembé. Heerlijk, vindt Marjo Geukes-de Gelder. „Ik ben een ‘klosser’, heb de oude kleuteropleiding hier nog gevolgd. In mijn bewegingslessen voor de kleuters heb ik veel gebruik gemaakt van wat ik bij Stout heb geleerd.”

Geukes is samen met een groepje jaargenoten van haar naar Stout gegaan om de bewegingsliedjes weer eens te zingen. Hun oud-docent weet zich de groep van Geukes nog goed te herinneren. Namen worden genoemd van klasgenoten die overleden zijn. „Die ook al, die ook al”, verzucht Stout. „Wees blij, wees dankbaar dat je er bent.”

Anneke Scholtes, ook voormalig gymdocent, loopt de zaal binnen. Een hartelijke omhelzing volgt. „Daan, moet ik je nog even helpen met opruimen?” Vanaf 1976 werkte ze samen met Stout. Vorig jaar ging ze met pensioen. „We hebben het fantastisch gehad als gymteam, je kreeg er geen speld tussen. Nooit viel er een les uit, want we vingen het voor elkaar op.” „We hebben het samen gedaan en we hebben het samen goed gedaan. Dat mogen we best zo zeggen,” vindt Stout.

Geuzennaam

In de collegezaal memoreert dr. Ewald Mackay de historie van ”het universiteitje van de SGP”. „Zo werd De Driestar wel smalend genoemd, maar beschouw het maar als een geuzennaam”, adviseert de cuma-docent. Cuma is de Driestarterm voor culturele en maatschappelijke vorming. Een vak dat veel waardering krijgt. In de gesprekken in de wandelgangen worden de namen van docenten als Hage, Mackay en Mandemakers geroemd.

Mackay slaagt erin om in zijn verhandeling de geschiedenis van de 75-jarige Driestar een mythische vorm te laten aannemen. Oud-studenten genieten, sommigen met pen en notitieblok op schoot om het thuis weer na te lezen. Onder het systeemplafond van de collegezaal vergelijkt Mackay de hogeschool met een Engels college. „Aan de Sint Jan hebben we een eigen kapel. Ons klooster is in Biezenmortel, waar ik elk jaar weer met weemoed afscheid neem van onze studenten.”

In wat vroeger ”de grote zaal” was en wat nu de Student Living heet, geeft Mariëlle Heidekamp leiding aan meesters en juffen die graag willen zingen. Voor veel Driestarianen roept dit herinneringen op aan vrije uurtjes die ze al zingend rond de piano of het orgel doorbrachten.

Kuijt

Ook in de congreszaal klinkt gezang: Psalm 75, waarin God wordt geprezen, Wiens Naam nabij is. Muziekleraar Arnold Blok begeleidt op de piano. Elk uur schuift er een jongere lichting publiek binnen. Om half drie start de laatste bijeenkomst voor degenen die tussen 1999 en 2019 afstudeerden. Bestuurder Rottier leest Psalm 75 voor. „Vandaag zijn er veel namen langsgekomen. Die van grondlegger Kuijt staat wel op nummer één. Bij jullie generatie klinken er weer andere namen die voor jullie van betekenis zijn geweest. Toch moeten we oppassen met het noemen van namen: we moeten niet met stijve hals spreken en onze hoorn niet verheffen. De Driestar is niet ons werk.”

De Driestar heeft zichzelf verbonden met de Naam van God, door zich een christelijke hogeschool te noemen. „Dat is nogal wat, om Zijn Naam te verbinden met onze naam. Mensen die hier werken of werkten, zijn zondige mensen, met fouten en uitglijders, met jaloezie of onzuivere bedoelingen. Het is genade, door de hulp en de kracht van de Naam, dat dit instituut tot stand kwam. We mogen Zijn Naam noemen om Hem te danken, om wie Hij is en was, in onze levens, en door ons ook weer in de levens van kinderen en jongeren.”