Walter van Dijk kwam in actie na plofkraken bij Rabobank

Walter van Dijk, mededirecteur van Rabobank Rijn en Veenstromen. beeld Paul Dijkstra

Plofkraken teisteren de Rabobank. Dit jaar waren 20 geldautomaten doelwit van criminelen, al bijna net zo veel als in 2016. Donderdag was het raak in het Gelderse Terborg. Onlangs kondigde de bank verscherpte veiligheidsmaatregelen af. Voorloper daarin is Walter van Dijk (44), baas van gedupeerde Rabovestigingen in de regio Woerden.

TOEN

Sinds 1996 werk ik bij de Rabobank in de regio Woerden. Ik houd ervan om klanten van goede financiële adviezen te voorzien. Zo hielp ik melkveehouders in financierings- en investeringsvraagstukken. Niet iedere boer heeft kaas gegeten van kwesties rond werkkapitaal, verzekeringen, financiële logistiek. Ik probeer ervoor te zorgen dat ondernemers ondanks complexe regelgeving een boterham kunnen verdienen.

Nu ben ik mededirecteur van Rabobank Rijn en Veenstromen. Ons werkterrein ligt ten noorden van de snelweg A12 en ten westen van de A2. We hebben onder meer bankfilialen in Woerden en Bodegraven. Verder bieden we pinvoorzieningen in dorpen als Kockengen, Zegveld en Kamerik. In onze regio beheren we een twintigtal geldautomaten. Die zijn voor een deel vanaf de straat te bereiken, een ander deel zit in bijvoorbeeld winkels, instore-automaten noemen we die.

NU

Sinds halverwege vorig jaar hebben criminelen het voorzien op geldautomaten van de Rabobank. In totaal waren er al veertig plofkraken met zware explosieven.

Onze regio is de afgelopen maanden relatief zwaar getroffen. Criminelen pleegden van december tot half maart zes plofkraken. Eén in Vinkeveen, één in Bodegraven, twee in Mijdrecht en twee in Woerden.

Veel impact had de plofkraak om halfvijf ’s ochtends op eerste kerstdag in een winkelstraat in Mijdrecht. Schuin boven die gekraakte geldautomaat wonen mensen. Die zijn zich wild geschrokken van de enorme klap en de ravage. De voorpui was er compleet uit geslagen.

Na een plofkraak ga ik telkens langs bij bewoners in de buurt. In Mijdrecht heb ik op 27 december, een paar dagen na de plofkraak, vijftien bosjes bloemen aan omwonenden uitgedeeld. Ik bood een luisterend oor. De schrik zat er flink in. Iemand vertelde: „Na die explosie zat ik rechtop in mijn bed en ik sliep er een paar nachten niet van.”

Een plofkraak levert veel overlast en regelwerk op. Brandweer, politie en het beveiligingsbedrijf rukken uit. Soms komt zelfs een explosievenopruimingsdienst ter plaatse. Zelf ga ik ook altijd poolshoogte nemen. Soms mag ik het getroffen pand niet in, in verband met explosiegevaar en sporenonderzoek. De afgelopen maanden had ik telkens mijn mobiele telefoon binnen handbereik. Krijg ik een bericht binnen over wéér een plofkraak?

Begin maart was voor mij de maat vol. Criminelen pleegden twee keer kort achter elkaar een plofkraak. Eerst in Woerden, toen in Bodegraven, waar in het winkelcentrum mensen op zo’n 40 meter afstand van de geldautomaat wonen. Die burgers voelen zich angstig. Ik dacht: Nu moeten we in actie komen. Als lokale vestiging kunnen we dit initiatief zelf nemen.

In onze regio hebben we meer beveiligers ingezet. Die bewaken soms bijna de hele nacht een geldautomaat, in andere gevallen surveilleren ze extra. Ook sluiten we een aantal pinautomaten ’s nachts af. Iemand van een beveiligingsbedrijf schroeft dan laat in de avond een stalen plaat voor de geldautomaat, zijn collega haalt die plaat ’s ochtends rond zes uur weer weg. In de praktijk pinnen heel weinig mensen in het holst van de nacht.

Ik klop het af, maar sinds we de beveiliging opschroefden, hebben we in onze regio geen last meer van plofkraken. De zorg is wel dat criminelen uitwijken naar andere regio’s. Ik ben blij dat de Rabobank onlangs in heel het land de beveiliging heeft opgevoerd. Sommige automaten zijn tijdelijk of helemaal dicht. De Rabobank heeft bewaking ingevoerd en surveillances zijn uitgebreid. Dat alles op plekken waar mensen naast of boven een pinautomaat wonen.

Ik bekeek na de plofkraken telkens de bewakingsbeelden. Je ziet een paar van die gasten op een scooter aan komen rijden. Ja, ik word boos als ik de brutaliteit van die criminelen zie. In Mijdrecht maanden ze getuigen door te lopen. Zo’n geldautomaat opblazen is ook voor die criminelen levensgevaarlijk. Je wilt er niet bij staan als een pui explodeert. Die mannen kunnen gewond raken, of erger. Een plofkraker in Didam verloor in januari een deel van zijn hand. Waar ik me ook boos over maak, is al die overlast. De ochtend na een kraak zie je de straat vol maanmannetjes lopen: mensen van de explosievenopruimingsdienst.

In verreweg de meeste gevallen maken de criminelen bij een plofkraak geen buit. Vaak lukt het ze niet om bij de geldkluis te komen. Wij nemen natuurlijk onze veiligheidsmaatregelen. Of bankbiljetten automatisch worden besproeid met verf als een kluis wordt opgeblazen? In het openbaar wil ik liever niet te concreet zijn over onze voorzorgsmaatregelen. Je moet criminelen niet wijzer maken dan ze al zijn.

STRAKS

Geld blijft natuurlijk aantrekkelijk voor criminelen. In een ver verleden overvielen struikrovers een geldkoets. Banken zijn de afgelopen decennia steeds beter beveiligd. Zorgelijk is dat misdadigers steeds zwaardere explosieven hebben ingezet om toch hun slag te kunnen slaan. Daarom nemen we ook extra veiligheidsmaatregelen. We willen het tij keren. Daarbij staat de veiligheid van omwonenden voorop.

Ik denk soms: Wanneer houdt dit eens op? Die gekken weten toch dat zo’n actie meestal mislukt? Ik snap ze niet. Om een crimineel te kunnen begrijpen, moet je er kennelijk zelf een zijn.