„Waarom veranderen als je het naar je zin hebt?”

Rien de Jong met zijn gezin tijdens het afscheidsmoment van het Mars-concern. beeld Mars Inc.

Als 15-jarige jongen kwam Rien de Jong op 1 juni 1970 binnen bij het Mars-concern. Op 12 juni 2020 nam hij na een dienstverband van vijftig jaar afscheid van de werkgever bij wie hij al die jaren met plezier werkte.

Toen hij bij het Mars-concern binnenkwam, heette het bedrijf nog Koen Visser en was het gevestigd aan de Oud-Beijerlandse Oostkade. „Ik heb er altijd een fijne tijd gehad”, aldus De Jong.

Hoe bent u begonnen?

„Mijn vader las in 1970 een advertentie waarin Koen Visser personeel vroeg. Dat leek hem wel iets voor mij. En zo kwam ik als jonge jongen van Flakkee in Oud-Beijerland terecht. Mijn eerste werk bestond uit het koken van bami en nasi in grote ketels. Later ging ik naar de inpakafdeling en daarna naar het magazijn. Ik reed heel veel op de vorkheftruck.”

U hebt in al die jaren waarschijnlijk veel zien veranderen?

„Vroeger was er veel handwerk. Zo moesten we schepen lossen met grote dozen met daarin zo’n 100 kilo ingevroren paling en zalm. Zo’n doos was glad en het gebeurde een keer dat er eentje uit iemands handen gleed, zo de haven in. Dat soort dingen vergeet je nooit. Verder maakte ik de naamsveranderingen mee, van Master Foods naar Mars. Daarnaast heb ik in 1994 het bedrijf zien verhuizen van de Oostkade naar een bedrijventerrein. Ik heb er alles zien opbouwen en heb meegewerkt aan het testen van de productielijnen in de nieuwe fabriek. Op de Oostkade moest je overal tussendoor zwenken, in de nieuwe fabriek was het allemaal veel overzichtelijker. Er is ook veel geautomatiseerd. Vroeger moest je met de hand stickers invullen en plakken, nu draai je het gewoon even uit.”

Nooit de behoefte gehad om naar een andere werkgever uit te kijken?

„Geen moment. Ik had het altijd goed naar m’n zin, dus waarom zou ik? Wel heb ik een uitstapje van acht weken naar het Belgische Olen gemaakt. Daar heeft Mars een rijstfabriek en er waren tijdelijk wat extra mensen nodig. Dus daar ben ik toen naartoe gegaan.”

Hoe kijkt u terug op zo’n lange arbeidsperiode?

„Collega’s noemen me een rustig iemand die zich niet snel gek laat maken. Ik ben denk ik vrij nuchter, paste me gemakkelijk aan en had contact met iedereen. Ik kon goed met de jongens overweg en ze wilden graag met me werken. Ik kijk echt met veel voldoening terug.”

En toen het afscheid. Moeilijk?

„Ik heb het zelf voorgesteld. Vijftig jaar leek me een mooi moment. Ik ben nu 65, gelukkig nog gezond en krijg hopelijk meer tijd om er met m’n vrouw op uit te trekken. Het afscheid was, ondanks corona, goed en gedenkwaardig.”

In de schijnwerpers: rubriek voor opmerkelijk regionaal nieuws