Waakzaamheid bij een teer proces

Visienota refoscholen
BÜDGEN ...oog voor nood...Foto RD, Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Hij loopt al 35 jaar in het onderwijs rond, maar pas de laatste jaren ziet directievoorzitter W. Büdgen van het Wartburg College in Rotterdam leerlingen uitkomen voor hun homofiele gerichtheid. „Er valt nog het nodige te leren.”

Dat de stuurgroep homoseksualiteit reformatorische scholen maandag een visienota presenteert, juicht Büdgen toe. „Er komt steeds meer oog voor de nood van onze homofiele medemens. Zowel in de kerk als in het onderwijs voel ik de verlegenheid hoe we zorgvuldig moeten omgaan met mensen die worstelen met homoseksuele gevoelens. Het is goed om ons daarop zowel theologisch als praktisch te bezinnen, waardoor we beter worden toegerust. Wat dat betreft valt er nog het nodige te leren.”

Het is volgens de schoolleider niet zozeer de minister die het reformatorisch onderwijs motiveert om aan de slag te gaan met het thema homoseksualiteit, als wel de eigen waarneming van scholen dat begeleiding van homofiele leerlingen en docenten beter kan. „Veel collega’s hebben niet de specifieke deskundigheid in huis om dat te doen. Het was vroeger ondenkbaar dat een leerling in de klas zijn homofiele gevoelens aan de orde stelde. Nu hebben wij daar schoolbreed al een paar concrete ervaringen mee.”

Büdgen heeft er in principe geen bezwaar tegen als een leerling de klas deelgenoot maakt van zijn gevoelens, maar alleen als die er zelf echt aan toe is. „We moeten voorzichtig blijven, want we hebben het over een teer proces. Voor leerlingen is het ook best heftig zijn om van een klasgenoot te horen waar hij mee worstelt.”

Groepsgesprek

De school heeft er volgens Büdgen goede ervaringen mee hoe een mentor zo’n gesprek in de groep heeft geleid. „De betreffende leerling werd daardoor verlost van een bepaalde kramp, omdat hij zijn gevoelens niet langer hoefde te verstoppen. Bovendien reageerden zijn klasgenoten nuchter.”

Büdgen betwijfelt of er op reformatorische scholen een homovijandiger sfeer is dan op andere scholen. „Ik heb tijdens een overleg met openbare scholen wel eens mijn zorgen geuit over het gemak waarmee bij ons op school bepaalde scheldwoorden over tafel vliegen. Toen bleek dat dit bij hen ook het geval is. Er is een zekere lompheid in het gedrag van jongeren ten opzichte van homo’s.”

Het Wartburg College heeft onlangs geïnventariseerd hoe het thema homoseksualiteit op school aan de orde komt. „Het viel mij op dat er best vaak aandacht voor is, maar vooral in theoretische zin. Om die reden willen we bijvoorbeeld in de lessen meer het belang van respectvol gedrag naar anderen gaan benadrukken.”

Op de Rotterdamse school is het al jarenlang gebruikelijk dat nieuwe docenten een formulier ondertekenen, waarmee ze instemming betuigen met grondslag en doel van de school. In dat formulier staat ook vermeld dat op grond van de Bijbel het huwelijk tussen man en vrouw als enige samenlevingsvorm wordt gezien, waarbinnen seksualiteit als gave van God een plaats heeft. „Mensen mogen anders over die bepaling denken, maar dan voldoen ze niet aan de benoemingscriteria”, stelt Büdgen.

„Het is duidelijk dat we op grond van de Algemene wet gelijke behandeling sollicitanten niet alleen mogen afwijzen op basis van hun homoseksuele leefwijze. Tegelijk is het een hard gegeven dat mensen die voor de homoseksuele praxis kiezen ook bijvoorbeeld een andere Schriftvisie zullen hebben. Bovendien zullen ze zich niet thuis voelen in de kerken die in ons bestuur zijn vertegenwoordigd. Ze zullen dan ook nooit op geloofwaardige wijze de kern van de boodschap kunnen overbrengen die wij aan leerlingen willen meegeven.”

Niet verzwijgen

Büdgen pleit ervoor dat het onderwijs de bezinning op homoseksualiteit niet op eigen houtje uitvoert. „Dat moet in nauw overleg met de kerken. We helpen onze homofiele medemens niet door het thema te verzwijgen.”

De onverdraagzaamheid in de samenleving die soms oplaait richting christenen baart Büdgen wel enige zorg. „We hebben een libertijnse meerderheid in ons land. Hoe tolerant en hoe democratisch is deze meerderheid nu werkelijk ten opzichte van minderheden? Blijft er ruimte en respect voor onze overtuiging ten aanzien van de homoseksuele praxis? Kunnen wij in ons land daadwerkelijk respectvol omgaan met verschillen? Ook voor ons ligt daar een belangrijke opdracht. Wij mogen respect van anderen vragen, maar alleen als wij hen zelf ook op zo’n wijze bejegenen.”

Minister Plasterk bezoekt maandag de school van Büdgen. „Ik hoop dat hij proeft dat onze school met inachtneming van de grondslag ernst maakt met de toerusting van leerlingen en aan een veilig pedagogisch klimaat werkt voor alle leerlingen.”