Voormalig drugsverslaafde Arie-Jan: Gebed ouders hielp mij

Veldwerker Jaco Hakkenberg (r.) in gesprek met Arie-Jan, die voorheen ernstig verslaafd was aan alcohol en drugs. Foto’s RD
3

Zwaar waren ze verslaafd aan drugs en alcohol. Carlo Berens (19) en Arie-Jan (21), twee jongeren van Goeree-Overflakkee, wisten uit een diep dal omhoog te komen. „Je maakt echt veel kapot.”

„Drugs was mijn benzine.” Kernachtig vat Carlo Berens zijn recente bestaan samen. Aan een tafeltje in café-restaurant-cafetaria ’t Vosje in Oude-Tonge blikt de Flakkeese jongeman terug op de voorbije jaren.

Op 14-jarige leeftijd begint Carlo aan de wiet. Op Goeree-Overflakkee heeft hij „overal” contacten om drugs te krijgen. Zo nodig bezoekt hij een coffeeshop in Rotterdam. Niet alleen met vrienden, ook met zijn vader, die gescheiden is, steekt hij een joint op. Het drugsgebruik van de vmbo-leerling neemt zienderogen toe. „Ik rookte voor, onder en na schooltijd.”

Wrang genoeg raakt Carlo op 16-jarige leeftijd ook verslingerd aan alcohol. „Ik dronk bij het stappen zo’n tien tot vijftien biertjes. In de kroeg zoop ik tot ik dronken was.”

Coma

Triest dieptepunt vormt de jaarwisseling van 2006/2007. Tijdens een oudejaarsfeest in Oude-Tonge raakt Carlo door zijn extreme drank- en drugsgebruik in coma.

„In één klap was ik weg. Ik blowde en dronk die avond alles door elkaar. Bier, whisky, mixdrankjes. Ik schijn heel vervelend te zijn geweest en zes keer uit de feesttent te zijn uitgegooid.” Hij overleeft het incident. De maand erna is Carlo „totaal uitgeput.”

Gaandeweg neemt de tiener ook zijn toevlucht tot harddrugs zoals speed, xtc en cocaïne. Samen met vrienden snuift, slikt en rookt hij het spul dag en nacht. „Ik leefde in een andere wereld, waarin alles mogelijk is.” Wekelijks jaagt hij er honderden euro’s door.

Na zijn vmbo op de Regionale Scholengemeenschap Middelharnis doet Carlo een jaar magazijnwerk in Oude-Tonge. Daarna kan hij aan de slag in het plaatselijke café-restaurant-cafetaria ’t Vosje. Voor zijn werkgevers weet hij zijn drugsverslaving lange tijd verborgen te houden. „Mijn baas had wel vermoedens, maar wist niks zeker.”

Met zijn zusje, moeder en haar vriend thuis in Oude-Tonge heeft hij keer op keer slaande ruzie. Vanaf zijn achttiende is hij bijna een jaar van huis. Hij zwerft rond op straat en slaapt bij collega’s en vrienden.

Carlo takelt hard af. „Ik had overal lak aan en liet alles versloffen. Ik woog in 2008 nog maar 48 kilo.”

Uitgeput

Keerpunt in Carlo’s deplorabele toestand is 21 maart van dit jaar. Onder invloed van drugs loopt hij in het holst van de nacht op straat in Oude-Tonge met messen te zwaaien. „Ik stond te hallucineren.” Een collega ontfermt zich over de verwarde jongeman en schakelt de politie in.

Carlo belandt in de psychiatrische kliniek Delta in Poortugaal. Daar verblijft hij een dag of vier. Later voert hij gesprekken in een polikliniek in Middelharnis van verslavingszorginstelling het Boumanhuis.

Als hij in de weken na het incident van de drugs afblijft, is hij totaal uitgeput. „Ik sliep dag en nacht. Ik werd alleen wakker om wat te eten en een sigaretje te roken.”

Zijn moeder brengt hem in contact met Stichting Ontmoeting, die sinds begin dit jaar een jongerenveldwerker op Goeree-Overflakkee heeft gestationeerd (zie kader op deze pagina). Die helpt Carlo onder meer met het afkicken van drugs en het op orde brengen van zijn financiën.

Uiteindelijk komt hij in mei terecht in de evangelische ggz-instelling De Hoop in Dordrecht. Daar volgt hij tien weken lang een afkickprogramma. „Dat was heftig. Ik hikte aan tegen een vorm van depressiviteit.”

Carlo zegt nu al maanden geen drugs en alcohol meer te gebruiken. Wel rookt hij sigaretten. De jongeman, die niet kerkelijk is, heeft nog wekelijks contact met Ontmoeting en De Hoop. „Ik heb een normaal leven opgepakt. Dat heb ik ook te danken aan hulp van mijn collega’s. Ik doe aan paardrijden en fitness en ben bezig met mijn rijbewijs.”

Hij zegt niet bang te zijn voor een terugval. „Ik wil nooit meer drugs gebruiken. Wat ben ik dom geweest. Je maakt echt veel kapot. Ik wil mijn leven niet verknallen.”

Onoverwinnelijk

Ook Arie-Jan (21) was een paar jaar in de greep van drugs en alcohol. „Ik was in mezelf gekeerd en had aanpassingsproblemen. Door drugs te gebruiken werd ik als het ware boven mezelf uit getild”, vertelt hij in de woonkamer van het ouderlijk huis in Stad aan ’t Haringvliet.

Arie-Jan, die het vmbo volgde aan het Wartburg College in Rotterdam, begint rond zijn zestiende aan de drugs. Eerst wiet, later nog zwaarder spul. „In een kroeg in Middelharnis probeerden we speed. Ik voelde me onoverwinnelijk.” Door „stadse invloeden” in Gouda, waar hij een hoveniersopleiding volgt, raakt de jongeman steeds meer op drift.

Arie-Jan maakt deel uit van een „alternatieve”, drugs gebruikende vriendengroep. Hij draagt lang zwart haar en brengt zwarte make-up aan. Op onder meer hardcorefeesten gaat hij zich te buiten aan harddrugs en alcohol. Af en toe dealt hij zelf ook in verdovende middelen.

Op Goeree-Overflakkee is makkelijk aan drugs te komen, zegt Arie-Jan. Bijvoorbeeld op hangplekken zoals het havenhoofd in Middelharnis en carpoolterreinen. „Op het eiland is weinig politietoezicht. Als je hier een politiewagen over de dijk ziet rijden, weet je dat je die de volgende vijf uur niet meer zult zien.”

Nadat Arie-Jan de opleiding in Gouda afbreekt, meldt hij zich bij de Groene School in Sommelsdijk, veel dichter bij huis. Ook daar houdt de drugs hem in de greep. „De hasj ging rond als kauwgom.”

Gevangen

In 2007, tijdens een vakantie op een camping in België, krijgt hij de schrik van zijn leven. Door excessief drankgebruik raakt hij in comateuze toestand. Hij wordt per ambulance afgevoerd. „Ik dronk alcohol als cola en zat gevangen in mezelf.” Het incident zet hem aan het denken. „Een verpleegkundige naast mijn bed zei: „Jongen, jongen, waar ben jij mee bezig?” Ik was hard geworden, had de contacten met mijn familie verwaarloosd, liet mensen om me heen stikken.”

In de maanden daarna belandt Arie-Jan „in een gigantische depressie.” „Ik had de neiging voor de bus te springen. Mijn ouders dachten: Komt hij nog wel terug, als hij het huis uit gaat?”

Via zijn huisarts komt hij terecht bij het Boumanhuis, een instelling voor verslavingszorg. Ook voert hij gesprekken met een psycholoog.

Tijdens de jaarwisseling 2007/2008 breekt Arie-Jan met de verdovende middelen. Tientallen vrienden uit het drugswereldje op Goeree-Overflakkee keert hij de rug toe. „Dat was best zwaar.”

Op dit moment werkt Arie-Jan zo’n drie dagen in Middelharnis bij zorginstelling Zuidwester, waar hij jongeren met problemen helpt. Intussen doet hij de opleiding sociaal-pedagogisch werk.

Arie-Jan heeft gemengde gevoelens over reacties vanuit kerkelijke kring in de tijd dat hij op het slechte pad zat. „Nogal wat mensen lieten me links liggen of lachten me uit. Iemand zei letterlijk: „Jij hoort er niet meer bij.” Aan de andere kant heeft een man uit de kerk me heel pastoraal begeleid. Ik kon altijd bij hem terecht. Mede dankzij hem en door het gebed van mijn ouders kon ik uit de drugswereld komen.”


Met zijn motor bezoekt hij hangplekken op Goeree-Overflakkee. In de hoop jongeren van de drugs af te krijgen. Jaco Hakkenberg (35), veldwerker van Stichting Ontmoeting: „Er heerst hier nog altijd een groot taboe op de drugsproblemen.”

Zo langzamerhand kent hij de meeste afgelegen, schimmige plekken op Goeree-Overflakkee. Waar jongeren elkaar ontmoeten, maar ook drugs snuiven, slikken en dealen. Hakkenberg bezoekt ze per motor. „Dan kan ik op plaatsen komen die je met de auto niet kunt bereiken. Bovendien vind ik reizen per motor leuk. Het vervoermiddel biedt aanknopingspunten voor een gesprek.”

Sinds februari dit jaar is Hakkenberg actief op het Zuid-Hollandse eiland. Gedreven door bezorgdheid over het drugsgebruik onder de –zeker ook kerkelijke– jeugd, besloot een samenwerkingsverband van kerken de veldwerker van Stichting Ontmoeting in de arm te nemen. Het project duurt in ieder geval tot eind volgend jaar.

Hakkenberg vervult een „brugfunctie” tussen jongeren en hulpverlening. „Ik moet een vertrouwensband met de jongeren opbouwen.” Op dit moment heeft hij structureel contact met zeven jongeren met een drugsprobleem. Hij helpt hen met het aflossen van schulden, de strijd tegen de verslaving en het vinden van werk.

Pizza

Dat Goeree-Overflakkee een fors drugsprobleem heeft, staat voor Hakkenberg als een paal boven water. Toch wil hij ook een kanttekening maken. „Niet alle jongeren die op straat zwerven, zijn meteen ook aan drugs verslaafd. In de tv-documentaire ”Het witte eiland” van Netwerk een paar jaar geleden werd gesteld dat je speed hier gemakkelijker kunt krijgen dan een pizza. Zo’n stelling wil ik niet voor mijn rekening nemen.”

Drugsverslaving is op Goeree-Overflakkee nog altijd een taboe, signaleert Hakkenberg. „Mensen willen de vuile was niet buiten hangen. Voor avonden over drugspreventie, bijvoorbeeld in de kerk of op school, is de animo zeer laag. De sociale controle is groot. Buurman Pietje gaat daarheen, dus dan zal hij wel een probleem hebben.”

De alcoholproblematiek is op het eiland zeker zo groot. „Het verbaast me hoezeer alcohol hier geaccepteerd is. In huizen waar ik kom, zie ik bijvoorbeeld op prominente plekken rekken met flessen drank hangen. Ik vind het nogal absurd als een vader een paar kratten bier laat aanrukken voor het feestje van zijn 14-jarige zoontje. En op de schuurfeesten hier wordt alleen maar veel gezopen.”

Het valt als ”overkanter” (dus afkomstig van buiten Goeree-Overflakkee) niet altijd mee om contacten te leggen met de jongeren, is Hakkenbergs ervaring. „Het eiland is toch hún wereld. Je moet jezelf als buitenstaander extra bewijzen.” Anderzijds biedt dat ‘vreemdelingschap’ ook voordelen. „Op het eiland komen bepaalde achternamen veel voor. Als ik zo’n achternaam zou hebben, zou ik bij een bepaald kamp kunnen worden ingedeeld. Daar hoef ik niet bang voor te zijn. De naam Hakkenberg komt hier niet voor.”

De veldwerker is het „niet eens” met de stelling in een rapport van GGD Zuidhollandse Eilanden uit 2007 dat een oorzaak van het drank- en drugsgebruik de „strenge religie” is. Doordat „protestantse jongeren thuis niets mogen”, zouden ze zich daartegen afzetten door middel van drank en drugs. „Het drugsprobleem komt zeker ook in kerken voor”, reageert Hakkenberg, „maar op straat kom ik net zo goed niet-kerkelijke jongeren met een drugsprobleem tegen.” Wel stelt hij vast dat in sommige gevallen kerkelijke mensen „zo gevangen kunnen zitten in regeltjes zonder uitleg dat jongeren na hun achttiende uit zo’n gezin knallen.”

Sollicitatie

Gaandeweg kreeg de veldwerker de afgelopen maanden meer contacten met rondhangende en drugs gebruikende jongelui. „We beginnen elkaar wat te kennen. Ik kom bij sommigen thuis. Op hangplekken kan ik bijvoorbeeld vragen naar iemands sollicitatie.” Wel zegt hij soms ook op andere plekken „groeiende weerstand” te merken.

Het baart Hakkenberg zorgen dat sommige drugs gebruikende jongeren de boot afhouden. „Ze zeggen dat ze geen probleem hebben. Het zal waar zijn dat acht op de tien jongeren die bijvoorbeeld blowen, zelf uit dat wereldje krabbelen. Maar van sommige jongeren die zeggen dat ze niet verslaafd zijn, denk ik juist: Jij hebt hulp nodig.”


Goeree-Overflakkee worstelt met drugs en drank

Al jaren worstelt Goeree-Overflakkee met drugs- en drankgebruik onder jongeren. Honderden jongeren op het Zuid-Hollandse eiland (dat krap 50.000 inwoners telt) gebruiken drugs, wat nog niet hoeft te betekenen dat ze verslaafd zijn. Het alcoholprobleem is zeker zo groot. Onder meer gemeenten, kerken, maar ook zorginstellingen en een organisatie als Moedige Moeders bieden de helpende hand.

Uit het in mei verschenen rapport ”Genoeg genoten” van de GGD Zuidhollandse Eilanden blijkt dat 15 procent van de leerlingen op de eilanden uit het vierde leerjaar van het voortgezet onderwijs aangeeft recent cannabis (wiet) te hebben gebruikt. Die situatie is vergelijkbaar met de rest van Nederland.

Feit is wel dat overmatig drankgebruik en cannabisgebruik de laatste jaren op de Zuid-Hollandse eilanden een „dalende trend” kent.

Het cannabisgebruik op Goeree-Overflakkee daalde de afgelopen jaren. Zo gebruikte in de periode 2000-2002 11 procent van de jongeren van rond de 15 jaar softdrugs. In de periode 2006-2008 zakte dat naar 8,5 procent.

In 2006-2008 zegt 10 procent van de jongeren uit het vierde leerjaar op Goeree-Overflakkee „de laatste keer” meer dan tien glazen alcohol te hebben gedronken. In 2004-2006 betreft het eenzelfde percentage. Het percentage drinkers van negen of tien glazen daalde van 5 procent in 2004-2006 tot 2 procent in 2006-2008. Basisschoolleerlingen op de Zuid-Hollandse eilanden beginnen eerder met drinken dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten. Bij zes op de tien vernielingen in de politieregio Zuid-Holland-Zuid is drank in het spel.

Een politieman op Goeree-Overflakkee (dat bestaat uit de gemeenten Oostflakkee, Middelharnis, Goedereede en Dirksland) uit in het rapport zijn zorgen over het alcoholgebruik. „Voornamelijk in de horeca en op grote schuurfeesten wordt veel alcohol gedronken. Daar heb ik niet zo’n goed gevoel bij. Schuurfeesten worden in deze omgeving gewoon zuipfeesten genoemd.” Er zijn volgens hem „bijna ieder weekend” vernielingen op trajecten van de horeca naar huis.

In 2007 noteerde de GGD Zuidhollandse Eilanden in een soortgelijk rapport dat het relatief hoge drugs- en alcoholgebruik op Goeree-Overflakkee ook te wijten is aan de „strenge religie.” „Protestante jongeren mogen thuis niets, waardoor ze zich door middel van drank en drugs daartegen gaan afzetten. Deze groep zal nooit of niet gauw aankloppen voor hulp.”