Vluchteling doet bakkie met oudere in zorgcentrum Katwijk

Integratie
Semhar, Sandy en Aster (v.l.n.r.) schenken koffie in een zorgcentrum in Katwijk aan Zee. beeld Henk Bouwman Henk Bouwman
4

Ze verbleven een jaar geleden nog onder zware omstandigheden in Syrië of Eritrea. Nu wonen Aster, Semhar en Sandy in een vleugel van christelijk verpleeg- en verzorgingshuis Salem in Katwijk aan Zee. Komende maand beginnen de vluchtelingen aan een opleiding voor verpleegkundige.

In Syrië rondde Sandy (24) een universitaire studie economie af. Ook deed ze een periode maatschappelijk werk voor hulporganisatie Charitas. Het leven in haar land was de laatste jaren zwaar. „De oorlog is verschrikkelijk. We zijn eerst uit onze stad weggevlucht naar een ander deel van het land. Maar het was overal oorlog. Het was een moeilijke tijd.”

Sandy’s vader en een van haar broers ontvluchtten Syrië anderhalf jaar geleden. Dat gaf veel spanning bij de gezinsleden die achterbleven. „Zouden ze veilig in Europa aankomen, of niet?” Zelf kwam Sandy een halfjaar geleden met haar moeder en haar andere broer naar Nederland voor gezinshereniging. „Dit is een mooi land en we zijn hier veilig.”

Aster (24) en Semhar (26) komen uit Eritrea, een Afrikaans land met een dictatoriaal regiem. Ze vluchtten zonder familie hierheen en zijn respectievelijk negen en bijna zes maanden in Nederland. Op wat ze in Eritrea hebben doorstaan, willen ze niet ingaan; dat roept te veel emoties op. Liever kijken ze vooruit en werken ze aan hun toekomst.

Beiden zijn gemotiveerd om aan een zorgopleiding te beginnen. „Ik word blij als ik zie dat mensen blij zijn omdat ik hen help”, zegt Semhar, die in Eritrea een opleiding voor verpleegkundige afrondde. Aster, die in Eritrea een baan in een archief had: „Ik heb geen ervaring in de zorg, maar help graag mensen.”

Taalles

De studenten wonen sinds januari in Katwijk aan Zee. Ze hebben elk een kamer met sanitair en een keukenblok in woon-zorgcentrum Salem. Op een leegstaande etage van dit verpleeg- en verzorgingshuis werden tien kamers voor de vluchtelingenstudenten bestemd. Ook hebben ze een gezamenlijke ruimte waar ze met elkaar eten. Op 14 april start hun studie voor verpleegkundige in de ouderenzorg (zie ook ”Zorginstelling biedt vluchteling woonruimte en opleiding”).

De afgelopen maanden stonden voor de vluchtelingen in het teken van taalstudie en kennismaking met Katwijk. Nel van der Niet uit Noordwijk geeft Nederlandse les aan vijf van de aankomende studenten. „Mijn moeder woont in Salem. Toen ik in een nieuwsbrief las dat er vluchtelingen zouden komen, heb ik me meteen opgegeven als vrijwilliger. Ik vind het een mooi initiatief.”

Van der Niet, die eerder als docent Nederlands in het voortgezet onderwijs werkte, geniet van het contact met de vluchtelingen. „Ze zijn heel gemotiveerd. We hebben veel plezier met elkaar. Soms gaan we eropuit, bijvoorbeeld naar het Katwijks Museum. Binnenkort bezoeken we de Keukenhof.”

Semhar denkt met plezier terug aan het museumbezoek. „Het was interessant om iets te zien van de visserij. In Katwijk hadden ze vroeger speciale, platte boten.” Ze zoekt even naar het juiste woord en zegt dan: „Een bomschuit!” Aster geniet eveneens van dergelijke uitstapjes. „Ik wandel ook graag op het strand. En soms ga ik naar het Panbos hier in de buurt.”

Van der Niet vindt het mooi om te merken dat de studenten steeds meer Nederlands praten, al schakelen ze ook nog regelmatig over op het Engels. „Pas zei een van hen dat hij een bakkie had gedaan met de ouderen. Dat hij die uitdrukking gebruikte, vond ik prachtig, het toppunt van integratie. Wat wil je nog meer?”

Bidden

Sinds ze in Katwijk wonen, doen de jongeren vrijwilligerswerk, zoals koffie en thee schenken, in een van de locaties van DSV Verzorgd Leven, de protestants-christelijke organisatie waarvan Salem onderdeel is. In de afgelopen periode groeiden de contacten met de bewoners. „Als ze ons nu tegenkomen, groeten ze ons”, zegt Semhar.

De vluchtelingen, die allemaal christen zijn, ervaren de christelijke identiteit van Salem als positief. Semhar: „Ik waardeer het dat er voor het eten wordt gebeden en dat er christelijke liederen worden gezongen.”

Sandy zegt dat ze in Syrië betrokken was bij diverse kerken. „Mijn moeder is orthodox, mijn vader rooms-katholiek. In beide kerken kwam ik. Ik ging er graag heen. De kerk was mijn tweede huis”, zegt Sandy. In Katwijk heeft ze nog geen kerkdienst meegemaakt, doordat ze in het weekend vaak bij haar ouders in Utrecht is.

Gastvrijheid

De aankomende studenten hebben elk een buddy die hen onder meer wegwijs maakt in de lokale samenleving. Een van de buddy’s is Lies van der Zwan. „Ik werk als gastvrouw in Salem. Toen ik een oproep las voor leden voor een werkgroep in verband met de komst van de vluchtelingen, heb ik me opgegeven. Vanuit die groep is het idee van buddy’s ontstaan.”

Van der Zwan werd gekoppeld aan Sandy, met wie ze in korte tijd een hechte band kreeg. Soms haken ook andere vluchtelingen aan wanneer ze iets met de Syrische onderneemt. Zo introduceerde ze twee vluchtelingen bij een christelijk zangkoor in Katwijk dat onder meer Engelstalige liederen zingt. Ze bezoeken nu wekelijks de repetities.

Ook leerde Van der Zwan de vluchtelingen handwerken. „En we spelen soms scrabble. Dat is goed voor de taal”, vult Semhar aan. Met Sandy maakte Van der Niet een afspraak om naar tennisles te gaan. „Toen Aster en Semhar dat hoorden, wilden ze ook graag mee, dus we gaan binnenkort met z’n vieren tennissen. Zo werken we stapje voor stapje aan de integratie. Misschien gaan ze ook nog eens mee naar de kerk”, zegt Van der Zwan, lid van de plaatselijke hervormde gemeente.

De Katwijkse vindt dat ze als christen vluchtelingen niet mag negeren. „Je ziet via de media beelden van deze mensen en nu komen ze ineens heel dichtbij. De Bijbel spoort ons aan tot gastvrijheid, bijvoorbeeld in Hebreeën 13. Integreren is voor vluchtelingen moeilijk. Ik wil hen daar graag bij helpen. Sandy komt ook bij ons thuis en maakt zo kennis met het gezins- en familieleven in Nederland. Dat is de beste manier om de cultuur te leren kennen.”


Zorginstelling biedt vluchteling woonruimte en opleiding

Hij werkt meer dan veertig jaar in de zorgsector. Het project waarbij tien vluchtelingen woonruimte krijgen in woon-zorgcentrum Salem in Katwijk en een interne opleiding voor verpleegkundige gaan volgen, noemt directeur-bestuurder Gerard Herbrink van DSV Verzorgd Leven een hoogtepunt uit zijn carrière.

Via zijn kerk, de hervormde gemeente in Katwijk-Binnen, kwam Herbrink enkele jaren geleden in contact met een asielzoeker. Op verzoek van de diaconie bood hij in een van de verzorgingshuizen van DSV tijdelijk onderdak aan een Iraanse vrouw. „Dit lid van onze gemeente raakte haar verblijfsvergunning kwijt. Ze heeft korte tijd gewoond in een van de tachtig appartementen die door hervormingen in de zorg leeg stonden.” Herbrink ging niet in op een verzoek van burgemeester Wienen van Katwijk om alle leegstaande kamers te benutten voor vluchtelingen met een verblijfsstatus. „Dat zou niet passen bij de omvang van onze instelling.” Hij was wel bereid een deel van een etage beschikbaar te stellen als woonruimte voor tien statushouders die een zorgopleiding wilden volgen.

In overleg met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers werden hiervoor zes vrouwen en vier mannen geselecteerd. Zij hebben allen een christelijke achtergrond. Herbrink: „We moeten hulp bieden aan iedereen, maar mijn hart ligt in het bijzonder bij onze broeders en zusters. Ook is het belangrijk dat de vluchtelingen passen bij de christelijke identiteit van DSV, al besef ik dat hun achtergrond een andere is dan die van christenen in Nederland.”

Begin januari betrokken de eerste vijf studenten hun kamer in een vleugel die werd afgesloten van de zorgafdelingen. De andere vijf volgen komende week. Op 14 april beginnen ze via instituut Stoc een interne opleiding. „Als ze hun taal- en inburgeringstraject hebben afgerond, komen ze bij ons in dienst. De lengte van de opleiding voor verpleegkundige zal per student verschillen, afhankelijk van hun achtergrond. Ik verwacht dat het traject bij sommigen snel zal gaan, bijvoorbeeld omdat ze in hun land al een studie op het gebied van zorg hebben gedaan.”

In het voortraject liet Herbrink zich niet ontmoedigen door „forse bezwaren” tegen het plan bij sommige familieleden van bewoners uit de zorgcentra en inwoners van Katwijk. „Ik zie het als mijn christelijke plicht broeders en zusters die zijn gevlucht niet aan hun lot over te laten. Bovendien is er in Nederland een groot tekort aan verpleegkundigen niveau 5. Wij kunnen hen ook in onze instelling goed gebruiken.” Ontroerend vond Herbrink het moment dat de eerste vluchtelingen zich in het Nederlands aan de bewoners van Salem voorstelden. „Semhar zei: „Het laatste jaar in Eritrea was heel zwaar. Ik heb God elke dag gebeden dat er een oplossing zou komen.” Ze liet een korte stilte vallen en zei toen: „En nu ben ik hier.” Op dat moment voelde ik een omslag in de zaal. Ik zag betraande gezichten, bewoners begonnen te klappen en een vrouw met afasie stak twee duimen op. Toen wist ik: Dit komt goed.”