Vijf jaar zweten in de woestijn van Mali: wat levert de Nederlandse missie op?

Een Nederlandse militair op patrouille tijdens de inzet voor de VN-missie in Mali. Nederland beëindigt de missie woensdag na vijf jaar. beeld ANP, Evert-Jan Daniëls

Het eind is in zicht. Woensdag stopt de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali. Vijf jaar lang hebben Nederlandse militairen in het West-Afrikaanse land inlichtingen verzameld over terreurgroepen. Hoe succesvol is de bloedigste VN-missie ooit –met bijna 200 doden– voor de VN én voor Nederland?

Mali is een tot op het bot verdeeld land, waar gewapende stammen, wraakzuchtige nomaden en terroristische groeperingen elkaar naar het leven staan. De strijd in het woestijnachtige noorden –met temperaturen boven de 60 graden– verloopt bloedig.

Het West-Afrikaanse land (18,5 miljoen inwoners) dreigt eind 2012 onder de voet gelopen te worden door opstandige Touaregrebellen uit het noorden. Moslimextremisten nemen de onafhankelijkheidsstrijd over, rukken op naar het zuiden en bedreigen de hoofdstad Bamako. De jihadisten roepen een IS-achtig kalifaat uit in Mali.

Frankrijk besluit in te grijpen. Franse troepen weten de oprukkende rebellen ver terug te dringen naar het noorden. Mali is voorlopig gered. Om het land duurzaam te stabiliseren, besluiten de VN in april 2013 de Multidimensial Integrated Stabilisation Mission (Minusma) in het leven te roepen.

Stabilisering

Den Haag reageert positief op een VN-oproep om troepen te leveren voor de stabilisering van Mali. Ook al is de VVD niet enthousiast, de PvdA staat te trappelen. Nederland is uiteindelijk het eerste Westerse land dat militaire steun toezegt. Om internationaal terrorisme te bestrijden, een gesloten vredesakkoord tussen regering en rebellen te helpen uitvoeren, migratiestromen in te dammen en grondstoffen veilig te stellen.

Voor politiek Den Haag speelt op de achtergrond mee dat Nederland aast op een (tijdelijke) zetel in de VN-veiligheidsraad. Met deelname aan de VN-missie kan Nederland internationaal goede sier maken. Uiteindelijk heeft Nederland de VN-zetel (gedeeld met Italië) gekregen.

Voor de legerleiding een belangrijk motief om weer eens echt in actie te komen. De krijgsmacht neemt daarmee voor het eerst in twintig jaar deel aan de VN-missie, na het debacle van Srebrenica in 1995, waar zich onder het oog van de Nederlanders een volkerenmoord plaatsvond.

Nederland besluit eind 2013 een inlichtingenmissie in Mali op zich te nemen. De krijgsmacht stuurt pakweg 450 militairen, vier Apachegevechts- en drie Chinooktransporthelikopters om in de bloedhete zandbak van Mali de „ogen en oren van de VN” te vormen.

Verkenners moeten vanuit de stad Gao terroristische activiteiten in het noordoosten van Mali in kaart brengen. Stabilisering van het verscheurde land is géén opdracht voor de uitgezonden militairen. Nederland krijgt ook niet een zogenaamde gebiedsverantwoordelijkheid in Mali.

Vijf jaar lang loopt Nederland zich in het zweet in de woestijn van Mali. Bij het beëindigen van de missie dringt de vraag zich op hoe succesvol de VN-vredesmissie Minusma is én hoe succesvol de Nederlandse bijdrage.

Defensie kijkt met gemengde gevoelens terug. Tijdens de missie zijn vier jonge Nederlandse militairen door ongelukken omgekomen. De trieste incidenten waren te voorkomen geweest, concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). De ongelukken leiden tot het opstappen van defensieminister Jeanine Hennis en commandant Tom Middendorp.

Aan de andere kant is de legertop redelijk tevreden over de VN-missie. De verzamelde inlichtingen hebben bijgedragen aan de kwaliteit van de VN-inzet. Bovendien heeft Nederland de leefomstandigheden voor de bevolking verbeterd. Geweld tegen burgers is voorkomen, troepenopbouw gestopt.

Militairen op de grond zijn soms minder enthousiast. Marineofficier en jurist Reinout Sterk schreef na zijn uitzending in Mali een boek onder de veelzeggende titel: ”De missie in Mali, een poppenkast in de woestijn”.

De missie verloopt voor de VN niet rooskleurig. Het geweld in Mali neemt sterk toe. Niet alleen in het noorden, maar ook in het midden van Mali. Met 195 gesneuvelde VN-militairen –voornamelijk uit Bangladesh, Nepal en Burkino Faso– is de VN-missie de bloedigste ooit.

Tegelijkertijd heeft VN-inzet ertoe geleid dat jihadisten er niet in zijn geslaagd een kalifaat op te richten. Wie zich de gruwelijke IS-praktijken in Syrië en Irak herinnert, weet hoe belangrijk zo’n constatering is. Verder heeft de VN een totale ineenstorting van Mali weten te voorkomen.

Geen antwoord

De 13.000 man sterke VN-vredesmacht heeft echter geen antwoord op het fors toegenomen, bloedige geweld in de woestijnstaat. In maart vielen nog 130 doden bij een aanval van een lokale militie op een dorp. De VN kijken te veel toe, klagen critici.

Gemakkelijke, snelle oplossingen voor complexe veiligheidsproblemen blijken ook hier niet voorhanden. De internationale gemeenschap is bijvoorbeeld al 23 jaar actief in Bosnië om rivaliserende partijen te scheiden. De VN zitten al 20 jaar in Congo, terwijl 1 miljoen burgers zijn afgeslacht.

VN-missies blijken daarmee lang niet altijd succesvol. Maar niets doen is vaak ook geen optie. Duurzame vrede vergt langdurige inzet. Tijd die politici en samenleving niet altijd kunnen opbrengen.