Vechters tegen het virus

Medisch
Arda Kooijman. beeld RD
6

Veel van de honderdduizenden Nederlanders die in de zorg werken zijn in deze periode dag in dag uit bezig met vrijwel een ding: Covid-19 oftewel corona. De een staat in de ‘frontlinie’, terwijl een ander meer op de achtergrond met het virus te maken heeft. Wie zijn zij? Zes portretten.

„Ook mensen van mijn leeftijd op de ic”

„In het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel werk ik als voedingsassistente. Normaal gesproken op de afdeling chirurgie, maar nu liggen hier coronapatiënten. Ik vond het spannend toen ik twee weken geleden voor het eerst de unit op moest. In mijn ‘maanpak’ voelde ik me als iemand die oorlogsgebied betreedt. Het is lichamelijk pittig om lang op de afdeling te moeten blijven, want de beschermende kleding is behoorlijk warm.

De meeste patiënten krijgen zuurstof toegediend, sommigen hebben een masker op. Hoewel een enkeling wat opknapt, zijn de meesten echt heel ziek. Vaak zijn ze te moe om te eten. Het is mijn taak om er toch wat voeding in te krijgen, zodat ze niet verder verzwakken. We hebben een uitgebreid assortiment aan calorie- en eiwitrijke producten en tussendoortjes. Het is de kunst om patiënten zo veel mogelijk gewoon eten te geven, maar vaak blijft het beperkt tot Nutridrink, een soort astronautenvoeding. Ik merk dat de kleding een barrière is voor goed patiëntencontact. Zelfs m’n bemoedigende blik kunnen ze niet zien. Dat vind ik wel moeilijk, want je wilt er graag voor ze zijn. Veel patiënten zijn angstig. Ze vrezen dat hun situatie ineens omslaat, want het ziekteverloop is vrij onvoorspelbaar.

Er overlijden bij ons ook mensen aan corona. Zoals die man wiens echtgenote voortdurend bij hem waakte. Juist toen ze even van de afdeling was om te ontspannen –een hele onderneming, omdat de beschermende kleding uit moet– stierf hij. Heel heftig.

Oudere collega’s vinden het fijn als ik in hun plaats naar de unit ga, omdat ik minder risico loop als ik besmet word. Toch liggen er ook mensen van mijn leeftijd, zoals die man van 26 die erge koorts had en lag te schokken in zijn bed. Iedereen kan het virus krijgen. Het is een onwerkelijke tijd. Gelukkig weet ik dat er Een boven staat.”

Lisanne van Vliet. beeld RD

„Partner cliënt was waarschijnlijk besmet”

„Ik werk voor de RST als verpleegkundige in de wijk in team ’s-Gravenpolder. Hoewel er in onze regio nog weinig besmettingen zijn, komt ook hier corona voor. Ik heb één cliënt gehad van wie de partner waarschijnlijk het virus had. Ik dacht toen mee hoe de zorg tijdelijk anders geregeld kon worden.

Mijn collega’s en ik komen bij kwetsbare ouderen, cliënten die herstellen van een operatie of kankerpatiënten die chemokuren krijgen. Zij zijn extra vatbaar voor het coronavirus en daarom treffen we voorzorgsmaatregelen. Ik ga nergens naar binnen voordat ik een mondkapje heb opgezet en handschoenen aangetrokken. „Ik moet nu even goed kijken wie je bent”, zei een cliënt. We blijven niet langer dan nodig is. Hoewel een enkeling laconiek is, vinden de meesten het fijn dat we voorzichtig zijn.

We bereiden ons voor op wat mogelijk komt. Het kan zijn dat ik straks toch thuiszorg moet gaan verlenen aan coronapatiënten. Dan trek ik ook nog een schort met lange mouwen aan en zet ik een spatbril op. We hebben als team een noodplan gemaakt voor het geval dat er collega’s uitvallen.

Sommige cliënten zijn bang om het virus te krijgen. Bij ons luchten ze ook graag hun hart. We zijn vaak de enigen met wie ze face-to-facecontact hebben. Sommigen zitten echt gevangen in hun kamer. Mooi is het om te zien dat ze nu vaak worden gebeld en er tekeningen worden bezorgd. Ik mis ook het contact met collega’s, want we komen als team niet meer bij elkaar. Maar de onderlinge betrokkenheid is er niet minder op geworden. De Heere regeert. We mogen weten waar we met al onze zorgen en noden terechtkunnen. Hier praten we onderling over, maar ook met de cliënten. Dit geeft veel meerwaarde aan mijn werk.”

Ria van der Veen. beeld RD

„Ineens kan ziektebeeld weer omslaan”

„Ik woon zo’n 100 meter van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, waar ik ic-verpleegkundige ben. De fluitende vogels ’s morgens onderweg vormen telkens een schril contrast met wat ik even later aantref in het ziekenhuis. Bij ons drong zondag 8 maart de volle ernst van het nieuwe coronavirus door na een briefing van intensivisten uit Noord-Italië. Wat ze toen vertelden –ernstig zieke patiënten die lang aan de beademing moeten en intensieve zorg nodig hebben– is nu dagelijkse realiteit. Eerst hadden we 12, toen 16 en nu 24 ic-bedden voor coronapatiënten. Drie ervan zijn nu nog vrij. We hopen dat het niet zo ver komt dat artsen moeten kiezen wie ze wel en niet gaan helpen.

Voor ons zijn het zware dagen. Wij werken klokje rond en al die beschermingsmaatregelen kosten extra inspanning. Voortdurend moeten we alert zijn, want het ziektebeeld van corona verloopt grillig. Soms draai je iemand van de buik op de rug omdat het goed lijkt te gaan, maar ineens kan het weer omslaan. Alle apparatuur moeten we ook goed in de gaten houden. Het is heel specialistisch werk en ik maak me dan ook zorgen als het aantal ic-bedden opgeschaald moet worden. Want waar moeten we kundige mensen vandaan halen?

Wij werken nu al met hulptroepen, zoals gepensioneerden en oud-collega’s. Sommigen zijn al tien jaar weg en moeten echt goed ingewerkt worden, want er is veel veranderd. Het videobellen met familie thuis hoort nu ook bij mijn werk. Hoewel de patiënten slapend worden gehouden, vinden velen het fijn om hun geliefde toch even te zien en wat tegen ze te zeggen. Het is niet de hele dag somberheid troef. Tot nu toe overleed één patiënt op de ic en een aantal is weer naar huis. Daar doe je het voor. En met al die voormalige collega’s lijkt het soms net een reünie. De steun van burgers is ook hartverwarmend. Dat ik mijn werk met God mag doen, is voor mij een houvast. Hij en niet het virus regeert ons leven.”

Fia van der Vlist-Dogterom.

„Telefonisch slechtnieuwsgesprek voeren trekt zware wissel op mij”

„In verzorgingshuis Salem in Ridderkerk, waar ik arts ben, is vorige week voor het eerst corona vastgesteld. Inmiddels overleed er ook een bewoner aan. Conform RIVM-advies stopten we met testen nadat nog iemand een positieve uitslag had. Iedereen die nu klachten heeft die kunnen wijzen op corona, wordt als besmet beschouwd en afgezonderd. Zo’n tien bewoners leven nu in isolatie.

Het meedelen aan de bewoners dat Salem op slot ging –nog voordat het kabinet met die maatregel kwam– en het moeten vertellen dat iemand in huis het virus had, vond ik allebei erg heftige momenten. Het doet pijn om het verdriet en de angst in de ogen van de bewoners te zien.

Van de patiënten die we nu hebben, varieert het beeld. De ziekte begint vaak mild. Soms treedt er na enkele dagen verbetering op, maar anderen gaan achteruit. Verraderlijk is dat het soms lijkt mee te vallen, maar dat je aan de zuurstofwaarden in het bloed ziet dat iemand echt goed ziek is.

Als arts is het technisch meestal niet zo ingewikkeld om coronapatiënten te behandelen. Wel kunnen bepaalde beslissingen ingrijpend zijn. Van de meeste bewoners ligt grotendeels vast hoever we willen gaan met behandelen als iemand plotseling ernstig ziek wordt. Maar corona maakt dat afspraken hierover minder helder zijn geworden. Gelet op hun medische voorgeschiedenis is doorgestuurd worden naar het ziekenhuis voor de meesten geen optie. We proberen dan zelf iemand maximaal te ondersteunen, maar soms kan het beter zijn om over te gaan op palliatief beleid. Helaas is het verlenen van terminale zorg nu ook lastiger, omdat ook voor het bezoeken van stervenden restricties gelden.

Het trekt op mij een zware wissel om slechtnieuwsgesprekken met de familie te moeten voeren via de telefoon. Soms zit ik ’s avonds op de bank en denk ik: Wat gaat er nog komen? Het is niet zeker dat er voor de lange termijn genoeg zuurstof en medicatie is en leven met die onzekerheid is misschien nog wel het moeilijkst. Leven bij de dag is nu het beste. De verdrietige tijd zorgt voor meer saamhorigheid. Donderdag zongen we in heel Salem Psalm 121. Heel mooi.”

Els Roelofs. beeld Vincent Boon

„Ik leg alle opties open op tafel en duw niemand bepaalde kant op”

„Ik ben huisarts en tevens kaderhuisarts palliatieve zorg in de regio Leiden. Afgelopen maandag had ik visitedienst vanuit de coronaspoedpost. Daarbij worden mensen bezocht die hun huisarts hebben gebeld met covidklachten: hoesten, koorts en benauwdheid. Je gaat naar binnen in een beschermpak met bril en masker. Verder gaat er zo min mogelijk mee, want alles moet nadien weer schoongemaakt.

Met meerdere zieke patiënten voerde ik indringende gesprekken. Bij een tachtigplusser bleek haar zuurstofsaturatiewaarde uitzonderlijk laag. Ik vertelde haar dat dit, met haar klachten, betekende dat ze corona had, ze zieker kon worden en dit reden was om met het ziekenhuis te overleggen. Of ze dat wilde. Want familie mag haar daar niet bezoeken en er is een kans dat ze er niet meer uitkomt.

Het gesprek overviel haar natuurlijk en ook speelden emoties op. Ze besloot dat het voor haar de beste optie was om thuis te blijven.

Bij een man met kanker verliep het gesprek weer anders. „Voor mij geen toeters en bellen meer”, zei hij heel beslist. Nadien koppelde ik mijn bevindingen weer terug naar hun huisarts. Deze neemt de zorg weer over.

Ik probeer alle opties open op tafel te leggen en niemand een bepaalde kant op te duwen. Iemands beslissing is ook niet definitief: een keus voor het ziekenhuis kan later alsnog worden gemaakt. Wat we ook niet moeten vergeten met dit virus: de kans dat iemand geneest is verreweg het grootst.

Voor wie niet naar het ziekenhuis wil maar ook niet thuis kan blijven, is een andere plaats nodig. Hiervoor worden nu speciale coronacentra ingericht. Wie thuis wil en kan overlijden, wordt verzorgd door de thuiszorg. Voor elke keer dat er iemand bezocht wordt zijn beschermende middelen nodig en die zijn op dit moment schaars. Daar zijn zorgen over. Ook hun naasten moeten oppassen om niet verder besmet te raken. Op dit moment wordt daarom, naast alle andere initiatieven, hard gewerkt aan landelijke richtlijnen over hoe in deze situatie de beste zorg kan worden gegeven aan ernstig zieke coronapatiënten.”

Jacolien Jacobse. beeld RD

„Per dag bellen er 15 à 20 mensen met mogelijke coronaklachten”

„In de huisartsenpraktijk in Moerkapelle, waar ik als doktersassistente werk, ontstond drie weken geleden onrust na de persconferentie van minister-president Mark Rutte. De praktijk ging grotendeels op slot. We doen nu zo veel mogelijk telefonisch. Mensen die zich afvragen wat ze met hun huiduitslag of ontsteking moeten, sturen een fotootje. Op basis daarvan schrijven wij zo nodig medicatie voor. Als assistenten gaan we ook niet meer bij ouderen langs.

We werken met handschoenen aan, houden afstand en reinigen de telefoon als een collega die eerst heeft gebruikt. Extra druk zijn we nu ook met ontsmetten als een patiënt is geweest.

Per dag bellen er 15 à 20 mensen met mogelijke coronaklachten en het worden er steeds meer. Het virus komt langzaam maar zeker onze kant op. Als doktersassistente vraag ik goed door als iemand het nieuwe coronavirus denkt te hebben. Ik vraag hoelang iemand al hoest en hoe hoog de koorts is. Of traplopen nog lukt zonder benauwd te worden, is ook een goede indicator. In het begin vroegen we ook of iemand in risicogebied was geweest.

Op basis van wat ik hoor schat ik in of de huisarts hem terug moet bellen. Daarbij speelt mijn niet pluis-gevoel een rol. De huisarts stuurt zo nodig de patiënt door voor onderzoek naar de NoodHAP in Gouda. Want daar gaan in principe alle coronapatiënten heen.

Waarschijnlijk hebben we een tijdje geleden één coronapatiënt in de praktijk gehad, een Pool die na binnenkomst gelijk doorliep naar de dokter. Sindsdien staat op onze deuren ook informatie over het nieuwe coronavirus in het Pools, want in de regio werken veel Oost-Europeanen in de tuinbouw.

Inmiddels is het een stuk rustiger dan normaal, want er melden zich weinig cliënten met andere kwalen. Daarover maken we ons wel zorgen, want te lang met bepaalde klachten rondlopen kan grote gevolgen hebben.

Nu kunnen we het als doktersassistentes goed aan. In de middag is het soms zelfs rustig en gaat er een eerder naar huis. Maar als het straks mogelijk druk gaat worden of als er collega’s uitvallen, halen we dat weer in. Want de praktijk moet natuurlijk wel draaiende blijven.”