Van bespugen tot bumperkleven: is Nederland hufteriger dan vroeger?

Onaardig gedrag manifesteert zich vaak in het openbaar vervoer, zeker als het druk is. Volgens SIRE wordt jaarlijks 8 procent van de OV-medewerkers bespuugd. beeld ANP, Robin Utrecht

Bumperkleven, voordringen bij de kassa, de conducteur uitschelden of online anonieme haatberichten plaatsen. Het lijkt wel of we met z’n allen steeds onaardiger worden. Nederlanders maken zich zorgen over het gebrek aan fatsoen, zo blijkt uit onderzoek. Waar komt die toenemende hufterigheid vandaan?

Automobilisten die meteen geïrriteerd gaan toeteren als zijn rouwauto in de weg staat, mensen die foto’s maken of buurtgenoten die nieuwsgierig aan hem vragen wie er is overleden. De Rotterdamse rouwchauffeur Jean-Louis Margaretha (36) heeft dagelijks te maken met mensen die zich respectloos gedragen als hij zijn werk aan het doen is. Eind mei schreef hij zijn frustraties van zich af in een Facebookbericht, dat massaal werd gedeeld.

„Soms staat de rouwauto inderdaad in de weg,” zegt hij. „Dat kan niet anders. We zijn bezig een overledene klaar te maken voor transport. De auto moet dan zo dicht mogelijk bij de deur staan. We kunnen moeilijk om de hoek ergens parkeren en met de brancard of uitvaartkist door de straat gaan wandelen naar het huis. Wat ik nu met enige regelmaat merk, is dat terwijl wij ons werk doen er buiten in de straat mensen achter de rouwauto staan, en gewoon ongegeneerd gaan toeteren in de hoop dat wij de weg vrijmaken.”

Vaak loopt hij even naar buiten om uitleg te geven. Soms komen er excuses, maar de chauffeur maakt ook weleens het tegenovergestelde mee. „Een vrouw raakte zo geïrriteerd dat ze achteruit reed en tegen iemand anders botste.”

Margaretha vindt de nieuwsgierigheid van mensen ook vervelend. „Wij kunnen, willen én gaan uit privacyoogpunt niet vertellen wie er is overleden. Als je zo’n goede band had met de overledene, dan was je al op de hoogte geweest.”

In zijn Facebookbericht roept hij mensen op om zich met respect te gedragen. „Zet gewoon je auto in zijn achteruit en maak stilletjes een omweg van maximaal twee minuten. Dan kan de familie zich in alle rust voorbereiden op het vertrek van hun dierbare. Bedenk dat je zelf ook in een situatie terecht kunt komen waarbij een familielid overlijdt. Dan zou je het ook vreselijk vinden als mensen in de straat gaan toeteren. Toon alsjeblieft respect.”

Korte lontjes

Het voorbeeld van de rouwchauffeur is slechts één van de vele voorbeelden van respectloos gedrag in het openbaar. Bumperkleven, de caissière in de supermarkt uitschelden omdat je twee minuten in de rij moet staan, ov-medewerkers treiteren, voordringen in de trein en haatberichten plaatsen op sociale media. Het lijkt wel of we met z’n allen steeds onaardiger worden. De stress groeit, de lontjes worden korter. Nederlanders maken zich zorgen om deze ontwikkeling, zo blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de sociale staat van Nederland. Uit het rapport van 2018 blijkt dat onze belangrijkste maatschappelijke zorgen gaan over de manier waarop we met elkaar samenleven.

Anders gezegd: de onverdraagzaamheid, het gebrek aan respect, asociaal gedrag en egoïsme nemen toe. Zo’n 49 procent van de Nederlanders vindt het de verkeerde kant op gaan en ziet dat de samenleving polariseert en verhardt.

Om burgers aan het denken te zetten over hoe we dagelijks met elkaar omgaan, lanceerde de Stichting Ideële Reclame (SIRE) in maart de campagne #doeslief. Met posters in de bushokjes (”Jaarlijks wordt 8 procent van de ov-medewerkers bespuugd”) en reclamespotjes op de radio („Kun je het merk van die doos tissues op de hoedenplank van je voorganger lezen? Dan ben je aan het bumperkleven”) brengt de organisatie hufterig gedrag onder de aandacht. „Er lijkt een verschil te bestaan tussen het tolerante Nederlandse imago dat we graag uitdragen en wat we dagelijks ervaren in de omgang met elkaar”, zegt Edwin Beijer, projectleider van de SIRE-campagne.

Op Twitter wordt de hashtag #doeslief nog dagelijks fanatiek gebruikt. „Vandaag is iemand in de flat een stuk of 25 appartementen aan het isoleren. Omgerekend 50 buitendeuren voorzien van nieuwe betere tochtstrips. Hij is nu bij mij en blijkbaar ben ik de eerste die hem vandaag een koffie aanbood!! #doeslief” twittert Jasper Landa. En Alex van de Horst bericht: „Een oudere dame voor laten gaan op straat en vervolgens worden uitgescholden door een achterop komende automobilist #doeslief.”

Verkeer

Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, is als wetenschapper betrokken bij de SIRE-campagne. Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie naar hoe menselijke gedachten, gevoelens en gedragingen worden beïnvloed door anderen. Van Lange doet onder meer onderzoek naar de rol van haat en vergevingsgezindheid in de samenleving.

De hoogleraar onderschrijft het beeld dat hufterigheid in de samenleving is toegenomen, al plaatst hij er wel meteen een nuancering bij. „Mensen denken snel dat vroeger alles beter was, maar toen was er ook al sprake van asociaal gedrag.”

De omstandigheden zijn alleen veranderd, waardoor we met z’n allen sneller geprikkeld zijn en dus eerder hufterig gedrag vertonen. Vroeger woonde de meerderheid in dorpen, nu leven mensen vaker in steden. „De anonimiteit is groter, er is minder sprake van sociale controle in een stad”, zegt Van Lange. „Mensen laten zich daardoor eerder gaan.”

Bovendien is de maatschappij drukker geworden. We moeten veel en zijn sneller gestrest. Uit het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat 43 procent van de Nederlanders tussen de 18 en 64 jaar zich opgejaagd voelt. Dat percentage neemt jaarlijks toe, zo vermeldden de onderzoekers erbij. Al die haast heeft een negatieve invloed op ons sociale gedrag. Van Lange: „Als je druk bent, is er een sterkere gerichtheid op jezelf en de doelen die je wil bereiken. Je verliest het belang van anderen uit het oog en raakt sneller geïrriteerd als iemand op de snelweg te langzaam rijdt naar je zin.”

Hufterig gedrag komt vooral naar voren in het verkeer, op sociale media en binnen de sportwereld. In de eerste twee domeinen speelt anonimiteit een belangrijke rol. In het verkeer weten medeweggebruikers niet wie je bent en online kun je je gemakkelijk verschuilen achter een schuilnaam. „De anonimiteit neemt een drempel weg. Mensen zijn dan eerder geneigd om ongezouten kritiek op iemand te leveren.”

De sportwereld is minder anoniem, maar dat is een omgeving waarbij vijandigheid en wantrouwen sowieso een beetje op de loer ligt, aldus Van Lange. „Dat heeft met het competitieve element tussen groepen te maken.”

Superioriteit

Iedereen is het erover eens: we kunnen best wat aardiger zijn voor elkaar. Maar hoe moeten we dat in de praktijk aanpakken? Er zijn twee belangrijke psychologische hindernissen volgens de hoogleraar sociale psychologie.

De eerste is asymmetrie in waarneming. Dat betekent dat we de gevolgen van ons gedrag voor onszelf heel goed zien, maar dat we die gevolgen voor anderen vaak onderschatten. „Stel: je hebt haast in het verkeer. Voor je het weet, ben je aan het bumperkleven. Dat kan heel intimiderend zijn voor de chauffeur van de auto voor je, maar zelf heb je dat niet zo door. Tot het de volgende keer bij jezelf gebeurt.”

Van Lange noemt een ander voorbeeld. „Ik werd laatst op de fiets afgesneden door een auto. Voor ik het wist, gaf ik een klein tikje op het dak van die auto. Ik deed het puur om die persoon te corrigeren, maar later realiseerde ik me dat die automobilist de tik waarschijnlijk als intimiderend heeft ervaren.”

De tweede belangrijke psychologische hindernis is morele superioriteit. We vinden onszelf vaak automatisch moreel beter dan anderen en we hebben een positief beeld van onszelf op dat gebied. „Als je niet intelligent of avontuurlijk bent, kun je daar zelf niet veel aan doen. Maar je moreel gedragen, daarover heb je zelf controle. En niemand vindt het fijn om amoreel te zijn en te worden aangesproken op zijn of haar onaardige gedrag.”

Kuddegedrag

Dat betekent niet dat we ons moeten neerleggen bij de hufterige realiteit. Daarbij is niemand gebaat en dat willen we ook niet, zo blijkt uit het SCP-onderzoek. Maar wat is dan de oplossing om vervelend gedrag te bestrijden? Daar komt toch de sociale controle weer om de hoek kijken, vindt de hoogleraar. Neem het voorbeeld van de sociale media. „Stel dat anoniem reageren online niet meer mogelijk is. Gezien de technologische ontwikkelingen valt zoiets straks vast wel te realiseren. Qua privacy is dat lastig, maar ik weet zeker dat het aantal haatberichten flink zou afnemen.”

Waarom? Omdat een ander dan kan zien hoe onaardig we zijn. „Daar houden we niet van. Niemand wil op die manier uit de toon vallen. Als mensen zijn we gevoelig voor kuddegedrag, we hebben een sterke genetische behoefte om ervoor te zorgen dat we altijd binnen de groep blijven. Blijf elkaar dus vooral aanspreken. Of plaats een bericht online.”

SIRE en de campagne #doeslief

In maart startte de organisatie Stichting Ideële Reclame (SIRE) met de campagne #doeslief om Nederlanders „aan het denken te zetten over hoe we dagelijks met elkaar omgaan.” Met onder andere posters in de bushokjes en reclamespotjes op de radio brengt de organisatie hufterig gedrag onder de aandacht. Zo blijkt dat 64 procent van de Nederlanders vervelend gedrag niet durft aan te spreken omdat ze bang zijn voor een agressieve reactie. Daar moet verandering in komen, zo vinden de initiatiefnemers. De organisatie stelde een top vijf van onaardig gedrag samen:

1. in het verkeer

2. op sociale media

3. in het openbaar vervoer

4. in de politiek

5. in de supermarkt

SIRE is een onafhankelijke reclame-stichting. De reclamesector werkt gratis mee aan de campagnes, die vaak over maatschappelijke onderwerpen gaan. Bekende slogans als ”Je bent een rund als je met vuurwerk stunt” en ”De maatschappij, dat ben jij” komen uit de koker van de campagneontwikkelaars van SIRE.